Veldarcheologie in Nederland; Het landschap als geschiedenisboek

Voor wie er oog voor heeft, bestaat het landschap uit tekens. Overal zijn verwijzingen te vinden naar krijgslustige edelen, verdedigingswerken en infrastructurele ingrepen. Een archeologische speurtocht.

De Miami Beach Club en Dance Palace Starlight, onder één dak verenigd aan de zuidflank van Holkerveen, zijn gelukkig beide gesloten. Het enorme parkeerterrein is leeg, niemand die vraagt wat ik er doe. Het antwoord -zoeken naar een vijfhonderd jaar oud kanaal - zou waarschijnlijk slecht zijn gevallen bij de gemiddelde poldernachtclubuitsmijter. In het ongunstigste geval was me gevraagd 'dat kanaaltje van je' maar even aan te wijzen en dat is nou juist het probleem.

Het ligt namelijk onder een uitbreiding van het parkeerterrein die nog niet bestond toen mijn 1:25.000 topografische kaart werd verkend. In 1986 lag ter hoogte van coördinaten 159.80/467.85 nog honderd meter van het kanaal tussen de Rijn en de Zuiderzee waartoe de hertog van Gelre in 1497 of 1498 besloot, maar dat alleen tussen de Zuiderzee en Nijkerk werd voltooid.

De paar millimeter op de kaart veranderen in een verhaal als je er een liniaal langs legt: op een kaarsrechte lijn in noordnoordwestelijke richting liggen nog vijf stukken van 'Der Nieu Rhijn', zoals het kanaal 90 jaar na aanleg op een kaart heette. Waar de lijn kruist met de oude Zuiderzeekust stond omstreeks 1500 het slot Hulkestein, waar de hulken van Gelres hertog bij de waterpoorten konden afmeren. Of konden uitrukken, want langs de kust lag de zeeroute tussen het Sticht (Utrecht) en het Oversticht (Overijssel), de twee gewesten van Gelres erfvijand, de bisschop van Utrecht. Bij dreigende vijandelijkheden kon de marine van het hertogdom snel versterkingen van de Rijn naar het kasteel sturen, dat was het idee.

Gevaarlijk is het bijna waterloze kanaal nog steeds. “Een koe zakt er helemaal in weg”, is de ervaring van boer P. van Dusschoten op wiens terrein de twee beste fragmenten liggen, drie kilometer ten zuidwesten van Nijkerk. Twee langwerpige poelen water en blubber, volgegroeid met riet, berken en elzen - en toch sinds kort een rijksmonument. Jaren geleden had Van Dusschoten in zijn onwetendheid bijna een groep wegarbeiders met een kratje bier verleid om de nutteloze sloot vol te storten met puin; nu is hij vereerd de eigenaar te zijn van de mooiste restanten van de voorloper van het Amsterdam-Rijnkanaal.

Reden om juist deze waterweg te inspecteren was mijn misvatting dat nagenoeg niemand er van weet, maar dat idee blijkt bijna zo verouderd als mijn kaart: de Van Dusschotens zien steeds vaker touringcars stoppen waar de Vliersteeg tussen de twee kanaalresten door gaat. Een saaie landweg ontwikkelt zich tot een toeristische route: het is geen bizarre uitzondering, maar deel van een trend. Ruim een halve eeuw later dan Groot-Brittannië ontdekt Nederland de veldarcheologie: de mix van zoeken, waarnemen en weten, die allerlei terreinoneffenheden de historische lading geeft die ze altijd al hadden, en die het oog niet zomaar ziet. Het landschap wordt een geschiedenisboek, lezen maakt plaats voor fietsend of wandelend kijken.

Vlak bij de overstromende IJssel is wandelen alleen mogelijk over een pad dat net een handbreed boven het water uitsteekt. Het is het verlengde van de Schansweg in Leuvenheim (bij Brummen), die op een steenworp van de zomerbedding van de rivier eindigt bij een carrévormige verhoging van 50 bij 100 meter die 'de Schans' heet. Even lijkt het een rechthoekige dijk, maar dat zou te absurd zijn. Wie werpt er in een uiterwaard zo'n wal op?

