'Otje' komt op televisie; Vader is aardig, maar handig is hij niet

Otje is vanaf morgen elke zaterdagmiddag te zien op Nederland 1, 17.32-18.00u.

De vader van Otje heeft een groot probleem. Hij is een goeie kok, maar hij heeft geen papieren. Zodra hij een driftbui krijgt, kan zijn baas hem zómaar ontslaan. En dat gebeurt regelmatig, want de vader van Otje wordt vaak driftig. Als hij vindt dat hij oneerlijk wordt behandeld, gaat hij met eten gooien. Of, nog erger, met borden en potten en pannen. Dan wordt hij ontslagen en moet weer op zoek naar ander werk. Maar dat is moeilijk, want hij heeft nu eenmaal geen papieren.

Wie dit herkent, kent het boek Otje van Annie M.G. Schmidt, met de tekeningen van Fiep Westendorp. Ik vind het een prachtig boek, omdat er telkens dingen in gebeuren die je niet had verwacht. Het mooiste van alles is dat Otje eigenlijk degene is die haar vader steeds uit de moeilijkheden haalt. Die vader is heus een aardige man, die alles heel goed bedoelt, maar erg handig is hij niet. Het is maar goed dat hij Otje bij zich heeft. Ze is nog maar acht jaar, maar ze kan nadenken als de beste en ze heeft ook nog een andere bijzonderheid: ze kan met de dieren praten. En dieren, dat is bekend, hebben hun eigen manieren om problemen op te lossen.

Gelukkig ben ik lang niet de enige die van Otje heeft genoten. Het boek is al achttien jaar geleden geschreven, en het kreeg meteen de Gouden Griffel voor het beste kinderboek van dat jaar. Nog steeds wordt het elk jaar door heel veel mensen gekocht, en de komende weken worden dat er misschien nog wel veel meer. Vanaf morgen, aan het eind van de middag, komen Otje en haar vader namelijk elke week op de televisie. Van hun avonturen is een dertiendelige tv-serie gemaakt door de filmmaker Burny Bos en zijn dochter Tamara. Samen hebben ze de verhalen uit het boek gehaald en tot leven gebracht.

Het is heel moeilijk om zoiets te doen, en het kost veel geld. Alles wat Annie M.G. Schmidt heeft geschreven, moet je laten zien. Neem alleen hoe het boek begint: 'In de buurt van Hollebroek, aan een groen weggetje midden in de bossen ligt een klein hotel, De Koperwiek. Op die maandagmorgen in mei was het er doodstil. Er stonden geen auto's, behalve het oude bestelwagentje van de kok. De hond Boef lag te slapen op het terras en de dikke poes waste zich op de regenton.' Hoe kun je dáár nou een film van maken? Eerst moet je een hotel zoeken dat er een beetje Koperwiek-achtig uitziet. Als je pech hebt, moet je zo'n hotel misschien zelfs speciaal laten bouwen. Daarna moet je zorgen dat je zo'n bestelwagentje hebt. En een slapende hond is misschien nog wel te vinden, maar hoe krijg je het voor elkaar dat die kat zich net zit te wassen als jij klaar staat met de camera?

Burny en Tamara Bos hebben al die problemen moeten oplossen. Dat is heel goed gelukt, vind ik. Otje is op de televisie spannend en leuk tegelijk, net als het boek. De wereld van Otje en haar vader is een wereld geworden, waar ik best zou willen wonen - zo kleurig en zo grappig zien de huizen en de bossen en de weggetjes er allemaal uit. De dieren zijn poppetjes, maar ze hebben zulke mooie gezichtjes en ze bewegen zich zo echt, dat je dat meteen vergeet.

Natuurlijk hebben de filmmakers ook lang moeten zoeken naar een leuke Otje, want meisjes van acht zijn nu eenmaal geen toneelspeelsters, die gewoon in de adressenboekjes van de televisie staan, of in het telefoonboek. Maar volgens mij hebben ze beste Otje gevonden die er bestaat. In werkelijkheid heet ze Anne Rats, en ze is een echte Otje: met rommelig haar en een stralende lach. Toen de AVRO de serie laatst vantevoren liet zien aan alle medewerkers, wilde iedereen van haar weten hoe ze het had gevonden om Otje te spelen. “Ik moest zelf vaak nog het meeste lachen van iedereen,” zei Anne toen.

Maar wat zijn dat nou voor papieren die de vader van Otje niet heeft? Ik denk dat Annie M.G. Schmidt daarmee heeft bedoeld, dat grote mensen zich altijd geweldig druk maken over diploma's en vergunningen en reglementen, zonder zich af te vragen of dat altijd wel het belangrijkste is. Neem vader Tos: zo'n goeie kok, en toch geen werk omdat hij geen papieren heeft. Ik moest opeens aan meneer Gümüs denken, de Turkse kleermaker die een jaar geleden met zijn gezin terug moest naar Turkije. Hij was een heel goede kleermaker, en iedereen in Amsterdam wilde graag dat hij bleef. Maar hij moest weg, omdat hij de juiste papieren niet had. Mooi is dat, als je opeens tot de ontdekking komt dat er achter een leuk verhaal ook nog iets méér te bedenken valt.