Mauritius, de tijger van Afrika; De voordelen van een land waar niets te halen viel

Zo'n dertig jaar geleden was Mauritius nog een van de allerarmste landen. Na jaren van wijs beleid is het Afrikaanse eiland economisch nu zeer succesvol. Problemen zijn er nog genoeg, maar telkens worden weer nieuwe listen bedacht.

Suiker, suiker. Overal in Mauritius hangt de bruinzoete geur van rietsuiker, het gewas dat sinds jaar en dag de ruggengraat van zijn economie vormt. Op het hele eiland wuiven bossen riet in de oostenwind, aan de horizon staan de schoorstenen van de suikerfabrieken.

De helft van de 1.800 vierkante kilometer die Mauritius meet is bedekt met suikerriet, maar suiker is niet langer de belangrijkste bron van inkomsten. De kleine natie in de Indische Oceaan koos er vanaf de jaren zeventig wijselijk voor zijn monocultuur te doorbreken, door de ontwikkeling van industrie en toerisme. Mauritius is een van de weinige landen in Afrika met regelrecht economisch succes, al loopt de over-ambitieuze democratische republiek het gevaar zich nu te vertillen aan zijn nieuwste boreling: offshore banking.

“Ik heb tegen onze premier gezegd: 'Premier ministre, als we in alle Afrikaanse landen vijftig Mauritianen neerzetten, hebben ze het zo voor elkaar”, pocht een ondernemer in Grand Baie, een vakantieoord aan de noordkust van het eiland. Het vertrouwen in eigen kunnen onder de Mauritianen is grenzeloos. Maar ze hebben dan ook iets om trots op te zijn: in twintig jaar tijd bouwden de 1,1 miljoen inwoners een solide basis voor hun economie. De 3.500 dollar die Mauritianen gemiddeld per jaar verdienen is één van de hoogste inkomens in Afrika; alleen in Libië en de Seychellen ligt het nog hoger. In een rapport van het World Economic Forum kwam Mauritius dit jaar uit de bus als het best concurrerende land in Afrika. En op wereldschaal komt het land op de vijfde plek van meest geliberaliseerde landen.

Mauritius was onbewoond toen in 1598 Hollandse zeelieden het eiland aandeden. Tot 1710 was het eiland een kolonie van de Verenigde Oostindische Compagnie. Pas na het vertrek van de Hollanders werd het eerst door de Fransen en later door de Britten volledig ontgonnen. De huidige bevolking stamt af van zwarte slaven (27 procent), Indiase contractarbeiders (69 procent), blanke 'meesters' (1 procent) en de onvermijdelijke Chinese avonturiers (3 procent). De twist om grond en middelen tussen verschillende etnische groepen die menig Afrikaans land verscheurt, is aan Mauritius voorbijgegaan, omdat niemand een historische claim op land kon leggen.

Hoewel de verschillende bevolkingsgroepen hun eigen tradities uit de landen van hun voorvaderen hebben behouden en tamelijk gescheiden naast elkaar leven, is politiek of religieus geweld Mauritius altijd bespaard gebleven. Het land is een volwaardige democratie, waar regeringswisselingen heel gebruikelijk zijn. “Zo moeilijk is dat ook weer niet”, zegt Shaheen Farreedun, journaliste bij het dagblad L'Express, “alle politieke partijen hebben dezelfde economische benadering: Mauritius moet via het marktmechanisme zo rijk mogelijk worden.”

Minister van Economische Ontwikkeling Manou Bheenick legt op zijn kantoor in de hoofdstad Port Louis uit dat de natuurlijke armoede van Mauritius in feite een 'zegening' is. “Het grote voordeel voor ons land was vanaf het begin dat hier niets te halen valt. We hebben geen delfstoffen of mineralen en, omdat we een eiland zijn, ook geen grondgebied dat door anderen werd begeerd. We hebben alleen mensen, veel mensen.”

