Justitie onderzoekt wangedrag militairen

DEN HAAG, 2 OKT. Het openbaar ministerie in Arnhem stelt een onderzoek in naar mogelijke misdragingen door Nederlandse militairen tijdens vredesoperaties in Haïti en Cambodja.

Minister De Grave (Defensie) heeft de Tweede Kamer vandaag vertrouwelijk van het onderzoek op de hoogte gesteld. Het ministerie van Defensie wil niet zeggen waarvan de militairen worden verdacht. Ook is onduidelijk om hoeveel vredessoldaten het gaat. De Grave stuurde deze week een aantal dossiers over mogelijke misdragingen naar het OM in Arnhem. De minister vroeg na zijn aantreden deze zomer inzage in alle mogelijke belastende dossiers bij Defensie. De voorvallen die nu zijn gemeld, zijn al eerder binnen Defensie tegen het licht gehouden.

Het gaat om incidenten tijdens VN-missies in Cambodja (1992-'93) en Haïti (1994-'95), waarbij zowel mariniers als marechaussees werden ingezet. Het OM zal de komende tijd onderzoeken of de informatie van het ministerie van Defensie aanleiding vormt voor een strafrechtelijk onderzoek.

Het OM in Arnhem onderzoekt op dit moment al of er mogelijk strafbare feiten zijn gepleegd door Dutchbat-soldaten in Srebrenica. Zo wordt nagegaan of de Nederlandse militairen tijdens de val van de moslim-enclave zijn ingereden op burgers. Daarnaast onderzoekt het openbaar ministerie de verklaringen die Dutchbat-soldaten tijdens de zogenoemde debriefing in de zomer van 1995 hebben afgelegd, op mogelijk strafbare feiten. In het kader van het onderzoek zal onder anderen marechausseecommandant generaal-majoor D. Fabius worden gehoord.