Een extra velo

Naam: Theo 'Fiel' Middelkamp (84) Wereldkampioen: 1947, Reims, Frankrijk Andere successen: tweevoudig Nederlands kampioen, eerste Nederlandse etappewinnaar Tour de France Nu: caféhouder in ruste, woonachtig in België

“Ik wil niet meer over wielrennen praten. Die tijd is voorbij. Maar als ge nou toch iets in uw blad wil van mij, dan zal ik gauw eens wat zeggen. Krijg ik een brief dat ze mij uitnodigen voor het komende WK. Ik krijg twee kaarten, en één nachtverblijf, om naar de beginnelingen te gaan kijken in Maastricht en naar de dames, volgende week donderdag en vrijdag. En dan komt het mooiste van allemaal, 'want u zult begrijpen meneer Middelkamp, wij hebben een macht van genodigden en wij hebben geen plaats nie meer voor u op de tribune voor de wereldkampioenschappen van de amateurs en de profs'. “Ik heb de meeste koersen gewonnen als Hollander, ook in Valkenburg, en ik ben wereldkampioen geworden. En dan schrijven ze er nog bij, de vuile stinkende rotzakken, dat ze denken da'k me d'r wel bij neerleg, dat ik het wel zal begrijpen. Moesten dat een rotzakken zijn. Verleden week belde er nog een mokkel en die zegt, 'ge hebt dat ding nog niet opgestuurd meneer Middelkamp'. Ik zeg, 'juffrouwke, ge moet eens goed uw oren openzetten. Weet ge wat ge moet doen? Bedank de heren van de Nederlandse wielrenunie en zeg dat ze allemaal mijn kloten kunnen kussen!

“Ik was d'n eersten wereldkampioen in Olland. Wie hebben ze gelanceerd in Olland? Ik, Schulte, Braspennincx, Van Amsterdam, Van de Ruit, noem maar op. En dan krijg je zo'n briefke dat ge naar de vrouwen moet gaan kijken, veertieneneenhalve kilometer tijdrijden. Van Kieldrecht naar Maastricht. Ze mogen duuzend gulden geven, doe'k t nog niet. “Meneer, luister. In 1945 schreef Jos Vanlandeghem: 'Als er nou een wereldkampioenschap zou zijn, wie zou Middelkamp kloppen?' Maar er was toen geen wereldkampioenschap. “Ik zou de wereldtitel veroveren in '46. Toen waren we met twaalf, dertien man weg en daar ben ik tweeënhalve ronde voor het einde gegaan, laat ons zeggen op 20 kilometer. Of dat ze stilstonden. Na 200 kilometer had ik geen meter op kop gereden. Ze zaten allemaal steenkapot en alleen ik was nog fris. Ik loste iedereen. En toen sloeg m'n derailleur door m'n wiel. In '47 in Reims was ik er alleen bijgekomen, van drie minuten ver. De laatste ronde was ik zeker al een dikke halve minuut weg, toerkes van zevenenhalve kilometer, klapt m'n tuubke van veur. Maar Goddet - de grote man van Frankrijk - had gezien wat er 't jaar daarvoor in Zürich gebeurd was met mij en die had gezegd, 'dat mag niet meer gebeuren, we gaan posten met fietsen zetten'. Ik was alleen weg in de laatste ronde, iedereen was geklopt, ik rij plat en ik kon gelukkig een velo pakken. Ik kwam d'r weer terug bij, ging d'r over en 't was gedaan: ik was wereldkampioen.”

Er was een tijd dat dat anders was, zegt Hummie van der Tonnekreek (53), oud-hoofdredacteur van Weekend. Ze was 19 toen ze, eind jaren zestig, bij Margriet ging werken. Ze was Amsterdamse, had eventjes gestudeerd en viel op tussen de andere redactrices, “keurige meisjes uit deftige gezinnen”. De lezeressen werden consequent met U aangesproken, uitdrukkingen als “bij toeval” of “per ongeluk” waren taboe. Dat zouden de protestantse abonnees blasfemisch vinden. En natuurlijk was de hoofdredacteur een man.

