Prettige dag verder

Aan de andere kant van het gangpad zat een echtpaar dat met behulp van handgebaren en Engelse en Duitse woorden een gesprek trachtte te voeren met een vrouw uit een Oost-Europees land die tegenover hen zat.

Na enig ja-geknik en nee-geschud, het noemen van enkele namen en het slaken van blijde uitroepen, stond voor de echtelieden vast dat de dame uit Hongarije afkomstig was.

Verrukt trachtte de echtgenote haar duidelijk te maken dat zij en haar man ooit in Boedapest geweest waren, en dat ze daar heel erg genoten hadden.

“Budapest schön, beautiful, bella”, zei ze en de Hongaarse knikte dankbaar en gaf op haar beurt te kennen dat ze Amsterdam ook schön had gevonden.

Het gesprek, dat door de man luidkeels gevoerd werd, waarbij hij opvallend vaak de term 'Jugendstil' gebruikte, kennelijk om blijk te geven van zijn culturele belangstelling en verstand van architectuur, bracht aan het licht dat de buitenlandse in Bloemendaal logeerde. Enkele minuten voordat die stopplaats bereikt was, maakte de controleur zijn opwachting.

Grote schrik tekende zich af op het gezicht van de Hongaarse toen bleek dat de kaart die zij toonde niet voldeed aan de eisen die aan een treinbiljet gesteld worden. Het was namelijk een strippenkaart, geldig voor bus en tram. Wat nu? De controleur wilde haar gewoon beboeten, maar zwichtte uiteindelijk voor het hartstochtelijk pleidooi dat de vrouwelijke helft van het echtpaar hield. Haar beroep op naastenliefde en clementie voor buitenlanders deed hem de nalatigheid onbeboet laten.

Toen hij uit zicht was, drukte de Hongaarse dankbaar beide handen van haar beschermvrouwe. Langs haar wang biggelde een traan. Even later was Bloemendaal bereikt.

De Hongaarse stond op. Bij de deur keerde ze zich om naar haar nieuwe kennissen.

“Prettige dag verder, en nog veel plezier”, zei ze, in zuiver Nederlands.

We bleven lichtelijk verbijsterd achter.