André Gide: Retour de l'URSS, 1936

André Gide: Retour de l'URSS (1936). Gallimard-Biblos, 1993, ƒ 12,25

André Gide (1869-1951) heeft altijd een duidelijke opvatting gehad over de maatschappelijke betrokkenheid van zijn schrijverschap. Politieke kwesties interesseerden hem weinig: 'Ze lijken me minder belangrijk dan de sociale problemen, de sociale minder belangrijk dan de morele vraagstukken.' Hij was er zich sterk van bewust dat hij een zeer bevoorrecht mens was, opgegroeid in een materieel en intellectueel welgesteld milieu, en juist daardoor allerminst onverschillig voor wat hij om zich heen zag. Dat droeg ertoe bij dat er nauwelijks schrijvers te noemen zijn die in het interbellum in Frankrijk meer politieke opschudding hebben verwekt dan hij.

Zo stelde hij in 1924 met Corydon het taboe op de homoseksualiteit aan de orde en bevatten zijn reisverslagen Le Voyage au Congo (1927) en Le Retour du Tchad (1928) zulke ongehoord scherpe aanklachten tegen de situatie in de Franse koloniën dat zij aanleiding werden tot parlementaire debatten. Dit alles werd nog overtroffen door de uitwerking van het verslag van zijn reis door de Sovjet-Unie in 1936, Retour de l'URSS.

In het begin van de jaren dertig had Gide warme sympathie voor het Sovjet-communisme gekregen. Hij was onder de indruk van het contrast tussen de chaos en ellende die toen door de sociaal-economische crisis in het Westen werden teweeggebracht en de ogenschijnlijk rationele economische opbouw door middel van het eerste Vijfjarenplan in de Sovjet-Unie. De lofzangen op de culturele opbloei die daaruit zou voortspruiten nam hij serieus. Hij hoopte er 'een staat zonder religie en een samenleving zonder scheidsmuren' te zien ontstaan. Maar pas nadat Hitler in Duitsland de macht had gegrepen, ging Gide - als zo velen die Europa vijftien jaar na de Eerste Wereldoorlog opnieuw door massaslachtingen zagen bedreigd en niet dadenloos wilden toezien - in op uitnodigingen deel te nemen aan gemeenschappelijke politieke acties met de communisten.

Moskou nodigde de gezaghebbende schrijver uit voor een bezoek, voor wat hij zelf zag als 'een verblijf op deze onmetelijke grond die in barensnood ligt' en 'aanwezig zijn bij de bevalling van de Toekomst'. Gide aarzelde wel en stribbelde enige tijd tegen, maar nadat Ilja Ehrenburg hem verzekerde dat hij als reisgezellen mocht meenemen wie hij wilde, nam hij de invitatie aan. Van 17 juni tot 22 augustus 1936 bezocht hij samen met twee Franse schrijvers, een uitgever en een journalist en met één Nederlander, zijn vriend Jef Last, Moskou, Leningrad, de Krim en de Kaukasus. Op hun verzoek vonden ontmoetingen plaats met toen al zeer omstreden kunstenaars: de cineast Eisenstein en de schrijver Boris Pasternak. Partijleider Boecharin, op last van Stalin kort daarop gearresteerd en na een berucht showproces vermoord, deed eigener beweging een poging om Gide onder vier ogen te spreken, maar ze werd verijdeld.

Hoewel de hongersnood en de terreur die op dat moment in de Oekraine woedden Gide niet eens bekend waren, lijkt hij ook in de meest welgestelde regio's toch het meest te zijn geschokt door de schrijnende sociale tegenstellingen tussen de nieuwe burgerij die uit de partij- en staatsbureaucratie ontstond - en zich naar zijn mening 'absurde, immorele, a-sociale' privileges toeëigende - en de ellende van de arbeidersmassa's, bij voorbeeld in de olie-industrie, die er sinds de revolutie van 1917 allerminst op vooruit waren gegaan.

Ook het conformisme en de serviliteit van de nieuwe heersende klasse ('Dat Stalin altijd gelijk heeft, betekent, dat Stalin ook altijd gelijk krijgt') en de arrogante betweterigheid tegen over buitenlanders, vervulden hem met weerzin. In zijn reisverslag citeerde hij Dode zielen van Gogol uit de negentiende eeuw: 'Velen onzer, vooral onder de jongeren, verheerlijken de Russische deugden bovenmatig; in plaats van deze bij zichzelf te ontwikkelen, hebben ze maar één gedachte: te pronken met deze deugden, en Europa toe te roepen: Ziet, vreemdelingen, wij zijn beter dan gij! Deze grootspraak is afschuwelijk gevaarlijk. Ik voor mij, ik heb nog liever een tijdelijke moedeloosheid dan die zelfgenoegzaamheid.' Gide constateerde dat dergelijke achterlijke grootspraak in de als vooruitstrevend en internationalistisch beschouwde Sovjet-Unie werd aangewakkerd.