“Hier in Leuvenheim ging het gerucht dat het de Romeinen waren geweest”, zegt Stan Dekker, in 1986 organisator van een tentoonstelling over het dorp. Daarbij dook een kaart uit 1629 op, met de schans en tekeningen op het kaartblad die verwezen naar een Spaanse actie. Ten westen van de IJssel waren de Spaanse troepen toen al lang verdreven, maar in de Graafschap zaten ze nog. In juli 1629 staken ze onder leiding van Willem de Zwijgers verraderlijke neef Hendrik van den Bergh (1573-1638) de IJssel over, en maakten een bruggehoofd in en rond deze schans, die acht jaar eerder was aangelegd als deel van de IJssellinie van prins Maurits. Dekker: “In een archief in Deventer vond ik vijf brieven in het Frans en het Vlaams, die een officier in de schans geschreven heeft, met een ganzenveer op een aardappelkistje of iets dergelijks. Zo'n prachtig handschrift! Ze zijn onderschept en nooit aangekomen.” Een succes werd de Spaanse doorbraak niet: de volgende maand werd Wezel ingenomen, waardoor Van den Bergh zijn logistieke lijnen kwijt was en snel terug moest.

Het verhaal is natuurlijk veel langer (Dekker schreef er een boek over) en dan is er nog de verbeelding van de toeschouwer, de wilde ideeën over wat hier ooit gebeurd zou kunnen zijn. De tastbare werkelijkheid blijft intussen beperkt tot de onooglijke wal die nu van de schans resteert. Die verhouding tussen zintuiglijke en mentale beelden van minder dan 1 op 20 - ruwweg het omgekeerde van een bezoek aan Euro Disney - kenmerkt de veldarcheologie.

Kenmerk van de veldarcheologie is ook dat je er voor in het veld moet zijn, en dat staat een systematische studie in de weg. Objecten met min of meer gelijke functie en leeftijd liggen maar zelden dicht bij elkaar. Om een stevige verzameling veertiende-eeuwse verdedigingswerken of akkerwallen uit de ijzertijd binnen een kort tijdsbestek te kunnen vergelijken, heb je een helikopter nodig, of liever nog een straalvliegtuig dat verticaal kan landen en vertrekken, en dat stuit op bezwaren. Fiets en wandelschoen zijn in de veldarcheologie veel gebruikelijker vervoermiddelen, zodat de actieradius beperkt blijft. Favoriet zijn relatief kleine gebieden met veel oudheden, en die zijn natuurlijk van alle soorten en leeftijden en gradaties van herkenbaarheid. Onderlinge relaties zijn schaars.

Al fietsend of wandelend word je gedwongen te zappen door de Nederlandse cultuurhistorie. Dit lijkt tegen de veldarcheologie te pleiten, maar het voordeel is juist enorm. Zelfs helikopterbezitters kunnen beter gaan lopen of fietsen: de chaos, de onvolledigheid en soms ineens weer de harmonieuze samenhang tussen de historisch significante maaiveld-welvingen dwingt de veldarcheoloog tot een mate van combineren, associëren en logisch nadenken, die in onze complexe samenleving zeker zijn vruchten zal afwerpen. Al wandelend en fietsend blijven behalve de spieren en gewrichten ook de hersenen soepel. Onder amateur-veldarcheologen zijn promotie en salarisverhoging geen zeldzaamheden.

Erop uit dus. Weinig gebieden kennen zo'n hoge oudheiddichtheid als de Ermelose Heide en omgeving. De hei opzoevend vanuit het noordwesten kunnen de remhandels vrijwel direct worden ingetrokken voor een gouwe ouwe van de veldarcheologie, de grafheuvel. Een exemplaar van vier meter hoog en 25 meter doorsnee nodigt uit voor een beklimming, al blijft het een raar idee om bovenop iemands graf te gaan staan, zelfs - juist, misschien - als het vierduizend jaar oud is. Vanaf de top komen er nog zeven in beeld, allemaal netjes gerestaureerd. Behalve schatgravers en de elementen zorgden militaire voertuigen tot in de jaren vijftig voor aantasting. Ook allerlei koetsiers leverden in voorbije eeuwen een flinke bijdrage en hun sporen zijn nog goed te zien. Duizenden wagenwielen doorkerfden het zand tussen de oude graven in noord-zuid richting. De wegen veranderden voortdurend, maar nu fixeren de wortels van gras en hei de laatste vorm van de parcoursen.

