Regering-Prodi in Italië wankelt

Het Italiaanse kabinet wankelt. De kleine communistische partij besluit dit weekeinde of zij haar steun aan premier Prodi zal opzeggen. Partijleider Bertinotti ziet geen uitweg meer uit de dreigende crisis.

ROME, 2 OKT. Gaan de communisten nu echt het eerste kabinet sinds de oorlog waarin links meeregeert ten val brengen? Fausto Bertinotti haalt zijn schouders op. Uiteindelijk zou dat goed zijn voor links, zegt hij laconiek. “Soms moet je één stap terug doen om twee passen vooruit te kunnen zetten.”

Hij heeft al vaker met een crisis gedreigd. De communisten zitten niet in het centrum-linkse kabinet dat in mei 1996 aantrad, maar bieden het extern steun. Tot nu toe heeft hij die steeds - vaak op het laatste moment - gegeven, maar “zo'n scenario is nu onwaarschijnlijk”, zegt Bertinotti in een gesprek. “Er is geen compromis mogelijk. We willen allebei een verschillende kant uit.”

De inzet is de begroting voor 1999. In zeven jaar heeft Italië niet zo'n gering bedrag aan bezuinigingen gekend. Nu het land toetreding tot de Economische en Monetaire Unie veilig heeft gesteld, zegt het kabinet, is er ruimte gekomen voor gerichte lastenverlichting, voor stimulering van de werkgelegenheid. Maar Bertinotti vindt dat er veel meer moet worden gedaan.

Bij de begroting van vorig jaar en het driejarenplan dat eind april is gepresenteerd, “was alles ondergeschikt gemaakt aan de euro,” zegt Bertinotti. “We hebben toen een compromis gesloten. Het kabinet stelde de economische parameters vast, wij zorgden ervoor dat er geen harde sociale ingrepen kwamen.”

“Omdat we toen een offer hebben aanvaard, hebben we nu het recht om eisen te stellen”, zegt hij. Maatregelen tegen de werkloosheid, nu 12 procent, staan daarbij bovenaan, zoals de vastlegging van de beloofde 35-urige werkweek in de begroting en een groot stimuleringsplan voor het achtergebleven zuiden. “We moeten hic et nunc een verandering vragen, en niet over drie jaar. Dan zitten er nog meer mensen zonder werk. We kunnen niet langer wachten. De sociale cohesie van ons land staat onder druk.”

Amendementen lossen volgens Bertinotti niets op. “Het is niet zo dat de begroting ontoereikend is, maar er blijft altijd wel iets te wensen. Het gaat er nu om dat de logica achter de begroting verkeerd is. Het is te veel een herhaling van de eerste periode, waarin de horizon volledig werd bepaald door 'Maastricht'.”

Prodi vestigt nu zijn hoop op Bertinotti's partijgenoot Armando Cossuta. Die vindt dat Bertinotti te hoog inzet en daarmee ook de vorig jaar al beloofde 35-urige werkweek in gevaar brengt. Als Cossuta en zijn aanhangers het kabinet steunen, is Prodi gered. Op de bijeenkomst van het Politiek Comité van de communistische partij zaterdag en zondag worden de koppen geteld.

Bertinotti is vol vertrouwen dat hij het pleit wint. Kunnen de communistische Kamerleden straks naar eer en geweten stemmen of legt de partij stemdiscipline op? “Als er een les is die wij als partij geleerd hebben uit ons verleden, dan is het dat er een grote open ruimte moet zijn voor discussie. Ik geloof in pluraliteit”, zegt Bertinotti. Maar niet binnen de Kamer van Afgevaardigden: “Een communistische partij kan niet een harlekijnspak aantrekken.”

Over de verschillende opties voor het geval een crisis werkelijkheid wordt, wil Bertinotti weinig kwijt. Maar hij is niet bang dat door zijn toedoen de rechtse oppositie onder leiding van mediamagnaat Silvio Berlusconi weer aan de macht komt.

Bertinotti gokt erop dat er geen nieuwe verkiezingen komen - een nieuwe electorale alliantie met de centrum-linkse Olijfcoalitie zou in dat geval onwaarschijnlijk zijn, waardoor de communisten veel zetels zouden verliezen. “Ik geloof niet in de ontbinding van het parlement”, zegt hij. “En in dit parlement kan rechts nooit een meerderheid krijgen.”

Bertinotti wil zich in feite aan de kiezers presenteren als de enige echte linkse leider. Hij kan dat het beste doen in de oppositie tegen een centrum-links kabinet dat vast zit aan de EMU-afspraken. Hij heeft geen belang bij verkiezingen, maar wel bij een crisis. Of er dan wel of niet een andere premier komt, desnoods ook met steun van kleine centrum-partijen, is voor die strategie niet zo belangrijk.

De winst van Schröder in Duitsland versterkt zijn idee dat in heel Europa een zwenking naar links mogelijk is. Voor Bertinotti betekent dat, schematisch: een neo-keynesiaans stimuleringsbeleid, met directe overheidsinterventie om werk te scheppen; direct ingrijpen in het “proces van accumulatie van rijkdom” bij burgers en bedrijven; geen ongedifferentieerde steun aan bedrijven, want dat is niet de beste weg om banen te scheppen; uitbouw van grote staatsbedrijven als post en spoorwegen als strategische instrumenten in het werkgelegenheidsbeleid.

“De echte keus voor de Europese sociaal-democraten moet nog komen”, zegt Bertinotti. “Of ze gaan echt hervormen, óf ze blijven alleen maar een alternatieve regering die in wezen net zo conservatief en neo-liberalistisch is als rechts.”

“Het is inderdaad mogelijk dat er na een crisis een minder goede regering komt,” zegt hij. “Maar dat mag geen overweging zijn voor ons. Je moet niet steeds kiezen voor het minst slechte, dat is geen politiek meer. In Zweden hebben de socialisten hun stemmen verdubbeld in de oppositie.”