No smoking

Kortgeleden viel er weer een uitnodiging in de bus voor een feest in smoking. In een bedankbriefje heb ik geschreven waar het op staat: ik ben zeer vereerd, ik wens jullie veel geluk, maar ik zal niet komen, want ik heb geen smoking.

Eens in de vijf jaar word ik gevraagd een feest in smoking op te luisteren. Dat is te weinig om er al die tijd een in de kast te hebben hangen. Maar dat is niet de enige reden. Ik zou veel vaker gevraagd worden als ik niet zo low profile was.

Dit is ook omkeerbaar. Juist door niet naar dit soort feesten te hoeven ben ik low profile geworden.

Maar soms kun je er niet onderuit, zoals de laatste twee keer. De eerste keer huurde ik een smoking, maar een wit overhemd, zwarte sokken en glimmende schoenen behoorden niet tot de uitrusting. Daarvoor moest ik op het allerlaatste moment naar een broer. Voor één avond moest ik drie dagen huur betalen, zaterdag halen, maandag brengen.

Bij de volgende gelegenheid ging ik meteen naar mijn broer. Intussen was mijn maat naar 50 opgelopen, terwijl hij op 48 was blijven steken. Ik perste mij in zijn smoking en ik heb die avond zo verschrikkelijk geleden dat ik besloot dat dit echt de laatste keer was geweest.

Voor de zekerheid ben ik low profile gebleven en mijd ik angstvallig het type mensen dat feesten in smoking geeft. Jarenlang ging het goed, tot twee weken geleden. En eigenlijk kon ik er weer niet onderuit. Kort na mijn bedankbriefje meldde zich al iemand die het had van horen zeggen.

“Ja maar, je doet het toch voor hen?” “Nee”, zei ik, “lijden doe je niet voor anderen.”

“Maar je doet toch wel wat? Je maakt toch wel een gebaar?” “Ik geef ze een cadeau ter waarde van drie dagen smokinghuur. Nou goed!”