Onrust bij chauffeurs Veonn in Leeuwarden

Chauffeurs van het noordelijke busbedrijf Veonn zijn niet gerust op de overname door het Britse Arriva die gisteren met een overeenkomst is beklonken. “Het gaat met ons dezelfde kant op als met Fokker”, zegt een van hen.

LEEUWARDEN, 1 OKT. “Nou krijgen we nieuwe bussen en moeten we links gaan rijden”, grapt een chauffeur in de ruimte voor Veonn-chauffeurs in Leeuwarden. Eerder deze week werden hij en z'n collega's ingelicht dat een overname door het Britse bedrijf Arriva waarschijnlijk was. Het feitelijke nieuws over de gisteren getekende overeenkomst moesten ze gisteren via van de media vernemen. Na enkele grappen (“Ik zal mijn bolhoedje vast maar opzetten”) blijken de meesten niet gerust over de overname.

K. van der Eems rijdt al 33 jaar op de bus, eerst bij de NTM in Heerenveen en Leeuwarden, toen bij de FRAM, sinds twee jaar na de fusie tussen de Friese Autobus Maatschappij en de Drentse Vervoer Maatschappij (DVM) bij Veonn. “Ik geloof dat ik laatst nog een loonstrookje van de VSN-Noord (het samenwerkingsverband tussen de streekvervoerders Veonn en Hanze (Groningen red.) kreeg.” Arriva wordt zijn vijfde werkgever. “Wij wisten van niks. Zoals gewoonlijk lezen wij het nieuws in de krant. De overname hing al lang in de lucht. Je doet er niks tegen. Er gebeurt achter de schermen vast nog meer dan we weten.”

Van der Eems is de enige die met zijn naam in de krant durft. De anderen blijven liever anoniem, bang dat hun oordeel gevolgen heeft. Een collega van Van der Eems ziet de toekomst somber in. Hij zegt dat niemand van het personeel een werkgarantie van de nieuwe eigenaar heeft gekregen. “Straks moeten we allemaal weer opnieuw solliciteren voor een nieuwe CAO. Het gaat met ons dezelfde kant op als met Fokker. Het rijk geeft geen subsidie meer en de werknemers krijgen op den duur ontslag.”

Dat de overname goedkoper, efficiënter en beter openbaar vervoer oplevert, gelooft geen van de chauffeurs. “Goedkoper zeker niet. Arriva gaat voor de volle winst. Alleen het bedrag onder de streep telt”, zegt een chauffeur die 23 jaar in het vak zit.

Een ander is optimistischer over zijn nieuwe Britse baas. “In Engeland was het openbaar vervoer een complete puinhoop. Er waren tientallen kleine privé-onderneminkjes en staatsbedrijven. Chauffeurs moesten daar op zeker moment zeshonderd gulden per maand inleveren. Toen Arriva het zaakje overnam, kregen ze er steeds iets meer bij. Het loopt daar goed.”

De chauffeurs twijfelen aan het uitgangspunt van oud-minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat dat concurrentie binnen het openbaar vervoer kwaliteitsverhogend werkt. “Binnen vijf jaar rijdt er geen bus meer op het platteland”, zegt een chauffeur. “Arriva is een commercieel bedrijf, dus er moet winst worden gemaakt. De onrendabele lijnen zullen wel snel afgestoten worden.” Autoloze bewoners van het platteland, zoals ouderen, zullen de dupe worden, is de verwachting. Een chauffeur vindt het opheffen van lijnen die te weinig reizigers trekken niet onlogisch. “Of se mutte een dubbeldekker insette, dan komme de mensen wel in 'e bus”, grapt een chauffeur in onvervalst Leeuwarders. Een ander wijst op het dalend aantal busreizigers. “Wij rijden alleen nog voor scholieren en asielzoekers. Tijdens de schoolvakanties staan we stil.”

De werkgever luistert slecht naar de werkvloer, is de algemene mening. De chauffeurs halen het voorbeeld aan van Leeuwarden, waar de stadsbussen enkele jaren geleden in de avonduren werden vervangen door taxibusjes. De verwachting is dat in het streekvervoer in de avonduren en weekeinden ook kleiner materieel èn goedkoper personeel zal worden ingezet. Dat gaat ten koste van de kwaliteit, is het oordeel. “Op de kleinere bussen rijden vaak uitzendkrachten. Die zijn goedkoper, maar vaak ook minder ervaren”, licht een chauffeur toe.

“De inzet van uitzendkrachten kostte ons onze onregelmatigheidstoeslag. Straks moeten we weer inleveren”, voorspelt een ander. “Vaste chauffeurs zullen in de toekomst niet meer worden aangenomen. Oproepkrachten krijgen onze late en gebroken diensten (een dienst die bestaat uit 's morgens en 's avonds werken, red.). De kwaliteit van het personeel wordt minder.”

Toch zijn er ook enkele chauffeurs die Arriva het voordeel van de twijfel gunnen. “Het is een financieel sterke partner”, zegt een chauffeur. “En als er winst wordt gemaakt, wordt die misschien weer geïnvesteerd in het bedrijf”, hoopt een ander. “Veonn maakte zeven miljoen gulden winst, maar zes komma zoveel werd opgevreten door de VSN. Arriva is nog het beste van het slechtste.”

Busreizigster J. Schoppen uit Veenwouden heeft geen problemen met de overname. “Zolang de bussen tenminste normaal blijven rijden”, stelt ze. Ze pakt straks lijn 62, die doorgaans goed bezet is. “Die blijft wel, anders kan ik altijd nog de trein nemen. Maar dan moet ik wel langer naar huis lopen.” Arriva heeft gisteren verzekerd dat OV-jaarkaarten en andere landelijke abonnementen na de overname geldig blijven op de bustrajecten in de regio.

J. Wielstra uit Sneek heeft niet veel op met een buitenlandse onderneming. “Ik had liever een Nederlands bedrijf gehouden”, zegt ze. “Maar ja, het zal die Engelsen wel financieel voordeel opleveren.”