Op bezoek

BEOOGD KANSELIER Schröder heeft in Parijs zijn opwachting gemaakt. Dat was opmerkelijk omdat een bezoek aan Londen nu noodgedwongen op de tweede plaats komt. In eerste minister Blair ziet Schröder eerder een geestverwant dan in de ouderwetsere Franse socialist Jospin of in de gaullist Chirac. Maar de snelle aanvaarding door Schröder van de ultrasnelle invitatie van de Franse president toont aan dat het staatsbelang uittorent boven ideologisch saamhorigheidsgevoel. Frankrijk en Duitsland hebben zo hun problemen. Zij hebben tegelijkertijd het gezamenlijk belang die problemen zo lang mogelijk met verklaringen van vriendschap aan het publieke oog te onttrekken.

Toch kunnen de spanningen, de irritaties, het verongelijkt zijn niet helemaal worden verdoezeld. Vooral Chirac is bij herhaling bot met Duitse gevoelens omgesprongen. De reeks atoomproeven, de beslissing de dienstplicht af te schaffen, de kandidatuur van Jean-Claude Trichet voor het presidentschap van de nieuwe Europese centrale bank, het waren evenzovele verrassingen voor een onthutste Duitse kanselier die dit allemaal onvoorbereid over zich heen moest laten gaan. Na de laatste onaangenaamheid, de onduidelijkheid over de Frankfurtse ambtstermijn van Duisenberg, sloten Chirac en Kohl in Avignon overigens uitbundig vrede.

DE INFORMELE visite van Schröder was dan ook vooral bedoeld om elkaar en de wederzijdse aanhang gerust te stellen. En daar is wel reden voor. De gaullist Chirac onderkent in de beoogde kanselier het nationale gevoel dat hemzelf zo vertrouwd is. Schröders eerste zorg is bestrijding van de werkloosheid in zijn land en bevordering van de Duitse economische groei. Hij is niet zonder reden geïnteresseerd in het concept van beleidsconcurrentie zoals dat in Nederland voor de verhoudingen binnen de Europese Unie is uitgedacht.

Het onderscheid tussen de aantredende Europese Duitser Schröder en de vertrekkende Duitse Europeaan Kohl is ook voor premier Jospin van belang. Maar in de onderlinge relatie telt nog meer de uiteenlopende interpretatie van het socialistische erfgoed. Schröder maakt geen geheim van zijn bewondering voor pragmatische politici als Blair en Clinton. Jospin deelt die bewondering niet. De Franse premier heeft dan ook een dubbele reden om al te innige toenadering tussen Duitsers en Britten te wantrouwen. Bij de gewone Franse afkeer van zoiets komt Jospins tegenzin tegen het door de Britse premier gepropageerde Derdeweg-socialisme.

Voor de hier en daar omhoogschietende euforie over een nieuw socialistisch tijdperk is, gezien de nationale en ideologische nuances binnen de nieuwe generatie Europese leiders, intussen nog nauwelijks reden.