Een vrouw met vele maskers; Marguerite Duras (1914 - 1995)

Laure Adler: Marguerite Duras. Gallimard Biographies, 627 blz. ƒ 66,65. De meeste vertalingen van het werk van Duras verschenen bij uitgeverij Van Gennep.

'Nee, ik heb Marguerite Duras niet aangegeven', schreef Jorge Semprun eind juni in Le Monde. Al twee maanden voor het verschijnen van de nieuwe biografie van de in 1995 overleden, wereldberoemde Franse schrijfster, verdedigde de Spaanse auteur zich tegen de onthullingen die het boek van de journaliste en historica Laure Adler zou bevatten.

Adler, die Duras persoonlijk kende en vele malen met haar over haar werk sprak, kreeg weliswaar geen officiële toestemming voor een biografie - Duras haatte het idee dat iemand anders over haar leven zou schrijven - maar wist zich na Duras' dood te verzekeren van de medewerking van haar naaste verwanten, onder wie haar enige zoon, Jean Mascolo. Ze bezocht alle plaatsen waar de schrijfster ooit woonde - van Vietnam tot Trouville -, spoorde nieuwe getuigen op en kreeg vrije beschikking over een archief dat de schrijfster vlak voor haar dood had toevertrouwd aan het Institut mémoires de l'édition contemporaine: achttien kartonnen dozen vol brieven, dagboeken, ongepubliceerde manuscripten, politieke traktaten, gedichten en recepten.

Het resultaat is een prachtige, evenwichtige, uitstekend leesbare biografie, die vooral respect afdwingt door de professionele wijze waarop de biografe haar objectieve, historisch getoetste levensbeschrijving plaatst naast de imaginaire, vele malen in haar boeken verbeelde werkelijkheid van Duras zelf. Al Duras' boeken gaan immers over haar leven. Haar vele tientallen romans, toneelstukken, scenario's en films dienden slechts één doel: haar leven te reconstrueren, steeds weer anders vorm te geven, 'verwarring te zaaien en bepaalde episodes uit haar leven te verbergen', aldus haar biografe. Adler noemt Duras een expert op het gebied van de autobiografie en de bekentenis. Maar dan wel één die erin slaagde iedereen in de door haar verzonnen leugens te laten geloven. Aan het eind van haar leven geloofde zij meer in het bestaan van haar romanpersonages dan in dat van haar vrienden en minnaars: 'De mensen uit mijn boeken zijn die uit mijn leven', aldus Duras. Wat aan haar verbeelding was ontsproten werd voor haar realistischer dan de werkelijkheid.

Eenzaamheid

Over Duras' traumatische jeugd in Frans-Indochina wisten we al veel uit boeken van Duras-specialisten zoals Alain Vircondelet, Aliette Armel en uit dat van haar vriendin Michèle Manceaux. Het wezenlijke is verweven in Duras' oeuvre zelf: de rivier de Mekong, de weidsheid van de Aziatische natuur, dood en eenzaamheid, liefde en verlangen, angst, haat en waanzin - de grote thema's uit haar werk. Maar wie Adlers indringende hoofdstuk leest over Duras' kinderjaren, over de terreur die de oudste zoon uitoefende in het uit elkaar gevallen gezin dat werd geteisterd door dood, ziekte en geldgebrek, begrijpt pas werkelijk hoezeer Duras' vlucht in het imaginaire, in het schrijverschap haar redding is geweest. De autoritaire, liefdeloze moeder door wie Duras haar leven lang werd geobsedeerd, komt uit Adlers archieven meedogenloos naar voren als een hoogmoedige, megalomane, onbeminde onderwijzeres, die voortdurend op de rand van de waanzin balanceerde. Zij schrok er niet voor terug haar dochter 'als het ware te verkopen' om te voldoen aan de dure grillen van haar perverse, gewelddadige zoon, aan wie zij exclusief haar liefde schonk. De Chinese hoofdpersoon uit Een dam tegen de Grote Oceaan (1959) en uit De minnaar (1984) was een welkome bron van inkomsten, zo begrijpt Adler uit een gesprek met de door haar in Sadec (Vietnam) opgespoorde neef van de bewuste Chinees. Het wereldberoemde, autobiografisch geïnterpreteerde liefdesverhaal, waarmee Duras fortuin maakte dankzij de prix Goncourt (1984), blijkt gebaseerd op een bijzonder ontluisterende realiteit, waarin ironisch genoeg niet erotiek maar geld de hoofdrol speelde. Dat is 'du Duras', schrijft Adler: enkele ingrediënten destilleren uit een waar gebeurd verhaal, ze aantrekkelijk maken of ze desnoods opnieuw verzinnen om aan het banale te ontsnappen en zo een mythe scheppen.

