'Spoedig ingrijpen Kosovo'

DEN HAAG, 2 OKT. De Nederlandse regering meent dat een spoedige internationale militaire actie tegen Servië thans nog de enige weg is die resteert “om een einde te maken aan de beestachtigheden” in Kosovo. Dit heeft minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) gisteren in de Tweede Kamer gezegd. Van Aartsen zegt “onomwonden ja” op de vraag of de NAVO gerechtigd is tot zo'n actie, die in het bondgenootschap al is voorbereid. De Nederlandse regering houdt er rekening mee, zei minister De Grave (Defensie), dat het commando van de NAVO, SACEUR, al volgende week voor een luchtoperatie mede een beroep zal doen op Nederlandse F-16's, die de regering al eerder in principe beschikbaar heeft gesteld.

Volgens Van Aartsen is er na de wreedheden van het Servische leger en politie afgelopen weekeinde in Vranic - het dorp dat werd geplunderd en waarvandaan tevens honderden Kosovaren werden meegevoerd - een stadium bereikt waaraan de internationale gemeenschap met een militaire actie een einde moet maken.

Van Aartsen zei te verwachten dat secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties “op zeer korte termijn”, vermoedelijk begin volgende week, zal rapporteren dat de Servische president, Milosevic, zich net zo min iets aantrekt van resolutie 1199, die de Veiligheidsraad midden vorige week heeft aanvaard, als van eerdere resoluties waarin de Veiligheidsraad om beëindiging van het geweld in Kosovo vroeg. Van Aartsen zei geheel achter zijn Britse collega, Cook, te staan. Cook waarschuwde gisteren in de VN Milosevic dat de Britse regering bereid is tot militaire actie als hij blijft weigeren te voldoen aan de resoluties van de Raad.

De Veiligheidsraadsresolutie van vorige week kreeg steun van Rusland, omdat zij nog niet uitdrukkelijk dreigde met militaire sancties maar zei dat “verdere acties en aanvullende maatregelen zouden worden overwogen”, namelijk als Milosevic en het Kosovaarse verzetsleger UÇK geen gehoor zouden geven aan de oproep het geweld te beëindigen, onderhandelingen over een politieke oplossing te beginnen en direct humanitaire hulp in Kosovo toe te staan. Van Aartsen zei gisteren dat hij zich er “buitengewoon aan ergert” dat het regime in Belgrado zelfs humanitaire hulp aan de Albanese meerderheid in Kosovo onmogelijk maakt. Sinds het geweld daar begin dit jaar losbarstte, zijn zo'n 240.000 Kosovaren uit hun dorpen gevlucht. Vlak voor het begin van de winter verblijven circa 30.000 van hen praktisch zonder verzorging in bossen en op berghellingen. Een ultimatum aan Joegoslavië is nodig, zei Valk (PvdA), want anders dreigt “de cynische uitkomst te worden dat de barbarij het wint in Kosovo”.