Spiegelpaleis

Gisteren heb ik het eens helemaal uitgezeten, de televisiekomedie van de VPRO, Bed and Breakfast. Niet vol te houden. Een acteur speelt een man die een vrouw speelt in een comedy over comedy. Een dergelijke, ijle opstapeling past beter bij de jaarvergadering van televisiedramaturgen dan bij een gewoon publiek. Met geen van de karakters kan ik me identificeren. Aan de handeling is al helemaal geen touw vast te knopen. Of is mijn onbegrip misschien juist de bedoeling? Kortom, we staan weer eens in een ouderwets VPRO-spiegelpaleis waar ik het geduld niet meer voor kan opbrengen. Wat is camp, de opzettelijke smakeloosheid, saai geworden.

We hebben Renée de verklede man, dikke Dirk, mannetje Nok Nok die het zelfde trucje herhaalt Nok Nok hier, Nok Nok daar, de dochter Tilly de Billy. Geen gewone mensen maar typetjes. Geen enkele verband met de realiteit. Er wordt ingeblikt gelach afgedraaid bij elke grap. En het publiek juicht bij elke nieuwe opkomst.

Gisteren hadden ze negentien asielzoekers in kasten en hokken en moesten ze er een twintigste bij hebben. Billy solliciteerde naar het au pairschap maar dat bleek bij een slechte Duitser te zijn die au pairs opkoopt en vermoordt. Een vuilnisemmer wordt omgedraaid over Dirk. Renee geeft Dirk een klap met een honkbalknuppel. Het is allemaal zo flauw dat ik denk dat ik iets heb gemist. Het is toch die vermaarde VPRO? Nu zie ik John Lanting's Theater van de Lach gekruist met het Werktheater maar dan veel warriger en wat mis ik Joop Admiraal.

Goede comedy staat of valt met grote talenten. De maker van Bed & Breakfast, Paul Ruven, heeft Filmpje in elkaar gezet, ook zo'n saaie slapstick, die een paar weken geleden op de Vara werd uitgezonden. De uitblinker was Rijk de Gooyer als maffia-don. Alleen al de onverstoorbare manier waarop hij een bord leegat, terwijl hij bevelen uitdeelde om mensen koud te maken. Hij nam zichzelf serieus, hij leek ergens op en daarom was hij zo lachwekkend.

Ook de Amerikaanse comedy Roseanne, om zes uur 's avonds bij de NCRV, moet het hebben van de spelers. De twee voorgangers Roseanne en haar man Dan zijn zo van de straat geplukt. Zij staan voor de gewone, dikke Amerikanen voor of achter de supermarktkassa. Een van die zeldzame blauwe-boorden-comedies, waar ook de hogere klassen een veeg uit de pan krijgen. Roseanne heeft waardeloze baantjes en schrikt niet terug voor uitspraken die niemand in het openbaar zou durven doen. “De kinderen zijn de deur uit naar school? Hehe, verander onmiddellijk de sloten!”

Ook als je er toevallig, zonder voorkennis inzapt, is de situatie direct herkenbaar. Het echtpaar spreekt de marihuanavoorraad aan van zoonlief - net als vroeger - en ze raken helemaal van de kaart. Als de zoon thuis komt, wordt de ouder-kind-verhouding omgekeerd. Roseanne en Dan proberen hun zwevende staat te verbergen, terwijl zoon uitlegt dat hij helemaal van het blowen af is. Er wordt heel wat afgeblowd in Amerika maar er rust een absoluut taboe op. Dergelijke thema's moeten ook in Nederland zijn te vinden.

Gisteravond maakte zoon D.J. een rit met de ouderlijke auto en eindigde hij in een greppel. De politie komt het melden. Meteen worden opvoedingsdogma's en plechtig verkondigde emancipatiedoctrines onderuitgehaald. Roseanne verkoopt D.J. een paar klappen op zijn achterste. Haar zus zegt woedend dat ze het gedrag van haar gewelddadige vader herhaalt. Roseanne besluit dat het delinquente gedrag van de zoon te wijten is aan haar lange afwezigheid thuis door de drukte in het koffiehuis, waar ze achter de bar staat. Op haar man Dan hoeft ze toch niet te rekenen. Ze verontschuldigt zich tegenover haar zoon voor de klappen met het halfhartige excuus dat ze zelf ook slachtoffer was van opa.

“Ik zal voortaan meer tijd met je doorbrengen”, belooft ze hem.

“Is dat dan mijn straf?”, is zijn reactie.