Ook in een andere troebele periode uit het leven van Duras schept Adler onbarmhartig helderheid, waarbij zij nauwgezet de verschillende getuigen citeert. Na haar rechtenstudie in Parijs trad Duras in 1938 in dienst van het ministerie van Koloniën en schreef er L'empire français, een kolonialistisch propagandawerk, waarvan zij later afstand nam. Van 1941 tot eind 1942 was zij secretaris van het door de Duitsers gecontroleerde Comité d'Organisation du Livre en selecteerde zij in die functie de boeken waarvoor papier ter beschikking werd gesteld. Zij had dus geen onbeduidend administratief baantje, zoals Duras zelf altijd had beweerd. 'Niet gehinderd door een politiek geweten', wilde zij vóór alles publiceren: Les impudents en La vie tranquille verschenen nog tijdens de oorlog.

Verzetsgroep

Pas in 1943 trad zij, samen met haar man Robert Antelme en haar minnaar Dionys Mascolo, toe tot de verzetsgroep van François Mitterrand. Hun woning in de rue Saint-Benoît, waar ook schrijvers en filosofen als Edgar Morin, Georges Leiris, Raymond Queneau, Georges Bataille, Elio Vittorini en David Rousset kind aan huis waren, werd gebruikt als ontmoetings- en onderduikadres. Na de deportatie van Robert Antelme - er zat een verrader in de groep - begon wat Pierre Péan in Une jeunesse française, zijn boek over François Mitterrand, aanduidde als de 'affaire Delval'.

In een poging via het Gestapo-lid Charles Delval te weten te komen waar haar man zich bevond, begon Duras een duistere relatie met deze man, die haar overigens weinig kon vertellen. Na de bevrijding nam zij deel aan martelingen bij zijn verhoor en het was haar getuigenis die leidde tot zijn executie. In dezelfde periode had Duras' minnaar, Dionys Mascolo, een relatie met de vrouw van Charles Delval en verwekte hij een kind bij haar. Duras heeft nooit geweten dat haar zoon een halfbroer had.

'Dit verhaal lijkt op een slechte roman', schrijft Adler, 'en toch is het waar'. Tot verbijstering en woede van de direct betrokkenen deed Duras in De pijn (1985) op aangrijpende wijze verslag van de terugkeer van haar man uit Buchenwald en liet Delval daarin als Rabier figureren. Niemand geloofde dat Duras deze tekst veertig jaar eerder had geschreven, totdat Adler in de haar ter beschikking gestelde dozen het bewijs daarvoor aantrof.

In zijn artikel in Le Monde anticipeerde Jorge Semprun op een andere delicate kwestie, die door Adler met de grootste zorgvuldigheid ter sprake wordt gebracht: die van Duras' breuk met de Communistische Partij in 1948. Semprun zou kritiek van Duras en haar echtgenoot op de partijleiding hebben doorgebriefd en daarmee hun schorsing hebben veroorzaakt - hetgeen Semprun ontkent. Aanleiding voor Adler om met kennis van zaken het hysterische politieke klimaat te schetsen in die naoorlogse jaren, zoals zij elders een boeiend beeld geeft van de blanke elite in Saigon, de vele filmopnames in het huis van Duras in La Neauphle of Duras' revolutionaire overtuiging in 1968.

Marguerite Duras was een vrouw met vele maskers, een schrijfster met een uit duizenden herkenbare stijl, een legende, een mythe, door de één bejubeld en door de ander verguisd. In het tweede deel van haar boek belicht Adler Duras als wereldster, als erkend schrijfster en cineaste. Ze analyseert ieder boek en iedere film, beschrijft de verandering van Duras' stijl en trekt ook hier steeds parallellen met haar leven. Duras raakt steeds meer overtuigd van haar genie en van haar eeuwige gelijk. Ze werd de vrouw die geen kritiek verdroeg, met niemand kon samenwerken en die uit jaloezie geen andere vrouwen in haar directe omgeving duldde. De narcistische vrouw die over zichzelf nog slechts in de derde persoon sprak. De alcoholica wier geheugenverlies leidde tot steeds nieuwe verzinsels. De bezitterige oude vrouw die het leven van haar laatste minnaar Yann Andréa volledig naar haar hand zette.

De andere kant

Het is de verdienste van de biografe dat de andere kant van Duras niet onderbelicht is gebleven: haar voortdurende, bijna ziekelijke hunkering naar liefde, haar onzekerheid, haar vrolijkheid en haar humor laat Adler niet onbesproken. Duras was ook de vrouw die haar eerste kind bij de geboorte verloor en daarna niet meer met diens vader verder kon. De strijdbare feministe, de 'passionaria' van de vrijheid. De kwetsbare vrouw die door al haar minnaars werd bedrogen. De vrouw die haar leven lang tevergeefs streed om de liefde van haar moeder en overleefde dankzij de literatuur. Schrijven was voor Duras de enige manier om zich met het leven en met het verleden te verzoenen. De enige manier om de werkelijkheid weer aan elkaar te koppelen 'uitgaande van een ontbrekende schakel'. Duras had Adler al van te voren gewaarschuwd: 'De geschiedenis van mijn leven bestaat niet'.