Gümüs even terug in Nederland

AMSTERDAM, 2 OKT. Nog een keer maakte de Turkse kleermaker Zekeriya Gümüs gisteren een tournee langs nationale en lokale radio- en tv-programma's. Op uitnodiging van uitgeverij Van Gennep was hij - door sommigen ironisch 'het nationale zeehondje' genoemd - in Amsterdam om de presentatie mee te maken van het boek over zijn leven: Een Turkse Kleermaker in Nederland van Parool-journalist Frenk der Nederlanden.

In een achterafzaaltje van cultureel centrum De Rode Hoed stond hij een handvol journalisten te woord. Geen chaotische taferelen meer van cameraploegen en fotografen die zich door ramen naar binnen wringen. Aan de woorden van de Turkse kleermaker hangt niet langer een acute politieke noodzaak. Gümüs was vooral 'de zaak-Gümüs': de geïntegreerde witte illegaal die speelbal werd in een bizar politiek spel en uiteindelijk het land moest verlaten. Daarom is de kleermaker ook zo blij met het boek. “Iedereen kent mij, maar niemand kent mij.”

Een jaar na zijn vertrek is op de persconferentie vooral vriendschappelijk gekout te horen. Wat hij nu het meeste mist in Turkije? En hoe het nu gaat met de voet van zijn oudste zoon Ramazan die na een ongeluk het middenvoetsbeentje van zijn grote teen brak? En of er spanningen in zijn huwelijk zijn? Zekeriyas zelf en zijn jongste zoon hebben zich al aardig aangepast in Karaman. Gümüs is een kledingzaak begonnen. Maar zijn vrouw en oudste zoon zijn verteerd door heimwee. “Ik begrijp best dat hij zich moet aanpassen,” zegt zijn vrouw Esmee in het boek over haar man. “Iedereen verwacht van hem dat hij zich als een echte Turk gedraagt. Maar ik laat me niet onderdrukken. Dan maar ruzie.”