FAVORIETEN; Vedetten en wieltjeszuigers

Het WK wielrennen op de weg is een onvoorspelbaar evenement. Het is een kwestie van vorm, geluk, tactiek, combines, ploegenspel en gezondheid: de kans op een verrassende winnaar is vele malen groter dan bij meerdaagse wedstrijden. Niettemin: tien favorieten voor de regenboogtrui bij de 'mannen elite', de profs dus.

LANCE ARMSTRONG (27, VS) Hij werd in 1993 een van de jongste wereldkampioenen in de wielerhistorie. Hij won twee etappes in de Tour de France en hij won de Waalse Pijl. Hij heeft zijn hele seizoen afgestemd op het WK. Gezien zijn goede uitslagen in de Ronde van Luxemburg (winnaar) en de Ronde van Spanje (vierde plaats) heeft hij zijn strijd tegen teelbalkanker definitief overwonnen. Bijna twee jaar geleden, tijdens een persconferentie op het WK in Lugano, maakte hij melding van zijn ziekte. Na verschillende operaties en langdurige chemotherapieën werd hij dit voorjaar gezond verklaard. De rentree van Armstrong op het hoogste niveau is een medisch wonder. De concurrentie zal hem de wereldtitel gunnen, mocht hij in de slotfase een voorsprong hebben genomen. MICHELE BARTOLI (28, Ita) Hij is de veelzijdigste wielrenner van dit moment. Hij won in 1996 de Ronde van Vlaanderen en hij was de afgelopen twee edities de sterkste in de Luik-Bastenaken-Luik. Bartoli rijdt altijd goed op heuvelachtig terrein; afgelopen voorjaar was hij ook de beste (maar niet de snelste) in de Amstel Goldrace. Hij heeft de Cauberg leren kennen als een peulenschil. Hij is bij het WK de onbetwiste kopman van de Italianen. Het grootste gevaar komt misschien wel uit eigen gelederen. Als zijn landgenoten Tafi of Zanini van voren rijden, moet hij in de remmen knijpen. De regenboogtrui is een felbegeerd tricot voor Bartoli. Pas wanneer hij de wereldtitel behaalt, wordt hij in Italië als een 'campionissimo' beschouwd. LEON VAN BON (26, Ned) In San Sebastian greep hij vorig jaar net naast de wereldtitel. Maar de bronzen medaille was een bevestiging van zijn grote kwaliteiten in eendaagse wedstrijden. Dit voorjaar trok hij de stijgende lijn door, met een vierde plaats in Parijs-Roubaix. Na een ritzege in de Tour behaalde hij eind augustus in Hamburg in de HEW-Cyclassics Cup zijn eerste wereldbekerzege. In de Ronde van Spanje deed hij vooral wedstrijdritme op. Hij verliet de Vuelta voortijdig, volgens officiële bronnen wegens griep. Van Bon deelt met Boogerd het kopmanschap in de Nederlandse ploeg. Net als Raas in 1979 kan hij in Valkenburg profiteren van het thuisvoordeel. De Italiaanse vedette Bugno tipt hem als de grote favoriet voor de wereldtitel.

MICHAEL BOOGERD (26, Ned) Hij was de ontdekking van de Tour de France. Zijn strijdlust sprak nog meer tot de verbeelding dan zijn vijfde plaats in het eindklassement. Deze klassering was geflatteerd door het vertrek uit de wedstrijd van de renners van Festina en Kelme, als gevolg van een dopingaffaire. Boogerd heeft deze zomer aangetoond dat hij in het hooggebergte tot de internationale subtop behoort. Een paar maanden eerder toonde hij zijn kwaliteiten op heuvelachtig terrein. Hij behoorde tot de betere renners in de Amstel Goldrace en Luik-Bastenaken-Luik. Hij beschouwde de Vuelta als een uitgebreide trainingsrit. Hij is enorm gebrand op een goede prestatie in Valkenburg. Maar hij moet oppassen voor te veel dadendrang. Geduld is een schone zaak. Het WK wordt bijna altijd in de slotfase beslist. BO HAMBURGER (28, Den) Hij kwam vorig jaar net als Van Bon een paar meter tekort voor de wereldtitel. De eeuwige belofte was in San Sebastian eindelijk tot ontplooiing gekomen. Rijdend voor TVM kon Hamburger de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken. Hij kwam in de Tour vooral kracht tekort. Ondanks de sombere voorspellingen van zijn voormalige ploegleider Priem, die afgelopen winter nog beweerde dat elke renner slechter gaat presteren als hij TVM verlaat, boekte Hamburger veel progressie bij Casino. Hij won dit voorjaar de Waalse Pijl en hij reed in de Tour de France een dag in de gele trui. De Cauberg lijkt geschapen voor deze tenger gebouwde Deen, die het kopmanschap moet delen met Sörensen.

