Een appelschuur vol wijn

Wijnexpert Lucette Faber neemt samen met financieel deskundige Frank Jacobs een kijkje in de kelder van lezers. Deel 2 van deze serie: een kelder in een appelschuur.

Signalement

Afmetingen: 4m hoog, 6m breed, 12m lang

Ouderdom: 15 jaar

Temperatuur: 13-18 graden

Vochtigheidsgraad: 78%

Inhoud: 2124 flessen

Toppers:

1975 Ch. Beychevelle (ƒ 65), Ch. Chasse-Spleen 1990 (ƒ 70) Ch. Talbot 1985 (ƒ 80), Mas de Daumas Gassac 1990 (ƒ 60)

Tobbers: La Pauline, Coupole St. Clement (Cuvées van de Ned. Wijnbeurs)

Geschatte Veilingwaarde: ƒ 61.000

'Vierentwintig', klinkt het ergens achter een stapel appelkistjes. In deze kelder, ondergebracht in een reusachtige appelschuur in het midden van het land, zijn we uren aan het tellen, want een kelderlijst is er niet. Vroeger was dit het koelhuis voor de appelvoorraad van een 30 ha. grote fruitbedrijf, maar sinds de fruitteelt is afgestoten hebben, naast oude fietsen, vrieskisten en tuinstoelen, de wijnen er een onderkomen gevonden. De eigenaar, die op een landgoed woont, heeft overal tussen de flessen papiertjes gestoken met het jaar waarin de wijn op dronk is, “voor het geval ik onverwachts van de trap val”. De nazaten zullen flink moeten doordrinken, want de voorraad blijkt groter dan verwacht.

Wijndrinken zit in de familie. Vroeger alleen Grands Crus, want dat deed je in deftige kringen nu eenmaal, nu vooral wat lager geklasseerden, “de burgermans cruutjes”, zoals meneer het noemt. In de oorlog werden de flessen wijn in de tuin begraven, om daarna weer te worden opgegraven, deels zonder etiket, maar nog uitstekend drinkbaar. Onlangs werd de laatste fles uit de erfenis gedronken: een 1961 Ch. Tertre Daugay (St. Emilion), die nog voortreffelijk smaakte.

De kisten met 1990, 1995, 1996 en 1988 torenen hoog boven ons uit als we met een zaklantaarn de diverse spiegels van kistjes en etiketten beschijnen. De kelder is opvallend jong voor een geboren wijndrinker: op vijf flessen Beychevelle 1975 na stamt de oudste fles uit 1985. Er ligt wijn van veel verschillende domeinen: zo'n vijfenzeventig alleen al voor rood en rond de vijftien voor wit. Er worden nooit minder dan 24 flessen van één soort gekocht, en vaak meer.

Het prijsbeleid is strikt: voor Bordeaux tot ƒ 25 en voor Bourgogne tot ƒ 35 per fles. Wegens de prijsstijgingen is dat voor recente jaren bijgesteld tot respectievelijk ƒ 30 en ƒ 45. De wijnen worden bij zes verschillende wijnhuizen gekocht, meestal nadat meneer in een gids over de wijn heeft gelezen. “Ik heb alles uit boeken geleerd: zeilen, autorijden, fotograferen en ook wijn kopen.” De adviezen van Hubrecht Duijker uit de Wijnalmanak neemt hij ter harte, “want daarmee kun je geld besparen”. De Wijnbeurs heeft een trouwe adept in deze verzamelaar, zowel voor de scherp geprijsde châteaubottelingen als Ch. Le Couvent (St. Emilion, ƒ 24,95) als Ch. des Gondats (tweede wijn van Marquis de Termes, ƒ 12,95) als de eigen cuvées, zoals de La Pauline (Médoc) en de Coupole St. Clement ('bijna hetzelfde als Châteauneuf-du-pape', ƒ 10,45). Het zijn heel eenvoudige wijnen, die met ronkend proza door de Wijnbeurs aan een gewillig publiek worden verkocht als waren het supercuvées. Ze zijn het vooral erg 'bijna'.

Het profiel van de kelder is 'klassiek op een middenniveau' te noemen. Geen riante uitschieters (op een Mouton Rothschild 1964 achter het laatste appelkistje na), maar ook geen echte tobbers. Een degelijke collectie Bordeaux, met wijnen van o.a. Chasse-Spleen, Maucaillou, Léoville Poyferré, Cantemerle, Sociando Mallet en Léoville Barton (alle uit de Médoc), Pavie-Decesse (St. Emilion), le Bon Pasteur (Pomerol) en Tertre Daugay (St. Emilion), aangevuld met Bourgogne. Veel Hospices de Beaune (Beaune, Nuits, Corton), waar de Wijnbeurs bij de grote veilingen in november en maart vaten koopt, verder o.a. Santenay van Girardin en Gevrey-Chambertin van Roy. Een enkele Cornas, Gigondas ('voor bij de boerenkool') en Chateauneuf-du-Pape (La Nerthe 1995) zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen.

Recentelijk wordt er ook wijn uit de Pays d'oc gekocht, wegens de gunstige verhouding prijs/kwaliteit: Dom. de la Jasse, Ch. la Baronne (Corbières), Dom. Cazès (Roussillon), Le Siècle, Cabernet Sauvignon ('van de buurman van Mas de Daumas Gassac, maar veel goedkoper').

Aangezien de eigenaar voornamelijk rood drinkt, is wit aanzienlijk minder vertegenwoordigd. “Dat schenken we met Kerstmis en als er gasten komen”, vandaar dat we slechts zo'n 150 flessen wit tellen, o.a. 1994 Meursault Charmes van Chauvat-Labaume, 1992 Chablis, 1992 Pouilly Fuissé Les Creilles van Drouhin en verder wat Elzas: Riesling, Gewürztraminer en Pinot Blanc van Hertz.

In een kelder als deze missen we port en champagne. Champagne wordt alleen voor bijzondere gelegenheden gekocht - voor partijen volstaat Freixenet prima, vindt meneer - en bij de borrel wordt witte wijn gedronken, geen port. Ondanks de vrij hoge veilingwaarde van deze kelder is hij, gezien het veelzijdige aanbod op de wijnmarkt, qua opbouw wat aan de saaie kant.