Het langzaamst

'Ik ben het langzaamste dier dat er bestaat', zei de slak.

'Ik ben ook heel langzaam', zei de schildpad.

'Maar ik ben veel langzamer', zei de slak. 'Veel en veel langzamer. Als ik van hier naar daarga' en hij wees naar een grasspriet, niet ver van de plaats waar zij stonden, 'dan duurt dat oneindig lang.'

'Maar ik ga helemaal niet naar daar', zei de schildpad, 'Ik sta stil.'De slak keek hem even donker aan. 'Ik sta ook stil', zei hij toen. 'Alleen sta ik veel langzamer stil dan jij.'

'Langzamer dan stilstaan bestaat niet', zei de schildpad.

'O nee? O nee?' zei de slak met een scherpe stem. 'Je hebt zeker nog nooit gehoord van haastig stilstaan of schielijk stilstaan?' 'Nee', zei de schildpad.

,Dat komt omdat je veel te vlug denkt', zei de slak.

'Ik denk helemaal niet vlug', zei de schildpad.

'Je denkt wel vlug', zei de slak en hij zwaaide met zijn steeltjes heen en weer. 'Pardon', zei hij toen en zat weer doodstil in het gras. 'Mijn soort stilstaan is in elk geval het langzaamste soort dat er bestaat.'

De schildpad dacht even na en zei toen: 'Wat jij doet is pochen.'

'Pochen?? Pochen??'riep de slak verontwaardigd. 'Wat is dát voor woord? Dat heb je zeker vlug even verzonnen!'Hij werd vuurrood en er sloeg een warme damp van hem af.

Maar de schildpad draaide zich om en liep langzaam weg.

'IJlings', riep de slak hem nog na. 'Zo loop je, schildpad. Verschrikkelijk ijlings!'

Maar de schildpad wenste hem niet meer te horen.