Om steun aan Koerden; Confrontatie Turkije met Syrië dreigt

ANKARA, 2 OKT. Turkije lijkt af te steven op een militaire confrontatie met het buurland Syrië over de aanhoudende steun van Damascus aan de Koerdische Arbeiders Partij (PKK). Een Turkse generaal bezigt dreigende taal.

“Alleen de oorlog is nog niet aan Syrië verklaard”, citeren vanmorgen verschillende Turkse kranten de chef defensiestaf, Huseyin Kivrikoglu. De generaal reageert hiermee op de waarschuwing, gisteren, van president Süleyman Demirel, tijdens de opening van het parlementaire jaar, dat “Turkije tot tegenmaatregelen overgaat als Damascus de PKK blijft steunen”. PKK-leider Abdullah Öcalan opereert openlijk vanuit de Syrische hoofdstad, terwijl de Turks-Koerdische verzetsbeweging tevens over trainingskampen beschikt in het door Syrië gecontroleerde deel van de Bekaavallei in Libanon. “Ik verklaar nogmaals aan de wereld”, aldus Demirel, “dat we ons het recht voorbehouden om tot vergeldingacties over te gaan tegen Syrië, een land dat ondanks herhaalde waarschuwingen en pogingen tot vrede zijn vijandige houding tegenover ons niet heeft laten varen.” En de president voegde er dreigend aan toe: “Ons geduld raakt op.”

Verschillende bronnen in Turkije maken melding van troepenbewegingen langs de grens met Syrië. Volgens een militaire woordvoerder houden die evenwel verband met de NAVO-oefening in de regio, die vanuit de Turkse havenstad Iskenderun wordt gecoördineerd. Volgens andere berichten vandaag in de Turkse media zijn de militaire vliegvelden van Malatya en Diyarbakir - in het oosten en zuidoosten van het land - in verhoogde staat van paraatheid. Er wordt van een 'rood alarm' gesproken en van intensief overleg tussen de Turkse legerstaf en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De Turkse militaire dreiging tegen Syrië komt niet helemaal uit de lucht vallen, al hebben politici en leidinggevende militairen in Ankara nooit eerder zulke gespierde taal gebruikt. Het leger, dat sinds 1984 in een guerrilla-oorlog is verwikkeld met de PKK, beweert dat de rebellen in Turkije zelf niet kunnen worden verslagen, gezien de steun die de organisatie krijgt vanuit de regio, met name van Syrië. Damascus wordt voor een belangrijk deel zelfs verantwoordelijk gehouden voor de oorlog in het Koerdische zuidoosten, die Turkije inmiddels ruim 80 miljard dollar heeft gekost en de economie evenals de sociale structuur van het land (als gevolg van de stroom migranten uit deze regio) nadelig heeft beïnvloed. Bovendien bezorgt de oorlog tegen de Koerden Turkije internationaal een slechte naam. De legerstaf meent dat diplomatieke en politieke middelen tegenover Syrië nu zijn uitgeput en dat er effectievere methoden moeten worden gebruikt om het buurland op andere gedachten te brengen. Het algemene idee is dat Damascus maar eens moet boeten voor de materiele, logistieke en operationele steun aan de PKK.

Syrië vreest dat de Turkse dreiging ook wordt ingegeven door de steeds intensievere samenwerking op militair gebied tussen Turkije en Israël. Hoewel herhaaldelijk door beide landen is verklaard dat het pact tegen geen enkel land in het bijzonder is gericht, is duidelijk dat er een dreigende werking vanuit gaat tegen de gemeenschappelijk vijanden in de regio: Iran, Irak en Syrië. Dat laatste land zit nu tussen de bondgenoten ingeklemd.