Leerstijlen-hype (1)

De bijdrage van P. Leenheer aan de discussie over het studiehuis (NRC Handelsblad, 24 september) bevat veel persoonlijke meningen en observaties van het soort waarmee je alle kanten op kunt, maar nooit een doel bereikt. Ik reageer op slechts één punt uit Leenheers betoog.

Doelend op het omvangrijke deel van het studiehuisonderwijs waarin de leerling kennis en vaardigheden verzamelt via het uitvoeren van taken en opdrachten, omschreef ik vakkennis als een bijproduct van zelfwerkzaamheid. Meer dan de helft van de traditionele kennisoverdracht via boek en docent moet immers voor deze actieve werkvormen wijken. Ten onrechte schrijft Leenheer aan mij de uitspraak toe dat kennis zo ongeveer wordt afgeschaft. De door onderzoeksliteratuur gestaafde stelling en mijn hoofdargument tegen het studiehuis luidden echter als volgt: dat de kennis die op die inefficiënte manier wordt verworven kwalitatief tekortschiet en dat het studiehuis daarom minder vaardige leerlingen oplevert. Zonder schoolse kennis geen vaardigheden. Dat de leerling in het studiehuis ook minder kennis opdoet is overigens zo klaar als een klontje, al wordt dit vreemd genoeg door Leenheer ontkend in een verward betoog dat ik niet helemaal heb kunnen volgen. De eisen op het gebied van kennis worden eerder aanzienlijk zwaarder, aldus Leenheer. Nu breekt mijn klomp. Al jaren roept het PMVO dat de maatschappij niet zozeer naar kennis als wel naar vaardigheden vraagt.

Het einde van Leenheers bijdrage bevat een onthullende passage. 'Veel van wat leraren in het studiehuis wordt gevraagd, leer je niet uit een handboek met procedures of in een nascholingscursus. Precies zoals in andere professionele beroepen (sic) leer je pas werkelijk in de praktijk van alledag. Dat gaat met vallen en opstaan, met van tijd tot tijd een dip.' Leenheer en het PMVO geloven in vaardigheden. Maar men is ook van mening dat scholing, aan de didactische vaardigheden die een leraar in het studiehuis nodig heeft, niet veel kan bijdragen. Behalve een neerbuigend paternalisme ten opzichte van de leraar, spreekt uit deze passage de ambachtelijke en conservatieve houding van personen die de rationele ontwikkelingen niet kunnen bijbenen.