Maar dat de redactrices geëmancipeerd waren, was vanzelfsprekend. Van der Tonnekreek: “We waren werkende vrouwen.” En hoofdredacteur Joop Swart was een moderne man. “Hij voelde de ontwakende emancipatie goed aan.” Onder de slogan “Margriet begroet de nieuwe tijd” maakte hij volgens Van der Tonnekreek van het suffige damesblad een volwassen vrouwenblad. “Hij wilde een journalistiek blad, met goede interviews en reportages.” Volgens Swart was “seks het toverwoord voor de toekomst”. De nieuwe tijd werd in 1969 begroet met de grote, wetenschappelijke enquête 'Seks in Nederland'. Voor het eerst werden openlijk vragen gesteld als: mag een ongetrouwd stel samen in één tentje slapen? Als ze samen slapen, vind ik het geen punt, antwoordde een lezeres. Ik maak me pas zorgen als ze samen wakker liggen.

Er kwamen journalistieke reportages. Was er honger in Afrika, of oorlog in Israel, dan reisde een Margriet-redactrice erheen. “Margriet stuurt een huisvrouw de wereld rond”, staat op een cover uit de jaren zestig. Die huisvrouw was Hanny van den Horst. Later zou ze hoofdredacteur worden, toen was ze nog verslaggeefster. Bij al haar reisverhalen staan foto's met bijschriften als: Hanny en haar twee kinderen in de keuken. Of: Hanny's man en kinderen nemen afscheid op Schiphol. Gewapend met handtas, handschoenen en een hoedje stapte ze vervolgens in vliegtuigen op weg naar Japan, Afrika en Indonesië om ter plekke het alledaagse leven van een gezin te beschrijven. “Natuurlijk was ik atypisch voor de doelgroep”, zegt Van den Horst (73) nu. “Ik was getrouwd, had kinderen en ik werkte. Dat werd toen niet gewaardeerd.”

In 1970 werd Van den Horst hoofdredacteur, de eerste vrouwelijke. En toen gingen de trossen echt los. Journaliste Heleen Crul (54) schreef artikelen over zwangerschapsonderbreking, over het recht op werk, over echtscheiding. “Margriet werd minder eerbaar, en meer weerbaar”, zegt Crul. “De dame was dood.” De vrouw was geen seksloos sloofje meer, zegt ook Van der Tonnekreek.

In die tijd, zegt hoogleraar sociologie Christine Brinkgreve, was Margriet de Opzij avant la lettre. Bij Margriet kón elk onderwerp en de Margriet-lezeressen accepteerden dat. Nog nooit waren de oplages, 800.000, zo hoog. Dat komt, zegt Van den Horst, omdat het geen strijdblad was. De kleren, de kinderen en de recepten bleven. “Dat vond ik zelf ook leuk. We waren geen feministen. Als je een echtgenoot had, sliep je niet met de vijand. En je mocht er leuk uit blijven zien.”

Hoe het komt dat de oplagecijfers dramatisch daalden na het vertrek van Van den Horst in 1980, weet niemand precies. “De nieuwe hoofdredacteur moest en zou een vrouw zijn. Dat was een foute beslissing”, zegt Heleen Crul. Winnie van Rossum volgde Van den Horst op, en zij zette zich af tegen haar voorgangster. Crul: “Ze hadden een typisch moeder-dochterconflict.” “De emancipatie sloeg te ver door”, zegt Hummie van der Tonnekreek. “De weg van geleidelijkheid werd verstoord”, zegt Hanny van den Horst. “Ineens kwam er grove seks op de voorpagina.”

Tweehonderdduizend lezeressen liepen in de jaren tachtig bij Margriet weg en gingen naar Libelle. Dat blad, net iets ouder dan Margriet, was al die tijd braaf gebleven. Een gezellig blad voor huisvrouwen. Volgens Van den Horst zijn Libelle en Margriet communicerende vaten. Gaat het slecht met de een, dan juicht de ander. “We hadden altijd ruzie.”

