In Turks Koerdistan is het een stuk rustiger

De Koerdische Arbeiders Partij (PKK) riep onlangs op tot een staakt-het-vuren in het zuidoosten van Turkije. Volgens het Turkse leger is deze oproep uit wanhoop geboren. De bevolking zelf heeft haar hoop gevestigd op de komende verkiezingen.

LICE, 1 OKT. “Overal zitten nog steeds soldaten”, zegt Serdar Dolap, eigenaar van een van de zeldzame restaurantjes die nog over zijn in het door ruige bergen omgeven Lice, een stadje zo'n 90 kilometer ten noordoosten van Diyarbakir, in het hart van het Koerdische zuidoosten van Turkije. “De Koerdische Arbeiders Partij (PKK) mag dan gemarginaliseerd zijn, zoals het Turkse leger beweert”, vervolgt hij, “en de situatie in het zuidoosten is inderdaad een stuk veiliger geworden. Maar dat betekent nog niet dat de Koerdische bevolking en de Turkse militairen vrede hebben gesloten. Het veiligheidsleger voert nog steeds een schrikbewind om ons onder de duim te houden.”

Zuidoost-Turkije maakt een rustige indruk. Talloze militaire controleposten leggen de bewegingsvrijheid van de Koerdische bewoners nog steeds aan banden, maar aan de ergste repressie van de veiligheidstroepen lijkt een einde te zijn gekomen, zeker in de stedelijke gebieden. De gevechten tussen het leger en de PKK, die inmiddels al ruim 30.000 doden hebben opgeleverd, beperken zich nu tot de bergen. De gedwongen evacuatie en het platbranden van Koerdische dorpen en nederzettingen (3.428 in totaal volgens het officiële rapport van een Turkse parlementaire commissie) gaan nog op bescheiden schaal door. “Dit jaar zijn ons 25 gevallen ter ore gekomen”, zegt Vedat Çetin, die na de sluiting door de staat van de Turkse Vereniging voor de rechten van de mens in Diyarbakir als regionale waarnemer optreedt. Bovendien lijkt er een einde te zijn gekomen aan de mysterieuze moorden op Koerdische mensenrechtenactivisten en politici: 283 sinds 1990.

Toch gelooft niemand in het zuidoosten, of het nu de bewoners zijn van Lice, een voormalig bolwerk van de PKK, ondernemers in Diyarbakir of dorpsbewoners in de bergen, dat het einde van de nu al ruim 14 jaar durende oorlog tussen de PKK en het Turkse leger in zicht is. De algemene indruk is dat de Turkse Koerden er dankzij die oorlog in zijn geslaagd om hun zaak op de internationale agenda te plaatsen, maar dat er in Turkije zelf nog steeds geen voedingsbodem bestaat voor het verlenen van culturele en politieke rechten aan de Koerden. Daartoe riep de PKK onlangs op in ruil voor een hernieuwd staakt-het-vuren.

“God en druk vanuit Europa op het bewind in Ankara zijn onze laatste hoop”, sprak een jongen vijf jaar geleden tijdens een eerder bezoek aan Lice. Anno 1998 herhalen de mannen voor een van de stoffige koffiehuizen in hetzelfde Lice deze verzuchting. Het verschil is dat ze nu vrijuit met buitenlandse journalisten durven te spreken. “We willen als mensen worden behandeld”, zegt een van hen. “We ondersteunen de oproep van de PKK om de wapens neer te leggen, maar hoe kan dat worden gerealiseerd als het noodzakelijke vertrouwen tussen het leger en de Koerdische bevolking ontbreekt? Koerden worden nog steeds gezien als separatisten, als aanhangers van een verzetsbeweging die een onafhankelijk Turks Koerdistan nastreeft, in plaats van als mensen die slechts uit zijn op de erkenning van hun Koerdische identiteit.”

Lice draagt nog de sporen van de massale gevechten, vijf jaar geleden, tussen de PKK en het Turkse leger. In het stadje vielen 80 doden, ten minste 460 huizen werden in de as gelegd en 7.500 van de 9.000 inwoners sloegen op de vlucht. De algemene indruk is dat de veiligheidstroepen de PKK-aanval hebben gebruikt om de bevolking een lesje te leren. Net zoals in augustus 1992 in Sirnak, in de richting van de Iraakse grens, en in Kulp, niet ver van Lice. De drie stadjes stonden bekend als PKK-vestingen. Lice is niet langer een stadje, maar een verzamelplaats van omvangrijke families die uit de omliggende dorpen werden verbannen. Deze huren nu de huizen van de mensen die Lice ontvluchtten en naar het nabijgelegen Diyarbakir, Adana aan de zuidkust, of westelijke steden als Izmir en Istanbul trokken. Na zeven uur 's avonds waagt niemand in Lice zich meer op straat.

