Een leuning op het dak

Dankzij het proces van Leen van Dijke schoot mij opeens een voorval binnen uit mijn jeugd. Ouderling Zevenhuizen, eigenaar van een aantal huurwoningen, klom op het dak van één van zijn panden om te controleren of zijn huurder terecht over lekkage geklaagd had, en tuimelde ervan af. Hij was op slag dood. Nog voor zijn begrafenis zei broeder Pons dat de dood van Zevenhuizen een straf van God was omdat de ouderling zich niet aan al Gods' geboden had gehouden. Immers, in Deuteronomium 22 vers 8 stond glashelder: 'Wanneer gij een nieuw huis zult bouwen, zo zult gij op uw dak een leuning maken, opdat gij geen bloedschuld op uw huis legt, wanneer iemand vallende daarvan afvalt.'

Op alle door Zevenhuizen neergezette huurwoningen ontbrak zo'n leuning. Daarom had God een teken gegeven en hem van één zijner eigen daken laten neerstorten. Broeder Pons, zelf toevallig aannemer, sleepte vervolgens diverse opdrachten binnen om leuningen, balustrades en borstweringen op Gereformeerde daken aan te brengen. Inderhaast werd zelfs de bouwtekening van de reeds aanbestede Immanuëlkerk aangepast. Ook die preekschuur is thans uitgerust met een witte balustrade op de rand van het dak.

Volgens Leen van Dijke hebben christenen een geweldig kwalijke eigenschap ontwikkeld. 'We brengen ten onrechte gradaties aan in Gods geboden. Alsof je erg en minder erg hebt.' Ik ben het geheel met van Dijke eens. Tientallen, misschien zelfs honderden bijbelse geboden worden door hedendaagse christenen volledig veronachtzaamd of soepeltjes weggewuifd. Laatst nog schreef ik over het Paulinische gebod voor de vrouw om bij kerkgang een hoed te dragen 'vanwege de engelen.' Niemand houdt zich daar nog aan. Ook zijn er nog nauwelijks christenen te vinden die op hun huizen borstweringen laten aanbrengen, ondanks het zeer duidelijke gebod van God. Ik maak me zelfs sterk dat ook op het huis van Leen van Dijke zo'n borstwering ontbreekt, maar hij zal zelf de eerste zijn om toe te geven dat hij een groot zondaar is. In datzelfde hoofdstuk van Deuteronomium staat (vers 12): 'Gij zult geen kleed van gemengde stof aantrekken, wollen en linnen tegelijk.' Ook alweer zo'n duidelijk gebod van God waar geen christen zich vandaag de dag nog aan houdt. Waarschijnlijk zelfs de vrouw van Leen van Dijke niet. Uiteraard is het moeilijk om, als je nooit ploegt, als christen het gebod te overtreden: 'Gij zult niet ploegen met een os en een ezel tegelijk' (Deuteronomium 22 vers 10), maar ik wed dat er heel veel christenen zijn die niet eens weten dat er zo'n gebod in de bijbel staat. Noch ook dat er in hetzelfde hoofdstuk staat: 'Gij zult uw wijngaard niet met tweeërlei bezaaien, opdat de volheid des zaads dat gij zult gezaaid hebben en de inkomst des wijngaards niet ontheiligd worde.' En welke christen houdt zich nog aan het gebod: 'Geen bastaard zal in de vergadering des Heeren komen, zelfs zijn tiende geslacht zal in de vergadering des Heeren niet komen.' (Deuteronomium 23 vers 2). Als Christenen zich hieraan hielden, kon niemand meer ter kerke gaan want iedereen heeft wel een bastaard in zijn voorgeslacht. En wat te denken van het gebod (Deuteronomium 23 vers 18): 'Gij zult geen hoerenloon of hondengeld in het huis des Heeren brengen ter vervulling van een of andere gelofte, want deze beide zijn den Here, uw God een gruwel.' Houden christenen zich daar nog aan? Doen ze echt nooit hondengeld in de collectezak? Ze weten niet eens dat dat ten strengste verboden is!