Bladendokter Rob van Vuure werd aangesteld om Margriet te redden. Pijnlijk detail: hij was daarvoor hoofdredacteur bij Libelle geweest. En toen, zeggen de oud-redactrices, verloor Margriet haar 'eigenheid'. Van Vuure maakte van Margriet een “slap aftreksel, een kloon van Libelle”.

Aty Luitze is nu acht jaar hoofdredacteur bij Margriet. Ook zij komt bij Libelle vandaan. Zij laat het verleden rusten, zegt ze. “Margriet liep voor de optocht uit. Ze sloeg de hoek om, maar de lezeres bleef achter.” Wil je een blad maken dat verkoopt, dan “moet de lezeres de maat slaan”.

Luitze kijkt liever naar de toekomst. De nieuwe trend bij jongeren, voorspelt zij, is dat het weer geaccepteerd wordt om thuis te blijven bij de kinderen. Niet werken is een luxe. In Adformatie werd in 1995 de nieuwe koers aangekondigd: de huisvrouw wordt geherwaardeerd, ze is geen sloofje maar een “sfeerscheppende manager in het gezin”.

“We zijn terug bij af”, zucht Van den Horst. Crul is teleurgesteld, of zeg maar kwaad: “De vrouw wordt weer een turende geit aan een paaltje. Geen eigen mening, geen bewegingsvrijheid. Haar voornaamste zorg volgens Margriet is of ze een vacuüm verpakte rookworst nog wel kan eten na de houdbaarheidsdatum. Waarom staat er geen stuk in over de euro?”

Margriet heeft psychologisch gebroken met haar verleden, zegt Crul. Ze vindt het een commerciële formule vol advertorials, nauwelijks van advertenties te onderscheiden redactionele pagina's. Is Margriet voor uitgeverij VNU soms een lucratieve handel in gekleurd papier, vraagt ze zich af. Luitze kan het haar precies vertellen. Ze leest een aanbeveling voor van J. Brentjes, de voorzitter van de Raad van Bestuur van VNU tijdschriften. “Margriet is een topproduct voor de VNU, een smaakmakend blad.” Dat laatste is letterlijk: staat er een recept met pesto in het blad, dan weet Albert Heijn dat het schap vol moet liggen.

Feit is dat het aantal abonnees daalt. Het blad wordt niet meer als huwelijksgeschenk van moeder op dochter doorgegeven. Het aantal advertenties loopt ook terug. Een jaar lang feestvieren helpt. De specials, feesten en bijlagen werven niet zozeer nieuwe lezers, het zorgt er wel voor dat er minder weglopen. Het behoudpercentage is gigantisch, zegt marketingmanager Ans Bruinenberg. Dit jaar zegden minder lezers hun abonnement op. Alle activiteiten zijn bedoeld om de bestaande lezeressen te plezieren, benadrukt Bruinenberg. Relatiemarketing heet dat. Je bevestigt de band met de abonnees én met de adverteerders.

Hoofdredacteur Matthias Boswinkel van Libelle gelooft niet dat de jubileumviering Margriet veel op zal leveren. “De viering van een jubileum is een marketingstrategie van de jaren tachtig.” Zijn blad, met 700.000 abonnees, zal de grote zus van Margriet blijven, denkt hij. Luitze haalt haar schouders op over zoveel dédain. “De vijandschap tussen Libelle en Margriet is achterhaald.” De concurrenten zijn inmiddels onderdeel van dezelfde uitgever, en binnenkort huizen de redacties zelfs in hetzelfde gebouw. “In het komende nummer drukken we nog een een heel aardige verjaardagskaart af, die Libelle ons heeft gestuurd.”

De redactrices van voorheen betreuren het dat Margriet het jubileum afsluit met een commercieel concert. “Ze breken met de traditie. Margriet vierde elk jubileum met een grote maatschappelijke actie. Dit feest is een marketingstunt.”

“Iets maatschappelijks?”zegt Luitze, “we hebben een jaar lang geld ingezameld voor het Rode Kruis. Ons motto is: vier het leven met Margriet. Als mensen dat hedonistisch vinden, jammer.”

En op dreigende toon: “ En het Arena-evenement is geen marketingtruc. Het is emotie, het is gevoel.”