Voor hij besloot zijn ervaringen en kritiek openbaar te maken, beraadde hij zich in Parijs met zijn medereizigers. Ze wezen publicatie van Retour de l'URSS af uit vrees voor de politieke gevolgen in verband met de in die dagen uitgebroken burgeroorlog in Spanje. Tot dan toe bood alleen de Sovjet-Unie steun aan de Spaanse democratie tegen de oprukkende Falangisten van Franco. Jef Last beijverde zich het sterkst Gide tot zwijgen te bewegen. 'Gide heeft detailkritiek uitgebracht op kwesties van psychologische en artistieke aard, daarbij echter heeft hij de ontzaglijk belangrijke positieve overwinningen van de Sovjet-Unie met hun wereldbewegende betekenis volkomen vergeten. (...) De zwaarste aanklacht tegen Gide moet de vreugde zijn waarmee dit boek aan de overkant van de loopgraven wordt gelezen.'

Gide kiest echter voor de rode draad die hij in zijn oeuvre wenst aan te houden: oprechtheid tegenover hypocrisie. Er valt ook niets te betreuren als men een illusie kwijtraakt die op leugens blijkt te zijn gebaseerd. Gide benadrukt in gesprekken met zijn vrienden dat de revolutie waarvan men droomde door Stalin is verraden en niet door hem. Het gemeenschappelijk antifascisme weerhoudt hem er niet van als één van zijn conclusies ook te publiceren: 'Ik betwijfel of er op dit moment een land bestaat, zelfs het Duitsland van Hitler, waar de geest minder vrij, nog meer gebukt onder dwang, angstiger en geterroriseerder en nog afhankelijker is.' In kleine kring was Gide nog scherper: 'Men bouwt niets degelijks op basis van leugens. Het komt er op aan de dingen te zien zoals ze zijn: het volk is in de Sovjet-Unie vandaag ongelukkiger dan ze ooit zijn geweest, ongelukkiger en minder vrij dan in welk ander land ook.'

Alle communistische partijen bleven Retour de l'USSR volledig doodzwijgen. Pas toen Gide daartegen in opstand kwam en in juni 1937 zijn Retouches à mon Retour de l'URSS publiceerde (dat was een op de gebieden van cultuur, economie, emancipatie, democratie en justitie nauwgezet gedocumenteerd antwoord op de kritiek op zijn boek die was geuit in persoonlijke brieven en discussies binnen de Vereniging van Vrienden van de Sovjet-Unie en de communistische jeugdbeweging) werd het propagandavuur op hem geopend. Ilja Ehrenburg verketterde Gide in de Sovjet-pers als een 'huilebalk en kwaadaardige oude man' die 'een nieuwe bondgenoot van de fascisten' was geworden. In de Communistische Internationale werd het stempel 'agent van de Gestapo' op hem gedrukt.

André Gide had in het Voorwoord van zijn Retour de l'URSS er al bij voorbaat op geantwoord: 'Zij, wier goedkeuring ik mocht oogsten, toen ik in Congo de goeverneursauto verliet, om te pogen met allen en een ieder in onmiddellijke aanraking te komen teneinde mij volledig op de hoogte te stellen - zullen zij mij verwijten dat ik in Sovjet-Rusland niet minder zorgvuldig te werk ben gegaan en mij niet liet verblinden?'

De nog wat naïeve speeches die Gide in de eerste dagen van zijn verblijf in de Sovjet-Unie voor studenten en schrijvers hield, toonden niet alleen politieke argeloosheid, maar ook opgewonden persoonlijke ijdeltuiterij. Anders echter dan de meeste fellow travellers die voor of na hem de Sovjet-Unie bereisden, besefte Gide het gevaar van corrumpering via verering van zijn persoon en oplagen van honderdduizenden van zijn boeken die juist op dat moment op de Sovjet-markt werden gebracht. 'De buitensporige winsten die men mij bood, maakten me bang. En de dikbetaalde artikelen! Had ik een loflied op de Sovjet-Unie en op Stalin geschreven, wat een fortuin!'

Gides houding leidde ertoe, in Frankrijk en daarbuiten, dat menigeen niet meer bereid was tot een bondgenootschap met communistische partijen, waarin kritiek op de Sovjet-Unie niet was toegestaan.