Verbijstering over lading toestel El Al; Topberaad over doorvoer chemicaliën

DEN HAAG, 1 OKT. De Tweede Kamer heeft met verbijstering gereageerd op het nieuws dat de EL Al-Boeing, die in 1992 in de Bijlmermeer neerstortte, bestanddelen naar Israel vervoerde voor het zenuwgas Sarin.

De verwarring en irritatie van de Kamerleden groeide nog toen bleek dat zijzelf al ruim twee jaar over de vrachtdocumenten beschikken waarin hiervan melding wordt gemaakt. Volgens de betrokken Kamerleden had niemand hen er echter op gewezen dat de stof dimethyl methylfosfonaat voor de productie van zenuwgas wordt gebruikt.

In Den Haag is intussen vanochtend naar aanleiding van de publicatie in deze krant ambtelijk topberaad gehouden. Namens de minister van Verkeer en Waterstaat heeft directeur-generaal J. Weck van de afdeling waar de Rijksluchtvaartdienst onder valt de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd een standpunt te formuleren over de doorvoer van deze (gevaarlijke) stoffen.

Alle stoffen aan boord van het El Al-toestel mochten volgens de internationale voorschriften door de lucht worden vervoerd, “maar de onderlinge samenhang geeft nu aanleiding tot nader overleg”. Weck zal de ambtelijke top van Economische Zaken en van Financiën hier vervolgens over inlichten, zo heeft hij laten weten. Het is de eerste keer dat de departementale leiding zich een oordeel vormt over de onderlinge samenhang van het goederenverkeer door de lucht.

Een woordvoerder van Verkeer en Waterstaat wijst er op dat de op Schiphol gevestigde onafhankelijke dienst Dangerous Goods Management direct na de Bijlmerramp aan de hand van de betreffende lijsten de risico's van de materialen afzonderlijk heeft onderzocht. Er was toen geen reden voor maatregelen. Volgens de woordvoerder kan het ministerie “juridisch niet verantwoordelijk worden gehouden om voor alle stoffen na te gaan waar ze voor worden gebruikt”.

De Tweede Kamer ging gisteren akkoord met een suggestie van de werkgroep Bijlmerramp om een parlementair onderzoek te houden naar de gebeurtenissen op 4 oktober 1992 en de gevolgen ervan.

Pagina 3: PvdA: meer druk op Israel uitoefenen

PvdA'er Van Gijzel, die zich al jaren intensief met de kwestie bezighoudt, stelde vanmorgen dat de Kamer zelf geen blaam treft. “Het ontbreekt het parlement aan middelen om zulke dingen uit te zoeken”, aldus Van Gijzel. “Wij hebben het ministerie van Verkeer en Waterstaat keer op keer gevraagd opheldering te verschaffen. Het enige wat we steeds te horen kregen is dat de lading niet gevaarlijk was.” Ook het CDA-lid Reitsma is van mening dat Verkeer en Waterstaat de documenten ten onrechte op een zeer ontoegankelijke wijze aan de Kamer heeft gepresenteerd.

De VVD'er Hofstra verklaarde eveneens zeer verbaasd te zijn over de kwestie. “Maar er is de laatste maanden al zoveel vreemds naar boven gekomen in deze zaak dat dit er ook nog wel bij kan”, aldus Hofstra. De VVD'er zei met nader commentaar te willen wachten tot er vanmiddag een spoedoverleg heeft plaatsgevonden van de betrokken Kamerleden.

Van Gijzel vindt dat er meer druk op Israel moet worden uitgeoefend om ontbrekende gegevens alsnog ter beschikking te stellen. Het CDA sluit zich daar bij monde van Reitsma bij aan. Het VVD-Kamerlid Blaauw, voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat, vindt dat eerst moet worden geïnventariseerd wat er al bekend is in Nederland.

D66-Kamerlid Hoekema noemt het nieuws over de doorvoer van bestanddelen voor Sarin via Nederland “pijnlijk”. Israel heeft het verdrag tegen chemische wapens wel ondertekend maar nog niet geratificeerd. Volgens Hoekema moet Nederland Israel krachtig aanmoedigen dat alsnog te doen.

De Kamer had gisteren al voor het nieuws over de lading dimethyl methylfosfonaat besloten een parlementair onderzoek in te stellen naar de Bijlmerramp. Van Gijzel zei gisteren ook dat hij had gehoord dat ambtenaren van de Rijksluchtvaartdienst (onderdeel van Verkeer en Waterstaat), kort na de ramp overleg hadden gevoerd. Ze zouden daarbij hebben afgesproken geen ruchtbaarheid aan de zaak te geven.

Zo'n zevenhonderd mensen zeggen intussen klachten te hebben overgehouden aan de Bijlmerramp. Dit meldt de Inspectie voor de gezondheidszorg in een vandaag verschenen tussenrapportage van het onderzoek naar gezondheidsklachten in de Bijlmer en bij de ramp betrokken hulpverleners. In driehonderd gevallen gaat het om klachten waarvan ook huisartsen zeggen dat deze mogelijk het gevolg zouden kunnen zijn van de ramp. Bij de andere vierhonderd noemen zij het verband niet aannemelijk of niet bewijsbaar.