Robeco-topman Van Duijn over recessie; 'De wereld moet weer in haar jasje groeien'

Robeco's topeconoom Jaap van Duijn predikt een aantal jaren van neergaande conjunctuur. Het overschot aan productiecapaciteit moet worden weggewerkt. Dat zal een aantal jaren duren. Van Duijn verwacht dat de bodem in het jaar 2000 bereikt zal worden en het herstel in 2001 zal inzetten. Maar de daling kan ook ernstiger zijn, waarschuwt hij.

NEW YORK, 1 OKT. De wereld moet weer in haar jasje groeien. De afgelopen jaren is veel meer productiecapaciteit opgebouwd dan de wereld nodig heeft. Het onvermijdelijke proces van afslanking zal nog wel een paar jaar duren.

Zo illustreert Jaap van Duijn, de topeconoom van de Robeco Groep, de economische stand van zaken in de wereld. “We zitten in de neergang van de conjunctuurcyclus”, meent Van Duijn, die bekend staat als een fervent bestudeerder van conjunctuurcyclische bewegingen.

De effectenbeurzen zien dit proces op zich afkomen en verwachten een behoorlijke groeivertraging in Europa en de Verenigde Staten. Met koersdalingen geven de beurzen “luid en duidelijk” aan wat er aan de hand is.

Van Duijn, lid van het beleidscomité van de Robeco Groep, was deze week in New York. De stemming is compleet veranderd in Amerika, viel hem op. “Men praat nu over een winstrecessie en misschien over een echte recessie”, zegt hij.

Volgens Van Duijn is sprake van een klassiek patroon. Na een jarenlange periode van forse investeringsgroei in de wereld, aangewakkerd door de gemakkelijke beschikbaarheid van goedkoop geld, is nu sprake van een wereldwijd overschot aan productiecapaciteit. Dat moet op de een of andere manier worden weggewerkt.

“Je moet door de overinvesteringscyclus heen”, zegt hij. De overcapaciteit moet worden weggewerkt. Zo'n proces duurt normaal gesproken een paar jaar. Van Duijn verwacht dat de bodem in het jaar 2000 bereikt zal worden en het herstel in 2001 zal inzetten. Maar aangezien de voorafgaande economische groei zo uitbundig was, kan de daling ook ernstiger zijn, waarschuwt hij. “Dit hoort erbij. Je kunt niet een hausse accepteren zonder een neergang te verwachten.”

De vraag is wat hieraan valt te doen. Voor een deel: de tijd zijn werk laten doen. In sommige ontwikkelingslanden waar de vraaguitval dramatisch is, zou de vraag gestimuleerd moeten worden. Anderzijds is er in de Verenigde Staten en Europa nog vraag genoeg.

Het probleem is de wereldwijde onderconsumptie, niet de hoogte van de rente. Van een renteverlaging - de Amerikaanse Federal Reserve Board heeft dinsdag zijn belangrijkste rentetarief met een kwart procentpunt verlaagd - verwacht Van Duijn geen wonderen. Dat helpt niet om activiteiten te stimuleren als er al te veel is geinvesteerd.

“Kijk naar Japan: de extreem lage rente daar helpt niets. Juist door de lage rente is in Japan te veel geïnvesteerd in onrendabele projecten en in overtollige productiecapaciteit.” In Japan zijn alle pogingen het tij te keren trouwens mislukt: lage rente, zeven stimuleringspakketten en een koersdaling van de yen hebben niet geholpen. “Het is een politiek en een mentaal probleem in Japan. Men is de kluts kwijt. Het paradigma waarop het na-oorlogse succes van Japan was gebaseerd, werkt niet meer.” Er valt volgens Van Duijn een “perfecte parallel” te trekken tussen de huidige situatie in Japan en die in de Verenigde Staten in de jaren dertig.

De grootste klappen zullen in Azië en Japan vallen, maar de VS en de EU zullen zich aan dit proces niet kunnen ontrekken, meent Van Duijn.

“Europa - en ook Nederland - kan niet doen alsof het een eiland is. Delen van de wereld beleven een ernstiger crisis dan die van de jaren dertig. Het is naïef om te beweren dat dit ons niet zou raken.” Voor Nederland verwacht hij een groeivertraging zoals die zich ook in 1992-93 heeft voorgedaan. In 1993 bedroeg de economische groei in Nederland 0,8 procent. Maar het zou deze keer nog minder kunnen worden. “Je moet dus niet lichtvaardig roepen dat er niets aan de hand is.”

Van Duijn heeft in dit verband kritiek op het Nederlandse begrotingsbeleid. “De begroting had dit jaar een overschot moeten hebben. Dan had het kabinet ruimte gehad om het tekort de komende paar jaar te laten oplopen om klappen op te vangen. Dat is niet gebeurd. Het betekent dat PvdA-fractieleider Melkert volgend jaar minder leuke dingen voor de mensen kan doen.”

Onmiddellijk daarop volgend zegt hij: “Als Nederland twee jaar lang geen welvaartsgroei meemaakt, stort de wereld niet in. We zijn rijk en volgend jaar zijn we nog even rijk. Daar hoef je niet al te ongelukkig van te worden.”

Vorige week zaterdag gaf Eduard Bomhoff in zijn tweewekelijkse column in deze krant een sneer naar Van Duijn. Die somberheid van Jaap van Duijn, en zijn gescherm met golfbewegingen, allemaal onzin, schreef Bomhoff. Van Duijn heeft zich mateloos aan de opmerking van zijn collega-econoom geërgerd. “Bomhoff weet niet waarover hij praat. Ik heb helemaal niet beweerd dat er drie jaar lang sprake zal zijn van een nul-groei. Het is een uiting van kwaadwilligheid om zo'n karikatuur van mijn woorden te maken. Laat hij eerst maar eens lezen wat ik precies gezegd heb, of laat hij anders zijn mond houden.”

Nederland, zegt Van Duijn, verkeert nog in de fase van ontkenning dat slechtere tijden op komst zijn omdat het ogenschijnlijk zo goed gaat. Het is als met een waarschuwing voor onweer terwijl de zon nog schijnt. Men waarschuwt dan dat economen, politici en media elkaar geen recessie moeten aanpraten. “Maar er is nog nooit een recessie 'aangepraat'!” roept Van Duijn. “Er zijn altijd goede redenen voor een recessie. Recessies doen zich voor omdat er onevenwichtigheden optreden die gecorrigeerd moeten worden. Booms en recessies kun je niet voorkomen.”