De Britten verleenden in 1966 een straatarm Mauritius onafhankelijkheid. Suikerriet was de enige bron van buitenlandse valuta, 99 procent van de export betrof ruwe suiker. “De suikersector zat aan zijn plafond en was desondanks niet sterk genoeg om alle Mauritianen te onderhouden. We hadden een hoge werkloosheid en kampten met een bevolkingsexplosie. Wat de productie van andere goederen betreft waren we volledig afhankelijk van het buitenland”, zegt minister Bheenick.

Mauritius is een van de dichtst bevolkte landen ter wereld, met ruim 600 inwoners per vierkante kilometer, bij gebrek aan werk een potentieel gevaarlijke situatie. In deze omstandigheden besefte Mauritius dat het zijn economie moest openstellen voor buitenlandse investeerders, die gebruik konden maken van voordelige arbeidskrachten. Het land besloot zich begin jaren zeventig te richten op met name de lichte, arbeidsintensieve industrie en riep hiertoe de zogenoemde Export Processing Zone (EPZ) in het leven, waar iedereen tegen zeer gunstige voorwaarden een bedrijf kon beginnen. Zo stelt de staat bedrijfsruimte en goedkope electriciteit ter beschikking, zijn de belastingen laag en mag kapitaal in onbeperkte mate worden uitgevoerd. Inmiddels hebben zich op het eiland een kleine 500 bedrijven gevestigd, die werk geven aan 80.000 mensen. Anders dan in het Verre Oosten (China onder andere) is de zone niet een afgeschermd exclusief gebied - over heel Mauritius kunnen de bedrijven zich vestigen. De exportwaarde van de goederen uit de EPZ bedroeg in 1996 21 miljard Mauritiaanse rupees (ongeveer 1,8 miljard gulden). Textiel is de belangrijkste bedrijfstak van de EPZ. Floreal Knitwear, een onderneming gespecialiseerd in het maken van gebreide kleding, heeft zich opgewerkt tot het tweede bedrijf ter wereld in zijn soort, na het Italiaanse Benneton.

De ontwikkeling van de industriële zone stelde de Mauritianen nog niet voldoende gerust. “Je moet niet alle eieren in één mandje leggen”, zegt C. Seebah van de Mauritius Export Development and Investment Authority (Media), een overheidsinstantie.

Vandaar dat Mauritius op zoek ging naar nieuwe mogelijkheden en zichzelf 'herontdekte'. De prachtige stranden, de blauwe zeeën en de koraalriffen, die ooit de Europese ontdekkingsreizigers in vervoering brachten, waren een ideale basis voor de ontwikkeling van het toerisme. Aan de kusten en in baaien werden tientallen luxueuze hotels gebouwd. Toerisme bestond begin jaren zeventig nauwelijks; vorig jaar kwamen ruim een half miljoen vakantiegangers naar het eiland. Vooral onder Fransen is Mauritius erg in trek.Het land heeft aan architectuur en cultuur weinig te bieden, maar trekt met name gezinnen met jonge kinderen en liefhebbers van duiken en watersport.

Na de landbouw, de EPZ en het toerisme ontwikkelde Mauritius in 1989 een vierde poot onder zijn bestaan, waarmee men hoge ogen heeft gegooid: offshore banking. Internationale banken en bedrijven kunnen - zoals dat op de Britse Kanaaleilanden en op de Antillen kan - in Mauritius tegen uiterst voordelige tarieven hun financiële transacties uitvoeren en daar is gretig gebruik van gemaakt. 5.500 bedrijven en banken doen nu zaken via Mauritius. De waarde van investeringsfondsen die via Mauritius lopen was vorig jaar opgelopen tot 3,5 miljard dollar.

