Housen tussen het boerenantiek; Homokomedie van Alan Hollinghurst

Alan Hollinghurst: The Spell. Chatto & Windus, 257 blz. ƒ 46,90 (geb.) De Nederlandse vertaling verschijnt mei volgend jaar bij uitgeverij Atlas.

Vacuümgezogen lijken ze, de mannen van Alan Hollinghurst. In The Spell, zijn derde roman, bewegen ze zich in een wereld die beheerst wordt door seks en het verlangen naar blijvende liefde voor een andere man, met alle ambivalentie van dien. Daarbuiten lijkt er niet veel te zijn, en wat er is doet er nauwelijks toe; werk of niet-seksuele hartstochten of vriendschappen spelen een ondergeschikte rol. Seks drijft hen voort, liefde trekt hen aan. En de schrijver legt hun impulsieve bewegingen vast met de precisie van een vlinderverzamelaar.

De architect Robin Woodfield is de stugge spil van dit onderkoelde relatiedrama. Nadat zijn vriend aan aids is overleden, vestigt hij zich in een cottage op het Engelse platteland met zijn nieuwe minnaar, de nichterige snep Justin. De intrige komt op gang wanneer Justins afgewezen minnaar, de stijve, aarzelende Alex, een weekend op bezoek komt en valt voor Danny, de 23-jarige zoon van Robin uit zijn onverstandig vroege huwelijk, die toevallig ook homo is. Iedereen behalve Alex ziet dat zijn passie voor de even mooie als vlinderige twintiger tot mislukken gedoemd is; hijzelf, door Danny geïntroduceerd in de wereld van house en pilletjes, voelt zich tijdelijk herboren. Justin ondertussen, verveelt zich op het platteland, ondanks seksvertier met een plaatselijke schandknaap, die het vervolgens met alle andere personages aanlegt. Het plattelandskoppel gaat tijdelijk uit elkaar, de verhouding tussen Alex en Danny blijkt een misverstand dat niet meer kan worden rechtgezet. Maar na een kleine sprong in de tijd blijkt Alex op de valreep van de middelbare leeftijd toch een vriend gevonden te hebben die bij hem past: nu eens niet een onbetrouwbare tegenpool, maar iemand die op hem lijkt. Samen bekijken ze oude ruïnes en gaan ze naar de opera.

'A comedy of sexual manners' noemt de uitgever Hollinghursts roman. Dat klinkt me te vrolijk, want de toon van deze roman is bij vlagen wrang op het bittere af. In zijn eerdere boeken, The Swimming Pool Library en The Folding Star, liet Hollinghurst zich al zien als een vaak adembenemend stilist die moeite had een verhaal te vinden dat zijn proza waardig was. In The Spell lijkt de blik van de schrijver scherper dan het gezellige verhaaltje kan verdragen.

Het is duidelijk dat hij wil laten zien hoe een groepje hedendaagse, door-en-door geëmancipeerde homoseksuele mannen heen en weer geslingerd wordt tussen enerzijds de drang om zich te hechten, niet alleen aan een andere man maar ook aan een geordend leven vol vertrouwde dagelijksheid, en anderzijds de verleiding van de erotische roes. Hoewel Alex, Justin en Robin onderling hemelsbreed verschillen, worden ze alle drie geconfronteerd met de pijnlijke gevolgen van hun ambivalentie. Komisch wordt het wanneer het een voor het ander wordt aangezien, zoals de verwachting van Alex dat hij een levensvullende relatie met Danny is aangegaan, terwijl die voor hem tegelijkertijd het symbool is van het leven als een nooit ophoudende staat van bedwelming - van jeugd, seks, het gezochte onbewustzijn van housemuziek en designerdrugs. Bij Danny thuis waant Alex zich in de hemel: 'He had an impression of life as a party, as a parade of flash-lit hugs and kisses, in a magic zone where everyone was young and found to be beautiful.' Mooi, vol ingehouden hilariteit, is de scene waarin Danny zijn verjaardag viert in het idyllische plattelandshuisje en zijn stadsvriendjes opgepept staan te housen tussen het boerenantiek van zijn vader.

Maar de humor in The Spell werkt, anders dan de schrijver lijkt te willen, niet bevrijdend. Robin, Justin, Alex en Danny, je ziet ze spartelen, vastgepind door de priemende observaties van hun schepper. Meesterlijk legt Hollinghurst de emotionele zwaktes van zijn personages bloot, hun blinde vlekken en egocentrische manipulaties, vaak genoeg in een achteloze bijzin - meesterlijk, maar ook dodelijk. Grappig in deze komedie is niet wat er gebeurt, maar hoe het beschreven wordt; het is sardonische humor, waar je mondhoeken pijn van gaan doen.

Zo blijkt de kracht van deze roman onverwacht ook zijn zwakte. Wat aan de oppervlakte een wat sleetse nichtenfarce lijkt, vol doldwaze herkenbaarheid, krijgt reliëf door de ijzige observaties van Hollinghurst. Die ijzigheid behoedt The Spell voor het valse, opbeurende sentiment van zoveel homokomedies. Maar er gaat ook iets afwerends van uit. Alle drie de oudere mannen worden gedwongen hun leven eigenhandig richting te geven in een milieu waarin ouderdom en vergankelijkheid zo lang mogelijk gemeden worden. Die worsteling is zo nu en dan schrijnend invoelbaar, maar noodt vreemd genoeg niet tot empathie. Daarvoor bestaat een te grote afstand tussen de schrijver en zijn personages.

Hollinghurst lijkt dat zelf niet onder ogen te willen zien. In de laatste scène van de roman omarmen de mannen elkaar in een spontaan gebaar van vriendschap. Op dat moment wil hun auteur duidelijk ook zijn armen om hen heen slaan: in alle ontluistering van hun kleinzielige noden en driften, wil hij je laten zien, zijn ze toch niet zo kwaad, alleen maar heel erg herkenbaar menselijk. Je kijkt ernaar en houdt je handen in je zakken.