De Derde Weg naar het einde

“Kohl muss weg, Kohl muss weg”, scandeerden de afgelopen weken elke avond weer de duizenden bezoekers die naar één van de 'road-shows' van SPD-voorman Gerhard Schröder waren getrokken. Daar ging het bij de verkiezingen in Duitsland om: nieuw versus oud. Er is afgelopen zondag niet zozeer voor Schröder gestemd als weg tegen Kohl. Niet voor niets was de campagne van de SPD was volledig gericht op het bij het electoraat aanwezige 'genoeg-van-Kohl-sentiment'. En met succes, zoals zondagavond bleek.

Schröder heeft van dezelfde omstandigheden geprofiteerd (en geleerd) als Tony Blair vorig jaar in Groot Brittannië. Ook bij de Britten was het overwegende gevoel bij de verkiezingen dat er allereerst iemand weg moest uit Downing Street. Op zijn beurt had Blair weer goed gekeken hoe Bill Clinton dat enkele jaren daarvoor in de Verenigde Staten had aangepakt. It's time for a change, zei Clinton in 1992 tegen de Amerikanen die er toen twaalf jaar Republikeins bewind op hadden zitten. Op de tonen van Fleetwood Mac's 'Stop thinking about tomorrow, yesterday has gone' danste hij vervolgens het Witte Huis binnen om enkele jaren later het programma van de Republikeinen te kapen. Zo gaat dat dus.

In de Europese Unie zijn na de verkiezingsoverwinning van de SPD in Duitsland sociaal-democraten in dertien van de vijftien regeringen vertegenwoordigd. Maar of dit nu ook betekent dat de sociaal-democratie 'alive and kicking is', zoals in het eerder dit jaar uitgekomen boek Transformation in Progress over de Europese socialistische partijen staat, is maar zeer de vraag. Dat was trouwens ook de centrale vraagstelling in dat boek, waarin vooral werd aangetoond dat er van enig gemeenschappelijk Europees sociaal-democratisch beleid in elk geval geen sprake was. Het bijvoeglijk naamwoord nieuw is dat wat de partijen bindt: New Labour, die Neue Mitte, maar daarachter zitten werelden van verschil. Zie alleen het nieuws van gisteren al. Terwijl Tony Blair zich in Blackpool tegen inperking van het vrij kapitaalverkeer keerde, steunde Schröder in Parijs pleidooien voor strakkere regelgeving.

Om toch maar vooral van het wasmiddel-imago af te komen, heeft iedere zichzelf respecterende politicus van een vernieuwde partij het tegenwoordig over de Derde Weg. Deze term moet dienen als bindmiddel dan wel als verklarende factor voor wat er allemaal gaande is. In hun bijdrage aan de opinie-pagina van gisteren deden de PvdA-ers Anker en Hilhorst niet moeilijk over de ontstaansgeschiedenis van de hernieuwde opleving van het Derde Weg-denken. De Derde Weg is volgens hen voor een deel een formulering achteraf van een richting die partijen als de SPD, Labour en de PvdA al waren ingeslagen.

Zij ontpopten zich in hun bijdrage meer als campagnestrategen dan als politieke theoretici. Imagoverbetering, daar gaat het allereerst om, zo blijkt uit hun stuk: de traditionele zwaktes die met linkse partijen werden geassocieerd, zoals hoge overheidsuitgaven, belastingen en tekorten moesten worden geëlimineerd, en de traditionele kracht, bij voorbeeld sociale rechtvaardigheid meer uitgevent. “Hoewel het tijd kost om het vaak diepgewortelde wantrouwen weg te nemen is dat wel een absolute voorwaarde om electorale meerderheden te kunnen smeden en om regeermacht te veroveren”, aldus Anker en Hilhorst. Denk de verkiezingsleuze van de PvdA erbij ('sterk en sociaal') en duidelijk is waarop zij doelen. Ook de pertinente weigering van PvdA-leider Kok om überhaupt maar over het gevoelige punt van de hypotheekrente-aftrek te praten past geheel in dat licht. Het heeft niets te maken met opvattingen maar alles met strategie.

In wezen is de Derde Weg niets anders dan het streven naar de catch all party waarover de politicoloog Kirchheimer al in 1966 schreef en die in 1992 in Nederland weer tot leven werd gewekt in het proefschrift van de Leidse wetenschapper Ruud Koole waarin deze de opkomst van de moderne kaderpartij beschreef. Minder ideologische ballast, sterkere nadruk op het leiderschap, veel minder invloed van het individuele partijlid, minder nadruk op sociale klassen en het onderhouden van betrekkingen met diverse belangengroepen waren volgens de theorie van Kirchheimer van ruim dertig jaar geleden de sleutel tot succes voor een catch all party. Het zijn exact de basisingrediënten voor het succes van de Schröders en de Blairs. Tegen die achtergrond is de Derde Weg inderdaad niet veel meer dan opportunisme met een menselijk gezicht zoals de Amerikaanse wetenschapper Tony Judt onlangs schreef.

Het politieke programma van de nieuwe Derde Weg'ers is niet meer dan een oefening in handig plak -en knipwerk. Veel omarmen en weinig afwijzen, is het credo. Dat kan ook gemakkelijk als de Derde Weg zoals Blair stelt een brede weg is. In Nederland hebben we daar met paars de nodige ervaring mee opgedaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de paarse beleidshutspot zonder enige schroom tot de Derde Weg kan worden gerekend; het is slechts een kwestie van het weer een beetje breder maken van de weg.

De Derde Weg is vooral een weg naar de macht. Eenmaal bij de macht aangekomen is het een kwestie van zittenblijven. Dat betekent dus het voeren van een catch all beleid. Immers: the big idea is that there is no big idea. Politiek beperkt zich noodzakelijkerwijs tot het anticiperen op externe ontwikkelingen. De politicus is onder die omstandigheden niet veel meer dan een procesbegeleider. En de Derde Weg waarop hij zich beroept? Dat is geen nieuwe politieke ideologie, maar de zoveelste bevestiging van het einde van de ideologie.