Maar op dit terrein is Mauritius zichzelf tegengekomen. Twee weken geleden publiceerden de Verenigde Naties een rapport waar Mauritius in wordt genoemd als een van de landen waar criminelen zwart geld witwassen. Een schok ging door Port Louis. Kon Mauritius een tweede Seychellen worden? Deze Afrikaanse eilandengroep, 2.000 km ten noorden van Mauritius, was twee jaar geleden een dankbaar toevluchtsoord voor internationale criminelen. De G-7 omschreef de Seychellen als “een ernstige bedreiging voor wereldwijde financiële systemen”.

Lord Meghnad Desai, hoogleraar aan de London School of Economics, op bezoek in Mauritius, gaf de eilandstaat hierover onlangs een gevoelig lesje. “De hele offshore banking sector kan in drie maanden om zeep zijn geholpen als Mauritius niet oppast”, zei Desai op een conferentie getiteld 'Vision 2000+: A strategy for the Mauritius offshore sector'. “Mauritius zal zelf een onderzoek moeten instellen naar eventueel misbruik en de schuldigen moeten straffen om zijn naam te zuiveren. Het is bijzonder slecht voor de gehele economie indien een land op een zwarte lijst voorkomt”, aldus Desai.

De professor meent niettemin dat Mauritius, als het erin slaagt het negatieve imago weg te werken, grote kansen heeft van zijn offshore sector een kassucces te maken. “Mauritius is een klein land in een zeer concurrerende sector. Maar de performance is tot nu toe uitstekend geweest. Mauritius moet zich meer op de Afrikaanse en Aziatische markt richten om beter te profiteren van investeringen uit ontwikkelingslanden.” De Mauritiaanse minister van Financiën, Vasant Bunwaree, heeft inmiddels aangekondigd haast te zullen maken met doorvoering van de geconcipieerde Anti Money Laundering Bill. Naar verwachting zal het Mauritiaanse parlement de wet in november aannemen.

Mauritius is ambitieus, zeer ambitieus, maar het land kent inmiddels zijn beperkingen en erkent zijn problemen. De Export Processing Zone zit zo ongeveer aan het maximum van zijn mogelijkheden, wat beschikbare bedrijfsgrond en diversificatie betreft. De werkgelegenheid in de EPZ is door mechanisatie en rationalisatie over haar hoogtepunt heen. Na een periode van volledige werkgelegenheid aan het einde van de jaren tachtig, kampt Mauritius nu weer met een beperkte werkloosheid van vijf procent. De toerisme-industrie is nog niet verzadigd, maar gezien de grote bevolkingsdruk zal het niet lang meer duren of het kleine eiland heeft zijn maximale capaciteit bereikt. Volgens economische analisten mag Mauritius de komende jaren toch uitgaan van een gestage groei van zijn nationaal inkomen tussen 5,5 en 6,5 procent.

De suikerindustrie mag dan zijn overvleugeld door andere sectoren van de economie, rietsuiker blijft altijd het onderpand voor economisch succes. Mauritius hoeft namelijk nooit bang te zijn voor afzet van zijn suiker. Het land mag tot in lengte van dagen onder gunstige voorwaarden zijn suiker leveren aan de Europese Unie. Als Britse kolonie kreeg het land het recht vrijwel zijn gehele suikerproductie aan Groot-Brittannië te leveren, overeenkomstig het zogenoemde Suikerakkoord van het Gemenebest. In 1975 werd deze regeling vervangen door het Suikerprotocol, ressorterend onder de Lomé Conventie.

De garantieprijs die Mauritius voor zijn suiker kreeg lag beduidend hoger dan de prijs op de wereldmarkt. Het prijsvoordeel verviel in de loop der jaren doordat de Europese Gemeenschap, later de EU, de suikerprijs bevroor en later zelfs verlaagde. Maar het vastgestelde quotum van 585.000 ton ruwe suiker is voor onbepaalde tijd gehandhaafd gebleven. Het quotum omvat zo goed als alle door Mauritius geproduceerde suiker, zodat het land zich nooit zorgen hoeft te maken over zijn afzetmarkt.

