Senatoren eisen onderzoek; Centrale bank Italië stak geld in hedgefonds

ROME, 2 OKT. De Banco d'Italia, de Italiaanse centrale bank, blijkt ongeveer een half miljard gulden te hebben geïnvesteerd in het risicovolle Amerikaanse hedgefonds LTCM dat vorige maand van instorting moest worden gered. Enkele senatoren eisen een onderzoek.

De investeringen in Long Term Capital Managament liepen via het Italiaanse Wisselkoersbureau UIC, dat een deel van de valutareserves van de Italiaanse centrale bank beheert en wordt voorgezeten door de gouverneur van de bank.

Een eerste investering in het kapitaal van LTCM van 100 miljoen dollar, dateert uit mei 1994. Volgens de directeur van het UIC, Pierantonio Ciampicali, ging het om “een strategische investering voor een beperkt bedrag van één procent van de valuta-reserves, gedaan met het doel de kennis van beheer en technieken op financiële markten te vergroten en te profiteren van de professionele competentie van de deskundigen van LTCM”.

Ongeveer twee jaar geleden heeft het UIC bovendien een middellange-termijnlening van 150 miljoen dollar verstrekt aan LTCM. Het nieuws heeft veel opzien gebaard in Italië, gezien de directe band tussen het UIC en de centrale bank. Het is ongebruikelijk dat een centrale bank investeert in dergelijke risicovolle fondsen. Vijf senatoren van de regerende centrum-linkse coalitie hebben gisteren meteen om een onderzoek gevraagd. Een van de zaken die zij uitgezocht willen hebben is de rol van Alberto Giovannini, een voormalige medewerker van het ministerie van Schatkist die voor LTCM is gaan werken, maar ook lid is van de raad van bestuur van het elektriciteitsbedrijf Enel.

Ciampicali zei dat de investering begin 1994 was besproken in de raad van bestuur van het UIC, en voegde daaraan toe: “Niemand heeft zich verzet.” In de raad hebben ook zitting de gouverneur van de centrale bank, Antonio Fazio, en de directeur-generaal van de bank, indertijd Lamberto Dini, de huidige minister van Buitenlandse Zaken. Ciampicali wilde niet zeggen wie er precies aanwezig waren op de vergadering begin 1994.

Ciampicali bevestigde dat de investering van 100 miljoen dollar nu nog maar 50 miljoen waard was, maar zei dat hij er 120 miljoen dollar op had verdiend en dus toch met winst eindigde. De rente op de lening is volgens hem gewoon betaald. De affaire zet ook vraagtekens bij de situatie bij andere Italiaanse banken. De Banco Nazionale del Lavoro, die direct onder het ministerie van Schatkist valt, heeft laten weten “geen enkele open positie” bij LTCM te hebben.