Expositie over het leven in kastelen; Op bezoek bij de adel

Wonen in Arcadië, Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41, 's Hertogenbosch. Tel. 073-6877800. T/m 10 januari 1999. Di-vr 10-17u, za, zo en feestdagen 12-17u. 25/12 en 1/1 gesloten. Catalogus, 256 pag. ƒ 65, na de tentoonstelling ƒ 85, uitg. Waanders, Zwolle.

Symposium 'Werken aan Arcadië', 7 en 8/10, Museum Beeckestein, Velsen. Inl. PHB, tel. 057-8691735.

De Weense Ludmilla Gräfin de la Fontaine und d'Harnoncourt droeg een krans van witte bloemen toen zij in september 1881 trouwde met Iwan, graaf de Marchant et d'Ansembourg. Ludmilla is al bijna een halve eeuw dood, maar haar bruidskrans is bewaard in een fraaie koperen lijst, beschilderd met dezelfde witte bloemen. De krans is in Nederlands bezit en te zien op de tentoonstelling Wonen in Arcadië in het Noordbrabants Museum in 's Hertogenbosch, evenals het 18de-eeuwse Meissen-porselein van Isabella gravin van Nassau-La Lecq, de stoelen van Gerrit Willem baron Bentinck, heer van Schoonheten en nog een reeks voorwerpen van eigenaren met vaak illustere - dubbele - namen.

Wonen in Arcadië slaat op de weinige bevoorrechte particulieren die in Nederland kastelen en historische buitenhuizen bewonen. De huizen zijn vaak ware schatkamers vol kunst, antiek, documenten en historische objecten, maar als buitenstaander krijg je die zelden of nooit te zien. Je wandelt of fietst eens langs, je bezoekt eens een tuin of park, maar de huisdeur blijft op slot. De tentoonstelling probeert een kijkje over de drempel te geven. Daartoe zijn zo'n 400 niet eerder geëxposeerde schilderijen, tekeningen, meubels, kostuums en gebruiksvoorwerpen geselecteerd uit zestig huizen die doorgaans niet voor publiek toegankelijk zijn.

Uit de vele familieportretten is een galerij samengesteld vanwaar voorouders, vereeuwigd door schilders als Nicolaes Maes, Johann Tischbein en Charles Howard Hodges, minzaam op de bezoeker neerkijken. In vitrines zijn een aantal woonsituaties nagebootst. Een met wit damast gedekte tafel met kostbare antieke serviezen en glaswerk, zilveren kandelabers en een opvallende zilveren terrine uit 1768 van de Haagse edelsmid Engelbart Joosten staat voor het thema 'De gedekte tafel'. Het Oosters kabinet met porselein en exotische meubels biedt een kijkje op de verzamelwoede die onder de welgestelde Nederlanders ontstond toen VOC-schepen naar het oosten begonnen te varen. De exotische voorwerpen kregen in de 19de eeuw vaak een onvermoede bestemming. Een merkwaardige kaarsenkroon uit Huis ter Hooge bijvoorbeeld bevat 17de- en 19de-eeuwse Chinees porseleinen vazen, kopjes en schotels, die de Nederlandse eigenaren hebben laten 'recyclen' in een koperen kroon.

Veel adellijke kasteelbewoners hadden nauwe contacten met het koninklijk huis. Agneta Groeninx van Zoelen-Van de Poll, die prinses Juliana in 1909 ten doop droeg, kreeg als aandenken van koningin Wilhelmina een beschilderde arreslee, nu door Het Huys ten Donck voor de expositie uitgeleend. Een anonieme bruikleengever stond een foto af van Wilhelmina op Friese doorlopers, die Juliana in een klein arresleetje over het ijs voortduwt terwijl een hofmeesteres en adjudant Van Tuyll van Serooskerken op schaatsen toekijken.

De tentoonstelling is op thema ingedeeld, wie gaat zoeken naar een bepaalde buitenplaats heeft een zware dobber. De zwanenhalsbanden van kasteel Duivenvoorde zijn te zien bij het thema 'Jacht en huisdieren', maar een ivoren speld en schuif uit hetzelfde kasteel moet worden gezocht bij 'Genealogie en heraldiek' en de Chinese schotels met houten lijsten in het 'Oosters kabinet'. In de schitterend uitgevoerde catalogus echter is alles makkelijk terug te vinden. Alle getoonde voorwerpen staan erin, aangevuld met kleurenfoto's van jaloersmakende interieurs.

Het leven van de kasteelbewoners is echter niet alleen rozengeur. Het onderhoud kost kapitalen. Eigenaren en bewoners van rijksmonumenten van vóór 1850 hebben 25 jaar geleden hun belangen gebundeld in de Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen (PHB) in Heerde met als doel de toekomst van hun panden veilig te stellen. Er zijn wel goede regels voor de bescherming van de monumenten zelf en de omringende parken, maar voor beheer en behoud van de inboedels en interieurs is volgens de stichting weinig geregeld. Het jubileum is aangegrepen om de expositie te organiseren en een symposium. De hoop is daardoor meer aandacht te krijgen voor het cultuurhistorisch belang van de interieurs. “Je moet”, zegt baron Van Lynden van kasteel Keppel in een begeleidende videofilm, “ook een beetje als die aap in de dierentuin zijn en getoond worden”.