Waar de suikerboeren zich het meeste zorgen over maken is de ontevredenheid onder hun arbeiders, die, als het even kan, werk in de EPZ of de grote hotels zoeken. Minister Bheenick heeft daarvoor een historische verklaring. “De mensen die vroeger in de suiker werkten kwamen hier niet vrijwillig, maar als slaven. De afkeer van en het verzet tegen de patroons gaat over van generatie op generatie.”

Op een grote plantage in de streek Pamplemousses is de oogst volop aan de gang.Daar waar het terrein vlak is doen oogstmachines het werk, op de geaccidenteerde gedeeltes kappen suikerarbeiders met grote machetes het riet. Hun lichamen zijn vuil van het roet - het gras tussen het riet wordt eerst weggebrand - vermengd met zweet. Blij zien ze er niet uit. “Ik verdien 4.000 rupees per maand (350 gulden)”, zegt een van hen, “en daar moet ik keihard voor werken.” Een regeringsambtenaar in Port Louis spreekt onverbloemd over “apartheid” in de suikerindustrie. De kleine blanke minderheid van Mauritius heeft de plantages in handen, zwarten en Indiërs moeten het vuile werk doen, legt hij uit. Het simpelweg betalen van een redelijk loon aan de arbeiders zou veel oplossen, zo redeneert hij.

Behalve arbeidsonrust zit het suikermanagement nog met een ander, tot voor kort onoplosbaar probleem. De productie zit in Mauritius al jaren aan zijn plafond. Elke vierkante meter die benut kan worden is bebouwd met suikerriet of andere gewassen. 87 procent van het beschikbare landbouwareaal is begroeid met suikerriet. Uitbreiding op het eiland is onmogelijk. Binnen de bestaande fysieke mogelijkheden is men overgegaan tot kwalitatieve verhoging. In de lokale suikerfabrieken heeft men zich toegelegd op de productie van 'speciale suikers', zoals demarara en donkere muscovado.

In de moderne raffinaderij van Deep River-Beau Champ, aan de oostkant van het eiland, laat een trotse manager Mario Antonio zien hoe van het riet via een proces van verpulveren en koken vijftien verschillende soorten suiker worden gemaakt. Bijzonder belang hecht het bedrijf aan het milieu, zegt hij. “We zijn 100 procent milieuvriendelijk. Alle afvalstoffen worden gerecycled en het afvalwater wordt gezuiverd. We moeten wel, want we leven op een klein eiland, we kunnen ons niet permitteren onze eigen tuin te bevuilen.”

Voor hun ruimteprobleem hebben de Mauritiaanse suikerboeren nu een oplossing gevonden: ze verleggen hun grenzen naar andere Afrikaanse landen, te beginnen in Mozambique, dat met een oppervlakte van 800.000 vierkante kilometer veertig keer zo groot is als Mauritius en hetzelfde vochtige warme klimaat heeft dat vereist is voor suikerriet.

Mozambique was begin jaren zeventig een van de grootse suikerproducenten van Afrika met ruim 300.000 ton per jaar. Door de jarenlange burgeroorlog verpieterde dit tot minder dan een tiende daarvan. Een Mauritiaans consortium tekende in augustus in Maputo een contract dat de Mozambikaanse suikerindustrie weer op de kaart moet zetten. In de centraal gelegen regio's Marromeu en Luabo zullen onder leiding van de Mauritianen nieuwe suikerplantages aangelegd worden. Driekwart van de aandelen komt in Mauritiaanse handen, de Mozambikaanse overheid krijgt een kwart. In 2006 moeten de plantages een geplande 110.000 ton suiker opleveren. Als de operatie slaagt ligt de weg naar Mozambique en andere Afrikaanse landen open voor een veel grotere productie onder leiding van de Mauritiaanse suikerexperts. Het suikereiland Mauritius heeft de zoveelste opening gevonden voor economisch succes.