PETER VAN PETEGEM (28, Bel) Hij is de 'dark horse' van het WK. In de Vuelta kwam hij afgelopen maand regelmatig een bandlengte tekort voor een ritzege. Bij TVM was hij dit seizoen de enige beschermde renner in de klassiekers. Hij won de Omloop Het Volk en hij reed een goede Amstel Goldrace. Het draaien en keren in de Limburgse heuvels is hem op het lijf geschreven. Van Petegem heeft de dopingperikelen bij TVM goed verwerkt. Hij is een stabiele persoonlijkheid die veel vrienden heeft in het peloton. Dit laatste aspect is belangrijk, want een WK is niet alleen een wedstrijd tussen landenploegen. Van Petegem deelt het kopmanschap met Tsjmil. Hij wil de regenboogtrui opdragen aan de ploegleiding van TVM die als gevolg van dopingperikelen nog steeds Frankrijk niet mag verlaten. ROLF SÖRENSEN (33, Den) Hij heeft zijn hele jaar afgestemd op Valkenburg. Wie deze zomer slijtageverschijnselen bespeurde bij Sörensen, werd steevast gewezen op zijn afwijkende seizoensopbouw. Hij liet de Tour schieten om zich optimaal te kunnen voorbereiden op het WK. De regenboogtrui is bijna een obsessie voor de ervaren Deen. Hij heeft nooit kunnen uitblinken op een WK, hoewel hij in de klassiekers jarenlang goede uitslagen reed. Hij won Parijs-Tours, Parijs-Brussel, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Vlaanderen. Hij behaalde ook ritzeges in de Giro d'Italia en de Tour de France. Zijn recente zege in de Ronde van Nederland was geen goede graadmeter. Sörensen profiteerde van het ploegenspel van Rabobank. ANDREA TAFI (32, Ita) In de schaduw van Bartoli mag hij volgende week eindelijk weer eens voor zijn eigen kansen rijden. Tafi moet zich bij Mapei vaak inhouden voor Museeuw en Ballerini, de kopmannen van de sponsor. In 1996 kreeg de meesterknecht Tafi loon naar werken in de Ronde van Lombardije. Hij revancheerde zich voor de gemiste kans op het WK in Lugano, waar hij een week daarvoor iets te laat op gang was gekomen. Hij heeft een kenmerkende stijl; met zijn lange lijf zit hij opvallend diep op zijn fiets.

Meestal draagt hij een zonnebril boven op het hoofd. Voor de toeschouwer is hij een lust voor het oog. Niemand kan zo indrukwekkend soleren als de man met de dikste dijen van het peloton. ANDREI TSJMIL (35, Bel) Hij woonde achtereenvolgens in Rusland, de Oekraïne, Moldavië, Italië, Frankrijk en Italië. Tsjmil begon zijn profloopbaan bij Alfa Lum, een Italiaanse kweekvijver voor Russische talenten. Sinds 1991 rijdt hij voor een Belgische sponsor; eerst bij GB, nu bij Lotto. Hij won in 1994 op indrukwekkende wijze Parijs-Roubaix. Zijn relatie met België is ambivalent. De Vlaamse pers noemde hem een wieltjeszuiger, omdat hij Museeuw het leven zuur maakte. Tsjmil reed tot vorig jaar met een licentie van de Oekraïne. In die rol weigerde hij zijn Belgische ploeggenoten te steunen bij een WK. Dit seizoen fietst hij zelf met een Belgisch paspoort. Rijdend in een sterke ploeg maakt hij kans op de wereldtitel. De Vlamingen zullen hem alsnog vereren. STEFANO ZANINI (29, Ita) De oermens uit Piemonte vindt zichzelf een grote kanshebber voor de wereldtitel. Hij won in 1996 de Amstel Goldrace, die op een veredeld WK-parcours werd verreden. Zanini heeft een hoekig gezicht en een gespierd lichaam. Mede daarom wordt hij door de Italiaanse wielerfans vaak vergeleken met de inmidddels gestopte sprinter Guido Bontempi, bijgenaamd 'De Buffel'. Zanini was de laatste jaren uitblinker in Parijs-Roubaix, waar doorzettingsvermogen een eerste vereiste is. In Valkenburg behoort hij tot de beschermde renners van de Italiaanse ploeg. Hij zal vermoedelijk geen heimwee krijgen, zoals hem in de Giro en de Tour een paar keer is overkomen. Tijdens het WK volgende week is hij slechts een paar dagen van huis.