Ze lopen ook door de wallen van het marskamp aan weerszijden van de N302, dat 6.000 Romeinse legionairs hier omstreeks 170 in één dag opwierpen. Wat ze tientallen kilometers ten noorden van hun limes te zoeken hadden, zal wel nooit duidelijk worden, feit is dat ze vuurtjes stookten, hooguit een paar dagen bleven en dat ze gewoontegetrouw de palen van de palissade bij vertrek weer meenamen. Dat er sinds kort een smal schelpenfietspad door het bivak voert, is pure winst voor de veldarcheologie, al blijft een aanvullende verkenning per schoenzool zoals altijd onmisbaar. Indicatief voor de rijzende populariteit van onroerende oudheden, is dat alle begroeiing op de wal en in de bijbehorende greppel tegenwoordig heel kort wordt gehouden. Nederlands enige Romeinse marskamp knalt ineens uit het landschap waarin het eeuwenlang half schuil ging. Onwillekeurig vraag je je af of al die omliggende grafheuvels in 170 duidelijk zichtbaar waren en of de Romeinen al aan veldarcheologie deden. Zo ja, dan moeten ze gedacht hebben aan de levens van degenen die daar al een paar duizend jaar begraven lagen, aan een wereld waarover niemand in 170 iets zinnigs kon vertellen. Zo nee, dan zagen ze hooguit een paar lage heuvels.

En zo zullen mensen over vijf of tien eeuwen misschien hun fantasie laten gaan over de forse, curieus gevormde terreinwelvingen waar je langs komt halverwege de Ermelose Heide en het prachtige bosgehucht Drie. Wie waren hier bezig met wat, en waarom? Wat was de functie van al die grillige ronde vormen en sporen? Of waren het misschien symbolen? Nu staat er gelukkig nog een bord bij: Circuit de Leemkuil - Motorclub Vol Gas - Uitsluitend voor leden.

INFORMATIE

De Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek heeft een serie van 18 uitstekend gedocumenteerde wandel- en fietsroutes langs oudheden in het terrein. De verkoop loopt via uitgeverij Buijten en Schipperheijn in Amsterdam (020-5241010). Verkrijgbaar/bestelbaar via de boekhandel. 1. Schagerkogge (N-H, fiets), ƒ 6 2. Swalmen (L, fiets), ƒ 6 3. Borger (Dr, fiets), ƒ 6 4. Rolde (Dr, wandel), ƒ 6 5. De Acht Zaligheden (N-Br, fiets), ƒ 6 6. Ede-Renkum (Gld, fiets), ƒ 6 7. Anloo (Dr, wandel), ƒ 6 8. Grenzeloze monumenten (Ned-Duits grensgebied, fiets), ƒ 9,50 10. Oosterbeek-Doorwerth-Wolfheze (Gld, fiets), ƒ 6 11. Alblasserwaard (Z-H, fiets), ƒ 6 12. Noordsche Veld (Dr, fiets), ƒ 6 13. Lage Vuursche (Utr, wandel), ƒ 7,50 14. Het Land van Folckerus (Gld, fiets), ƒ 7,50 15. Sleen (Dr, fiets), ƒ 7,50 16. Schokland (Fl, fiets/wandel), ƒ 7,50 17. Langs grubben, groeven en graven (L, fiets/wandel), ƒ 7,50 18. Kroondomein, graven langs de weg (Gld, wandel), ƒ 7,50 19. In het voetspoor van de Lunterse boer (Gld, wandel), ƒ 7,50 VVV's en gespecialiseerde boekhandels hebben veel wandel- en fietsgidsen waarin veldarcheologie aandacht krijgt. Bij de ANWB verschijnt medio november een omvangrijk boek over (veld-)archeologie in Nederland: ANWB Archeologieboek Nederland, ƒ 29,95 (leden ƒ 24,95). ISBN 90 18 00854 0