Paars II wil nog niet rekenen met lagere economische groei; Zonder nootjes de winter in

De buitenwereld rekent al met een lagere economische groei voor 1999. Het kabinet-Kok wil er niet aan, in ieder geval openlijk niet.

DEN HAAG, 1 OKT. Terwijl de onheilstijdingen over de economie elkaar in hoog tempo opvolgen, hanteert het kabinet-Kok onveranderlijk dezelfde bezweringsformule: “er is geen reden voor paniek, wel voor waakzaamheid”. Het waren de woorden van premier Kok twee weken geleden bij de presentatie van de begroting voor 1999. Het waren gisteren ook de woorden van minister De Vries (Sociale Zaken) bij het Najaarsoverleg met de vakbonden en de werkgevers. In de tussentijd hebben Philips, Shell, Hoogovens en KLM hun winstverwachtingen verlaagd, zijn de beurzen verder gekelderd en heeft het IMF zijn raming voor de groei van de wereldeconomie gehalveerd.

De bezwering toont de gespletenheid van de Nederlandse regering. De psychologie van consumenten, bedrijven en beleggers dwingt Kok en minister Zalm (Financiën) om rust uit te stralen, omdat elke uiting van paniek de economische tegenwind kan aanwakkeren. Tegelijkertijd wil het kabinet de boodschap overbrengen dat het allemaal wat minder moet, met bijvoorbeeld de lonen.

Vandaar dat Zalm vanmorgen bij de financiële beschouwingen de ambtelijke notitie van het ministerie van Sociale Zaken, die maandagavond werd verstuurd naar werkgevers en werknemers, openlijk een “stukkie” noemde “met technische informatie”. In dat stukkie werd er van uit gegaan dat de 3 procent economische groei in 1999 waar het kabinet in de Miljoenennota openlijk van uit gaat, eerder 2,4 procent zal worden, en misschien wel 1,8 procent.

De Tweede Kamer toonde zich gisteren bij de financiële beschouwingen geërgerd over deze dubbele boodschap van het kabinet. De regeringspartijen PvdA, VVD en D66, die bij de bespreking van het paarse regeerakkoord nog kibbelden over de verdeling van eventuele meevallers, kiezen nog steeds voor gematigd optimisme. De 'ambtelijke notitie' werd door de financiële woordvoerders zelfs scherp aangevallen en bestempeld als veel te somber.

Buiten de Tweede Kamer is een lager groeicijfer inmiddels gemeengoed. Alle banken gaan er al van uit. Voorzitter Blankert van de werkgeversorganisatie VNO-NCW bespeurt “enige aarzelingen” bij Nederlandse bedrijven: “We komen waarschijnlijk een halve procent onder de 3 procent.” En ook het Centraal Planbureau (cpb) is inmidels om. “Als we vandaag een nieuwe raming zouden maken is het niet uitgesloten dat die ongunstiger zou.worden,” zegt een woordvoerder. “Er is een toegenomen kans dat de door onze berekende onzekerheidsvariant werkelijkheid zal worden.” In die onzekerheidsvariant komt het CPB, bij een inmiddels gerealiseerde daling van de beurskoersen met 20 procent, en een tegenvallende wereldeconomie, op een economische groei van 2,4 procent en een financieringstekort dat stijgt naar 1,5 procent.

Op termijn zijn de gevolgen voor de begroting ingrijpend. Het kabinet heeft, door al uit te gaan van 3 procent groei in 1999, ingecalculeerd dat er 2 procent economische groei in de drie volgende jaren van de regeerperiode nodig is. Zo komt het gemiddelde uit op de 2,25 procent die geldt als het 'behoedzame scenario' voor de begrotingspolitiek onder Paars II. Als de groei in 1999 evenwel geen 3 procent wordt maar 2,4 procent, dan vergt dat een gunstiger beeld voor de drie volgende jaren. De economie zal dan met gemiddeld 2,2 procent moeten groeien.

Omdat een groeiterugval niet alleen geïsoleerd volgend jaar zal plaatsvinden, maar daarna ook zal na-ijlen, is het duidelijk dat het behoedzame scenario van 2,25 procent groei wankelt. Maar is er een slecht weer-scenario? Officieel niet. De Centrale Economische Commissie (CEC) van de hoogste topambtenaren heeft echter in mei wel zo'n scenario opgesteld, waarin uitgegaan wordt van gemiddeld 1,5 procent economische groei in de jaren 1999-2002. Dat scenario levert een begrotingstekort op van 2,25 procent, bij een forse lastenverzwaring. Wordt die lastenverzwaring achterwege gelaten, dan dreigt het tekort boven het maximale plafond van 3 procent te stijgen dat in Europees verband is afgesproken.

Zelfs als het zo erg niet wordt, heeft een tegenvallende economie grote gevolgen voor het begrotingsbeleid. ING-econoom F. Pallada wijst op een domino-effect, dat verklaart waarom het kabinet bij het Najaarsoverleg met werkgevers en werknemers als een bok op een haverkist zit: als de begroting minder gunstig uitvalt, dan is er minder ruimte voor lastenverlichting, waarmee het kabinet nu juist een lagere looneis door de vakbonden wil 'kopen'. Als de loonstijging als gevolg hoger uitvalt, dan verslechteren de overheidsfinanciën per saldo verder, en is er steeds minder geld over voor de 4,5 miljard gulden 'smeergeld' waarmee de voorgenomen belastinghervorming moet worden doorgevoerd.

Officieel wil het kabinet-Kok niets weten van de lage-groei variant. “We gaan ons niet als een eekhoorn voorbereiden op de strengste winter,” zei Kok twee weken geleden tijdens de Algemene Beschouwingen. Nootjes verzamelen is politiek inderdaad geen aantrekkelijke optie. Zeker als het bij de meer gangbare naam wordt genoemd: tussentijdse bezuinigingen.