Een heel merkwaardig gebod van God in hoofdstuk 22 van Deuteronomium vind je in vers 6: 'Wanneer voor uw aangezicht een vogelnest op de weg voorkomt, in eenigen boom of op de aarde, met jongen of met eieren, en de moeder zittende op de jongen of op de eieren, zo zult gij de moeder met de jongen niet nemen, gij zult de moeder voorzeker vrijlaten, maar de jongen zult gij voor u nemen, opdat het u wel ga en gij de dagen verlengt.' Weinig christenen, zo is mijn ervaring, weten dat er zelfs bijbelse voorschriften gelden ten aanzien van het uithalen van vogelnestjes!

Mij is nog onlangs toen ik in mijn vaderstad signeerde, een ander gebod van God uit datzelfde hoofdstuk van Deuteronomium, met klem door een dominee op het hart gedrukt: 'Het kleed eens mans zal niet zijn aan eene vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den Heere uwen God een gruwel.' Ik mag aannemen dat de vrouw van Leen van Dijke op grond van dit gebod nooit een broek draagt. Of zou in zijn huis wellicht toch ook sprake zijn van 'gradaties in Gods' geboden.'? Is hij toch wat soepeler ten aanzien van het uithalen van vogelnestjes en hondengeld dan ten aanzien van homoseksualiteit?

Van één van Gods' geboden weet ik, op grond van de televisiebeelden van Leen van Dijke, in ieder geval heel zeker dat hij zich er niet aan houdt. In Numeri 15 staat dat je gedenkkwasten moet maken aan de hoeken van je kleren, en dat 'in deze gedenkkwasten een blauw purperen draad verwerkt moet zijn.' Ik heb die gedenkkwasten niet waargenomen aan de rand van zijn colbert, noch ook bij zijn broek, laat staan die blauw purperen draad. En toch staat er ook in Deuteronomium 22 heel duidelijk: 'Snoeren zult gij maken aan de vier hoeken van uw opperkleed, waarmee gij u bedekt.'

Misschien dat Van Dijke hiertegen in zou willen brengen dat het hem vooral gaat om de Tien Geboden en niet om al die andere geboden uit Deuteronomium en Numeri. Hij beroept zich bij zijn veroordeling van homoseksualiteit ook steeds op het zevende gebod, ofschoon daarin niets anders staat dan Gij zult niet echtbreken. Over homoseksualiteit wordt daarin niet gerept.

Hoe het ook zij: Van Dijke zelf overtreedt vrijwel dagelijks het grote gebod: 'Gij zult u geen gesneden beeld maken.' Tot op de dag van vandaag zijn er orthodoxe joden die, volkomen terecht (want ook elders in de bijbel wordt het maken van afbeeldingen in krachtige bewoordingen afgekeurd) van mening zijn dat het dus verboden is om jezelf te laten portretteren dan wel fotograferen. Van Leen van Dijke zie ik echter overal foto's. Hij maakt dus zelf ook gradaties in Gods geboden en lapt het gebod Gij zult u geen gesneden beeld maken volledig aan zijn laars.

Waarom zou iemand die zichzelf laat fotograferen beter zijn dan een dief?

Als je je vandaag de dag in al je handelen nog steeds wilt laten inspireren door de barbaarse ethiek van enkele, permanent aan zonnesteek lijdende, geschifte schaapherders, dan moet je ook écht consequent zijn, dan moet je niet alleen zo'n gruwelijk voorschrift als Deuteronomium 20 vers 13 ('Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben met vrouwelijke bijligging, zij beiden hebben een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen') onder de aandacht brengen, maar ook al die andere geboden uit de bijbelboeken Numeri en Deuteronomium en Leviticus. Dan kun je er niet onderuit om een blauw purperen draad in je stropdas te laten weven en met je heel voorzichtig zijn met hondengeld.