Japanse dreiging teistert internationale banken

Dreigende verliezen bij Japanse banken. Tuime- lende speculatieve beleg- gingsfondsen. Redeloosheid onder beleggers. Aandelen van banken worden op effectenbeurzen zonder pardon op straat gezet.

ROTTERDAM, 1 OKT. “Het is vrouwen en kinderen eerst”, zucht een grote Nederlandse belegger, die uit arrenmoede zijn laatste pakketten Japanse bankaandelen anderhalve maand geleden maar heeft verkocht. Het was toch al bijna niets meer waard.

Aandelen van Japanse, Europese en Amerikaanse banken en van bankverzekeraars zoals ING werden vanochtend en gisteren geteisterd door een nieuwe verkoopgolf van benauwde beleggers. Het bijna bankroet van het speculatieve Amerikaanse Long-Term Capital beleggingsfonds heeft de financiële markten de stuipen op het lijf gejaagd. “En het ergste moet nog komen”, zegt eerder genoemde belegger.

De financiële toestand van de Japanse banken wordt met de maand penibeler. Het maandenlange gesteggel over de redding van de Long Term Credit Bank neemt bizarre vormen aan voor westerse financiers die gewend zijn dat zulke operaties snel worden uitgevoerd.

Afgelopen weekeinde liet de Long Term Credit Bank zijn deelneming Japan Leasing vallen: een bankroet met een schuld van tientallen miljarden dollars.

Gisteren sloten de toch al zwaar getroffen Japanse banken hun eerste halfjaar af in een klimaat van economische krimp, stijgende faillissementen en een twaalfeneenhalfjaars dieptepunt van de beurskoersen.

Tot nu was het de BV Japan door interventies en steunaankopen steeds weer gelukt om de Nikkei graadmeter van de beurs boven de grens van 15.000 te houden als de banken hun boeken sloten. Banken mogen de extra waarde van hun beleggingen in andere bedrijven meetellen in de omvang van hun financiële buffers. Deze buffers, die bedoeld zijn om verliezen op te vangen en het vertrouwen van spaarders te schragen, moeten volgens internationale afspraken ten minste acht procent van hun naar risicograad gewogen kredieten zijn.

Deze grens wordt in de financiële wereld vernoemd naar de Bank for International Settlements, de BIS, die deze afspraken coördineert. Onder het niveau van de Nikkei beursindex van 15.000 slaat de extra waarde van de beleggingen om in verliezen en die verliezen moeten de banken ten laste brengen van hun winst.

De Nikkei index sloot gisteren, op de laatste en maatgevende dag van het eerste halfjaar op 13.406. De meeste van de negentien grootste banken kunnen niet meer aan de BIS-norm voldoen en dat zal hen nog meer tot een paria in de internationale financiële wereld maken dan zij de afgelopen jaren al zijn geworden. “Over de BIS-regels heeft niemand het meer”, zegt een professionele belegger. “Het is nu gewoon overleven.”

De manco's in de BIS-regels versterken de angst voor ongelukken in het mondiale financiële bestel, doordat alle internationale banken met elkaar zijn vervlochten. De Japanse dreiging is een van de redenen dat bankaandelen de afgelopen weken keer op keer door beleggers werden gedumpt. “De Yanks zijn weer aan het verkopen”, weet een financiële insider. In dit klimaat van angst en onzekerheid volgen de geruchten elkaar in hoog tempo op. Ontslagen. Verliezen. Stroppen van honderden miljoenen guldens zijn niet meer genoeg voor een gerucht. Miljarden is nu wel het minste verhaal dat over de financiële markten gaat, zoals bij ING, dat in anderhalve dag 15 procent in koers is gezakt naar 78,40 gulden vanmiddag. ING ontkent de stroppen.

“En oktober is nog maar begonnen”, zegt een geldbeheerder. “Beticht mij niet van bijgeloof, maar mensen zijn in deze maand altijd wat somberder.” In oktober 1987, 1989 en 1997 traden zware koersdalingen op.

Eén Amerikaanse zakenbank heeft haar traditionele kerstpartijtje al afgelast.