Over de Cauberg

In 1948 reed de vroegere Nederlandse kampioen Sjefke Janssen op het WK bij Valkenburg. Vijftig jaar later probeerde hij het nog eens.

DE START van de wegwedstrijden bij het WK wielrennen ligt voor de deur van café Noben, langs de Rijksweg in Berg en Terblijt. De Cauberg, de beroemde en beruchte klim bij Valkenburg, is hier slechts twee kilometer vandaan, maar de renners fietsen straks eerst de andere kant op, richting Maastricht. Vijftien keer moeten ze het parcours afleggen, dus vijftien keer de Bemelerberg en de Cauberg op.

Voor een verkenning per fiets van het 17,2 kilometer lange parcours heb ik een Limburgse oud-renner meegevraagd, Sjefke Janssen (78) uit Elsloo. Hij kent de streek als zijn broekzak. In Valkenburg nam hij vijftig jaar geleden deel aan het WK wielrennen. Nu ligt de finish voor café Noben, toen was de streep bovenop de Cauberg getrokken. “En daar hoort-ie ook”, zegt Janssen. Het WK reed hij destijds voor eigen publiek niet uit, maar op de Cauberg werd hij in 1947 en 1949 wel Nederlands kampioen.

Janssen en ik stappen op de Rijksweg niet eerder op de fiets dan nadat een bijna zeventigjarige man hem de hand heeft gedrukt en vertelt hoe hij hier vijftig jaar geleden het peloton voorbij zag komen, net als in 1938. In '48 veroverde de Belg Briek Schotte de regenboogtrui, tien jaar eerder diens landgenoot Marcel Kint. Schotte en Kint waren onlangs terug in Valkenburg. 'Albéric', die wordt beschouwd als de laatste Flandrien, bedankte vriendelijk voor de uitnodiging om het WK parcours van 1998 mee te fietsen. Schotte, twee maanden ouder dan Janssen, sukkelt met zijn gezondheid en is niet meer de fanatieke fietser van een paar jaar geleden.

Met de wind in de rug fietsen we over het fietspad langs de Rijksweg, richting Maastricht. Net buiten de bebouwde kom van Berg buigt de weg flauw naar links en begint de ruim twee kilometer lange afdaling van de Rasberg, vrijwel tot in Maastricht. Hier, aan de rand van Berg, gingen de WK-renners in 1948 rechtsaf, via de met grind bedekte weg op de Geulhemmerberg richting Valkenburg en over de Cauberg weer terug, een rondje van tien kilometer.

Nu gaat het parcours in Maastricht linksaf over de Vijverdalseweg en op de eerstvolgende rotonde weer links, de Doornlaan in. De Bemelerweg heeft net een nieuwe asfaltlaag en is afgesloten, maar met de fiets is dat geen probleem. Verderop zijn takken van bomen gesnoeid, onderdeel van de grote opknapbeurt langs het parcours.

In Bemelen, twee kilometer ten oosten van Maastricht, slingert de weg door het bos omhoog. De Bemelerberg, een beklimming van elf procent, is de eerste natuurlijke hindernis in het parcours. Elfhonderd meter lang, uitlopend in een stuk vals plat. Vóór de top ligt Hotel Bergrust, waar tijdens het WK van 1979 nog wielrenners werden ondergebracht. Die tijd is voorbij.

In de glooiende heuvels tussen Bemelen en Sibbe is de harde wind een extra tegenstander. Als de maïsvelden op het plateau van Margraten niet meer voor beschutting zorgen, laat Sjefke zich graag uit de wind zetten. “Want ik blijf een wielrenner.” In de afdaling op de Daalhemmerweg die ons in het centrum van Valkenburg brengt, wijst de teller een snelheid van meer dan vijftig kilometer per uur aan. De enige bescherming op het hoofd van Janssen is een wit petje dat de sportieve uitrusting (lange zwarte koersbroek, raceschoenen en een blauw wollen jack) van de oud-renner completeert.

Geen moment hoeft Janssen naar adem te happen tijdens de 1.500 meter lange en twaalf procent steile beklimming van de Cauberg. Slechts één keer moet hij uit het zadel. Maar afstappen? Hij mag dan eind deze maand 79 jaar worden en een paar jaar geleden nog hartproblemen hebben gehad, dat nooit. Als Janssen zijn hybride fiets eenmaal naar boven heeft getrapt, vervloekt hij zichzelf. “Verdomme. Als ik naga hoe makkelijk ik hier vroeger naar boven ging...”

In 1948 ontsnapte Briek Schotte al tijdens de tweede beklimming van de Cauberg. “Ik heb er altijd spijt van gehad dat ik toen niet ben meegegaan”, zegt Janssen, die zich voor eigen publiek zo graag had willen laten gelden. “Ik hield ook van lange ontsnappingen.” Waarom was hij dan niet meegesprongen? De twee grote helden uit het Italiaanse wielrennen van die jaren weerhielden hem daarvan. “Net als bijna iedereen hield ik Bartali en Coppi in de gaten. Maar die twee hadden ruzie en dat wisten we niet.”

Zo'n tien jaar geleden reed Janssen hier voor het laatst. Nog steeds is hij de Cauberg de baas. Tijdens het tweede WK dat in de geschiedenis in Valkenburg werd gehouden, in 1948, moesten de renners maar liefst 27 keer de Cauberg op. Drie of vier ronden voor het einde stapte Janssen destijds van zijn Magneet af, vlak voor het hotel onderaan de Cauberg waar de renners verbleven. “De pijp was leeg.”

Na de beklimming van de Cauberg en het laatste rechte stuk door Vilt naar de finish voor café Noben in Berg, stelt Janssen achter een kop koffie en een wafel met aardbeien en slagroom tevreden vast dat zijn trainingen niet voor niets zijn geweest. Hij heeft de Cauberg bedwongen.