De politiek van de verschroeide aarde was bedoeld om de logistieke steun aan de PKK te breken. Slechts de dorpen die door de staat betaalde dorpswachters accepteerden en samenwerkten met de veiligheidstroepen in de strijd tegen de PKK, bleven gespaard. Mede daardoor is de verzetsbeweging inmiddels gemarginaliseerd, zegt het Turkse leger. Om de bevolking op de langere termijn van de PKK weg te houden, wordt de tijd rijp geacht om de regio te ontwikkelen. De realiteit is dat de PKK weliswaar haar doel: een onafhankelijk Turks Koerdistan, heeft bijgesteld en nog slechts opteert voor politieke en culturele rechten, maar dat de verzetsbeweging zeker niet door het Turkse leger is weggemaaid. De PKK beschikt nog steeds over duizenden strijders terwijl zij er in is geslaagd om de Koerdische problematiek op de agenda in de Westerse landen te houden. Het ontbreken van democratische hervormingen, zeker ook voor de Koerden, was een van de belangrijkste redenen waarom Turkije eind vorig jaar niet werd aangemerkt als toekomstig lid van de Europese Unie.

De vrouwen in Lice bakken platte broden in lemen ovens, zoals ze in hun dorpen gewend waren. Ze zijn weliswaar uit de bergen verdreven, maar elke familie krijgt nog steeds slechts 50 kilo meel per 20 à 30 dagen om te voorkomen dat de PKK de hand blijft leggen op de voedselvoorraden van de bevolking. In Signakköy, een dorpje buiten Lice waar nog zo'n 25 van de oorspronkelijke 150 families wonen, is ook de rest van de levensmiddelen op de bon. Voor ze naar de winkel gaan moeten ze eerst schriftelijk toestemming vragen bij de militaire post, zes kilometer de bergen in. Ook in andere delen van Zuidoost-Turkije, met de provincie Tunceli als het meest prangende voorbeeld, onderwerpt het veiligheidsleger de bevolking nog altijd aan een streng voedselembargo.

In het partijkantoor van de pro-Koerdische HADEP, in een van de drukke straten van het overvolle Diyarbakir (inmiddels ruim een miljoen inwoners) heerst zelfvertrouwen. “De Koerdische realiteit is een feit”, meent voorzitter Feridun Çelik. Hij spreekt van een “onomkeerbaar proces”. Volgens hem wil de Koerdische bevolking vooral vrede. Er moet een einde komen aan de ontberingen als gevolg van de guerrilla-oorlog en de repressie van de veiligheidstroepen. “Maar tegelijkertijd hebben de Koerden in de afgelopen jaren aan kracht gewonnen”, aldus Çelik. “Ze komen nu openlijk voor hun Koerdische identiteit uit en ze zien de HADEP als de lokomotief om ook Ankara tot dat inzicht te brengen.”

De uitspraak van de partijvoorzitter dat de HADEP de politieke voorkeur heeft van 80 procent van de Koerdische bevolking, is wellicht wat al te optimistisch, maar ook Mehmet Sirin Yigit, voorzitter van de Kamer van koophandel en industrie in Diyarbakir, zegt dat de partij bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in april zeker ruim de helft van de stemmen in de regio achter zich zal krijgen. De HADEP wordt door de bevolking niet gezien als de partij die al haar problemen kan oplossen, maar als een platform om de Koerdische identiteit te bevestigen. “De eis van de PKK voor culturele en politieke rechten voor de Koerden sluit daarbij aan”, meent Nebahat Akkoç, een activiste in Diyarbakar wier man in 1993 op mysterieuze wijze werd vermoord. “We willen geen onafhankelijkheid, maar erkenning.”

Het is de vraag of de HADEP in staat wordt gesteld om haar politieke campagne in de komende maanden op te voeren en daadwerkelijk deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Tientallen kandidaten en aanhangers van de HADEP werden bij de lokale verkiezingen in 1994 vermoord dan wel gearresteerd en gemarteld. De partij trok zich noodgedwongen uit de race terug. Bij de algemene verkiezingen een jaar later kreeg men weliswaar de steun van een meerderheid in de Koerdische regio, maar behaalde de HADEP niet de landelijke kiesdrempel van 10 procent.

“De rust in Zuidoost-Turkije is uiterst fragiel”, zegt Yigit. Ook anderen voorspellen dat als de staat de gematigde Koerdische krachten niet de kans geeft om een rol in de politiek te vervullen, de gewapende strijd in Zuidoost-Turkije opnieuw kan losbarsten.