De dominee en zijn dubbelganger

Charles Johnson: Dreamer. A Novel. Scribner, 236 blz. ƒ 58,65 (geb.). De Nederlandse vertaling door Paul Syrier (Dromer) is verschenen bij Vassallucci. ƒ 39,90

Charles Johnson geeft vanavond, 2 oktober, een lezing over 'Dreamer', waarna hij in het openbaar zal worden ondervraagd. Amsterdam, De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen.

“Zwarte schrijvers moeten zich niet beperken tot de protestroman,” zei Charles Johnson zes jaar geleden in een gesprek met deze krant. De in 1949 geboren Amerikaan had net als derde zwarte auteur in de geschiedenis de National Book Award gewonnen met de briljante filosofische avonturenroman Middle Passage (Slavenroute), maar verzette zich tegen een rol als spreekbuis voor de 'Black Experience'. “Niemand wordt 's morgens wakker en denkt: Ik ben zwart, ik word onderdrukt. Je denkt: wat heb ik in huis voor het ontbijt?”, aldus Johnson, die onderstreepte dat er “miljoenen andere verhalen” te vertellen zijn.

Met één van die verhalen was hij in 1992 al bezig: een roman over Martin Luther Kings body doubles, de dubbelgangers die - zo werd gezegd - de taken van de dominee-activist overnamen als hij op een openbare bijeenkomst verhinderd was of voor zijn leven vreesde. “Een onderwerp als dit biedt onverkende mogelijkheden”, zei Johnson, en misschien was juist dat de reden dat het nog zes jaar duurde voordat Dreamer in Amerika - en nu in Nederland - verscheen.

Dreamer draait inderdaad om een dubbelganger van King: Chaym Smith, een voormalige rouwdouw die op een dag in 1968 zijn diensten aanbiedt aan de man op wie hij als twee druppels water lijkt. Zijn motieven zijn dubbelzinnig: aan de ene kant bewondert hij 'MLK', aan de andere kant is hij jaloers op diens aanzien en roem. 'Ik wil een klein stukje van wat de goede dominee in overvloed heeft,' zegt hij tegen Matthew Bishop, de gefrustreerde assistent van King die Smith moet klaarstomen als stand-in. Het is een ironische opmerking, want Smiths baan is niet zonder gevaar: rassenrellen doen Chicago branden en de haat in rechtse kringen tegen dominee King is op zijn hoogtepunt.

Drie belangrijke personages treden in Dreamer op: de mysterieuze Smith, de schuchtere Bishop (die het verhaal in de ik-vorm vertelt), en de bovenmenselijk vrome King, die door middel van tussengevoegde en cursief gezette innerlijke monologen wordt voorgesteld als een eeuwige twijfelaar. Maar de meeste aandacht trekt Smith. Net als de hoofdpersoon uit Middle Passage houdt hij het midden tussen een filosoof en een sluipmoordenaar; hij citeert Husserl en de klassieke Indiase denkers, maar kan net zo goed vuilbekken en agressief uit de hoek komen.Verontrustender voor Bishop is Smiths cynische houding tegenover de idealen van Burgerrechtenbeweging. Altruïsme en solidariteit zijn zinloos, want 'being just good doesn't get you to heaven'. Geweldloos verzet is onproductief, want 'er zijn twee soorten mensen in deze wereld: roofdieren en prooien. Lions and lunch.' En integratie is onhaalbaar, want zwarten zijn van nature tweederangs burgers, outcasts die afstammen van Kaïn, die zijn broer uit jaloezie doodde: 'Envy,' zegt Smith provocerend, 'is the Negro disease.'

Chaym Smith, die Bishop het leven redt tijdens de rellen in Chicago en op andere momenten getuigt van compassie met zijn zwarte broeders, is meer de advocaat van de duivel dan de duivel zelf. Maar gaandeweg blijkt dat Johnson hem heeft bedoeld als een Kaïn-figuur, de realistische tegenpool van de idealistische Abel, Martin Luther King. Smiths voornaam suggereert dat al, maar hij is zich zelf ook van die bijbelse parallel bewust. Waarom, zo vraagt hij zich af, is zijn schijnbare tweelingbroer, de vereerde dominee King, geboren met een zilveren lepel in zijn mond en overladen met zegeningen, terwijl hij heeft moeten vechten tegen armoede en nooit aflatende tegenslagen?

De willekeur van God is maar een van de vele (religieus-)filosofische kwesties die Charles Johnson in Dreamer aansnijdt; zijn personages mijmeren en discussiëren over goed en kwaad, wit en zwart, recht en onrecht. Dat dat een goede roman niet in de weg hoeft te staan, bewees Johnson in het even spannende als prikkelende Middle Passage. Maar in zijn nieuwe boek zitten de filosofische uitweidingen zowel de voortgang van het verhaal als de karakterisering van de personages in de weg. Dreamer leest nu eens als een theologisch tractaat en dan weer als een geëngageerd leerstuk over de maatschappelijke crisis waarin Amerika aan het eind van de jaren zestig terechtkwam. De stijl is - vooral in de dialogen - te boekig en hoogdravend, en de plot is traag en uiteindelijk larmoyant. Wie doodde dr King? vraagt Bishop zich af tijdens de begrafenis van de op 4 april 1968 vermoorde dominee. De CIA, de FBI, Chaym Smith misschien (die enkele weken voor het fatale schot in Memphis op raadselachtige wijze verdwenen is)? 'We all did' luidt de conclusie, want zowel zwart als blank weigerde naar hem te luisteren. Zoals de Rolling Stones al zongen in 'Sympathy For The Devil': 'After all, it was you and me.'

Er mankeert nogal wat aan Dreamer. Te veel om te kunnen genieten van wat wel geslaagd is: de sarcastische monologen van Smith, de lyrisch-bijbelse retoriek van sommige passages, en vooral de mooi gestileerde gedachtestromen van King, die zijn gewelddadige dood voelt aankomen en zich teleurgesteld realiseert dat het streven naar geweldloze verandering is uitgelopen op een bloedige strijd tussen de rassen. Misschien had Charles Johnson zich in zijn boek meer op King, de Dromer uit de titel, moeten concentreren. Nu lijkt het of hij niet heeft kunnen kiezen tussen de 'onverkende mogelijkheden' die hij zes jaar geleden voor zich zag.