Oprechte aanstellerij van drie hoogdravende pubers

Jeugdtheater: De Tolbrug, door Ibycus. Tekst: Aidan Chambers, Regie: Dirk Terryn, Spel: Pieter Embrechts, Robby Cleiren, Sofie Sente. Vanaf 13 jaar. Gezien: 30/9, De Brakke Grond, Amsterdam. Nog te zien aldaar t/m 3/10 en 16 en 17/10 in De Toneelschuur, Haarlem. Inl. 00-32-3-3217683

Jan wil zelfstandig worden, ver weg van zijn zoetsappige moeder, van verplichte gezelligheid, van glazen hertjes met nepdiamanten oogjes op de schouw. Hij neemt een baantje als tolheffer op een brug. Jan is zeventien en leest graag. Hij verbeeldt zich een romanticus te zijn, maar spoelt intussen zorgelijk sokken en kookt bloemkool met een papje. Zijn isolement duurt maar kort. Een andere jongen, die zich Adam noemt, komt bijna letterlijk aanspoelen. En dan is er nog Tess, de ranke dochter van Jans baas.

Om deze drie pubers draait het in De Tolbrug, een toneelstuk van de Vlaamse groep Ibycus, gebaseerd op de gelijknamige jeugdroman van Aidan Chambers. Het is bijzonder knap hoe de acteurs Pieter Embrechts (Adam), Robby Cleiren (Jan) en Sofie Sente (Tess) gestalte geven aan de drie zeventienjarigen. Ze meten zich met elkaar, flirten, zijn op zoek zonder precies te weten waarnaar. In al hun aanstellerij zijn ze oprecht.

Het inventieve, tot de verbeelding sprekende decor bestaat uit een plankier omringd door water, met in het midden een vierkant plateau alias boekenkastje. Als in een hilarische scène halverwege de voorstelling het deksel wordt gelicht, blijkt het bovendien een bad te zijn. De onaangepaste, stoere, geile Adam wentelt erin rond, terwijl Jan met kromme tenen van afgunst toekijkt.

De jongens lijken elkaars tegendeel: denker en doener, stuntelaar en stuk. Maar tot op het eind van de voorstelling door blijft onduidelijk wie Adam is en of hij wel zo onafhankelijk is als hij zich voordoet. Pieter Embrechts slaagt er in al Adams gedragingen iets beklemmends mee te geven.

De voorstelling heeft grotendeels de vorm van een vertelling door Jan. Robby Cleiren heeft het aandoenlijk over de 'satijnen herfst', over zichzelf als 'jonge bejaarde' die zich 'verwondt aan de beschaving'. Zulke zinnen klinken potsierlijk, maar zijn geloofwaardig als ze van een hoogdravende puber komen. Adam, zo mijmert hij, heeft 'het slag geslacht dat jongens onder de douche met steelse blikken plegen te honoreren'.

De voorstelling blijft spannend doordat het vertelperspectief gaandeweg begint te schuiven. De blik op de gebeurtenissen van de optimistische Tess werkt verfrissend. Zij leeft bij de dag, zonder ambities. Ze laat zich leiden door datgene waar ze zin in heeft.

Geraffineerd en met veel humor maakt Ibycus gaandeweg duidelijk dat hier op een noodlot wordt afgestevend. Maar toch: wie de drie ziet zitten met hun wijn en hun chips, in de intieme sfeer van een schoolkamp, zou zelf wel weer zeventien willen zijn.