Bomkraters van Ieper

Richard Heijster: Ieper 14/18. Lannoo, 280 blz. ƒ 49,50

Het gas voegde een nieuwe nachtmerrie toe aan de Eerste Wereldoorlog. Na het moordend vuur van de mitrailleurs, de prikkeldraadversperringen en mijnenvelden, kwamen nog de vlammenwerpers, de dagen- tot wekenlange artilleriebeschietingen en tenslotte de tanks. Tijdens de gevechtspauzes hadden de soldaten ratten, luizen, voetrot en snipers te verduren.

Al in 1914 hadden de Duitsers tegen de Russen xylyl- en xylyleenbromide ingezet. Maar door de koude was het gas toen niet verdampt en het effect was nihil. Wel waarschuwden de Russen hun bondgenoten dat de Duitsers strijdgassen aan het uittesten waren, maar de boodschap werd genegeerd. De Duitsers zetten bij Ieper in België voor het eerst op grote schaal aan het westelijke front strijdgas in. Op 22 april 1915 werden de kranen van de gascilinders opengedraaid. Een bruin-gele wolk dreef naar de stellingen van de Zouaven en Tirailleurs van de 45ste Algerijnse Divisie, onderdeel van de Franse troepenmacht. Onder de troepen tussen Steenstraat en Langemark brak een enorme paniek uit. Massaal vluchtten ze richting Boezinge. De gasaanval sloeg een bres van zes kilometer in de geallieerde stellingen. Dit plotselinge succes hadden de Duitsers niet voorzien. Om de terreinwinst te consolideren, hadden ze reservetroepen moeten inzetten, maar daarvoor had het opperbevel niet gezorgd.

Richard Heijster is er met Ieper in geslaagd de Eerste Wereldoorlog te doen herleven. Hij heeft een klein gebied in Vlaanderen tot uitgangspunt genomen en dat gebied gemaakt tot symbool van even massaal als zinloos geweld. Meer dan negentig jaar na dato kan de oorlog ons nog steeds verbijsteren. Neem de macabere veldslag bij Langemark, eind oktober 1914. Toen sloegen de geoefende troepen van het British Expeditionary Force een vier dagen durende aanval van duizenden Duitse kindsoldaten af. Ongetrainde scholieren en jonge studenten marcheerden zingend hun dood tegemoet. De slag ging de geschiedenis in als 'de Kindermoord bij Ieper'.

Of de 'Mijnenslag bij Mesen'. Op negentien plaatsen waren onder de Duitse stellingen tunnels gegraven en met springstoffen gevuld. 7 Juni 1917 werden zij tot ontploffing gebracht. Nog nooit was er in de geschiedenis zo'n zware explosie geweest. De kroonluchters in Buckingham Palace trilden ervan. Het zou tot Hiroshima duren voordat een grotere vernietigende kracht zou worden ervaren. Niet eens alle mijnen waren ontploft, in 1955 ging er nog één af, zonder slachtoffers dit keer.

Achteraf is het makkelijk je te verbazen over de zinloosheid en de massaliteit van het geweld. Maar keer op keer ondernamen Duitsers en geallieerden acties waarvan zij de consequenties ook niet kónden overzien. Nooit eerder waren acties van deze omvang op het strijdtoneel ondernomen. Zoals tijdens de derde slag bij Ieper, juli-november 1917. De Britten bombardeerden de Duitse loopgraven toen met zo'n ongeëvenaard geweld, dat het in de loop der eeuwen ontwikkelde afwateringssysteem, in het door de Duitsers bezette gebied, totaal werd ontwricht. Het gevolg was dat er een onbegaanbaar terrein ontstond. Voertuigen zakten weg in de modder, soldaten verdronken in kratermeren, van een reguliere militaire opmars kon geen sprake meer zijn.

In het Nederlandse geheugen neemt de Eerste Wereldoorlog geen plaats van betekenis in. Toch is deze episode ook voor onze geschiedenis van belang geweest. Zo maakte de Nederlandse economie een aanzienlijke opleving door en dreigde even, na de Duitse nederlaag, een gewapend conflict tussen Nederland en België. Heijster heeft daaraan een intrigerend hoofdstuk gewijd. Het boek bevat naast vele foto's en enkele goede kaarten ook een uitstekende index.