Sylvia Kristel leest uit haar memoires

Ze maken niks kapot en ze doen niet aan Publikumsbeschimpfung. En dat hoewel tot op het allerlaatste nauwelijks duidelijk schijnt te zijn geweest wat voor voorstelling ze zouden gaan maken. Teruggrijpen naar beproefde, oude middelen lag dus voor de hand. Maar niets daarvan, theatermakers Kas & De Wolf en schreeuwlelijk Marien Jongewaard houden zich in, & aan de regels. Dat is pas nieuws.

Wat ze wel doen, blinkt niet uit door vindingrijkheid, het dient gezegd. Hun naar volkse namen luisterende personages hangen aan een bar en drinken en roken en ouwehoeren erop los. In plat Nederlands zodat mij de helft ontgaat. Niettemin heb ik heus wel begrepen dat het om gekanker gaat, gekanker op de maatschappij, de rijken, de kunstenaars, de overheid, de tijd. Ze zeggen 'moppie' tegen de barjuf en “Doe me er nog éen” en krijgen dan precies wat ze willen: overduidelijk stamgasten.

Jongewaard zegt dat hij altijd alles kort en klein heeft willen slaan, maar nooit “iets goed kort en klein heeft geslagen”. Daar lachen mensen in de zaal om. De sfeer is dan ook ontspannen; het publiek zit aan café-tafeltjes en kan ook bestellen aan de bar, terwijl de tirades gewoon doorgaan. Echt en onecht lopen door elkaar, dus.

Desondanks is Mensch, durf te leven! behoorlijk saai en statisch. De drie heren emmeren maar voort, in barok geformuleerd gemopper, dat soms aardig van observatie is maar toch niet vaak genoeg. Oh ja, terzijde zit overigens (oud-)diva Sylvia Kristel - publiekstrekker natuurlijk, slim hoor! - die het laatste deel van de voorstelling vult door braaf haar memoires op te lepelen en uiteindelijk met De Wolf Je t'aime moi non plus te playbacken. Het is uitgekiende typecasting: als er éen het lef heeft gehad te leven, is het Kristel.