Audi's 'Ritorno' is nog steeds zijn beste

Voor de derde en laatste keer gaat deze maand in het Amsterdamse Muziektheater Monteverdi's Il ritorno d'Ulisse in patria in de productie van Pierre Audi. In 1990 legde dit Nederlandse regiedebuut van Pierre Audi de basis voor een 'Amsterdamse' operastijl met als constanten: weinig uiterlijkheden, scherpe profilering van personages, intense dramatiek, tijdloosheid en verwijzingen naar de oerelementen water, aarde, vuur en lucht - het laatste in de vorm van zingen.

Il ritorno d'Ulisse in patria, het verhaal over de thuiskomst van Odysseus na de Trojaanse oorlog en de moord op de belagers van zijn standvastige vrouw Penelope, was ook internationaal succesvol: na New York (1993) en Los Angeles (1997) zal die in 1999 ook nog worden vertoond in Sydney. Dat gastoptreden van de Nederlandse Opera betekent het eerste bezoek na de Tweede Wereldoorlog van een buitenlands operagezelschap aan deze stad met een van de beroemdste operagebouwen ter wereld.

Sinds de Ritorno heeft Audi, sinds tien jaar de artistiek leider van de Nederlandse Opera, in Amsterdam twintig andere operaproducties gemaakt. Veelal gebeurde dat volgens dezelfde sobere principes, soms met veel meer theatertechniek, zoals in Der Ring des Nibelungen. De helft van het huidige operaseizoen bestaat zelfs uit ensceneringen van Pierre Audi, die eind deze maand ook nog Racine's Bérénice regisseert bij Het Zuidelijk Toneel.

De kracht van Il ritorno d'Ulisse in patria, slechts geëvenaard in Wagners Die Walküre, is nooit meer echt overtroffen, ook niet in de andere uitstekende afleveringen van Audi's Monteverdi-cyclus. De NPS voltooit met opnamen van deze reprise ook de vastlegging voor tv van deze bijzondere reeks opera's - volmaakte meesterwerken uit de eerste decennia van het bestaan van het vierhonderd jaar oude kunstgenre opera.

De tweede reprise van Il ritorno d'Ulisse in patria, instrumentaal en vocaal vaak indrukwekkend gerealiseerd onder leiding van bewerker Glen Wilson, brengt Anthony Rolfe Johnson (Ulisse) en Graciela Araya (Penelope) terug. Ook Christopher Gillett en de altijd opmerkelijke Jaco Huijpen zongen eerder in deze voorstelling, naast Marc Tucker en de onvergelijkelijke Alexander Oliver in zijn glansrol van Iro. Nieuw in Ritorno zijn Toby Spence (Telemaco), Adrian Thompson (Eumete) en verder Brian Asawa en Machteld Baumans in kleine rolletjes.

Wat na de vier afleveringen van Der Ring des Nibelungen, extra opvalt in Il ritorno d'Ulisse in patria, is dat de rol van de Griekse goden bij Homerus zoveel beslissender is dan die van de Germaanse goden bij Wagner. Hun onderlinge rivaliteit, die ze met de mensen als schaakstukken uitvechten, gaat bovendien schaamteloos ver. Dat is overigens in de Ilias veel meer het geval dan in de Odyssee, waarop de Ritorno is gebaseerd. De Germaanse goden vervallen tot onbenullige slachtoffers van hebzucht en andere lage vormen van menselijk gedrag. De Griekse goden, hoe menselijk ze ook lijken, blijven altijd superieur. Aan het slot van de Ring verbrandt het Walhalla, aan het eind van de Ritorno is het 'lang leve de Olympus'.