Dansers van Riverdance brengen wervelende saaiheid

Dansvoorstelling: Riverdance: The Show. Choreografie: Michael Flatley e.a.. Muziek: Bill Whelan. Regie: John McColgan. Dans: Breandan de Gallai, Joanne Doyle e.v.a. Orkest o.l.v. Joe Csibi. Gezien: 30/9 Ahoy Rotterdam. Aldaar t/m 11/10.

Vierenzeventig zwarte benen op een rij dansen razendsnel en volmaakt synchroon over een gigantisch podium, opgezweept door een dreunende Ierse volkswijs. Het geheel verbouwde Ahoy-complex in Rotterdam beleefde gisteren een luidruchtige openingsavond met een volks- en tapdansshow van Riverdance. Het sportpaleis had zich geen spectaculairdere heropening kunnen wensen.

Riverdance begon in 1994 als pauzevuller van het Eurovisie Songfestival in Dublin. Het gelegenheidsnummer van zeven minuten had zoveel succes dat de makers besloten het op te rekken tot een avondvullend programma. Vier jaar later is Riverdance een zeer succesvolle show die in drie verschillende versies over de wereld tourt. De volksdansers zijn voor het eerst in Nederland en Ahoy is moeiteloos veertien avonden uitverkocht. Voor de fans die misgrepen begint zaterdag alvast de voorverkoop voor volgend jaar.

De show begint rustig. Terwijl het lange, grijze podium stemmig wordt verlicht, speelt het orkest in de hoek een mooi volkswijsje. Een grafstem draagt ondertussen wat new-age poëzie voor: “Golf na golf/ De zee van tijd/ De wrede oceaan/ Diep donker en wijd.”

Lang zal de rust niet duren: De slagwerkers staan reeds dreigend achter hun indrukwekkende hoeveelheid trommels. Inderdaad komt de volkswijs al snel in een bombastische storm van syntheziserklanken en tromgeroffel terecht. Alsof de Clancy Brothers in een rockopera van Andrew Lloyd Webber zijn verdwaald.

Dan komen de dansers in hun groene rokjes en gilettes. Het zijn er veel. Ze voeren onmiskenbaar volksdanspasjes uit, voor-achter-zij-sluit, maar het heeft toch meer weg van een Amerikaans showballet. Ze gooien hun benen hoog in de lucht, maken achterwaartse salto's en doen alles precies gelijk. Een solodanser komt op: Breandan de Gallay. Hij begint razendsnel te tappen. Het ziet er prachtig uit en hij houdt het meer dan twee uur vol. De tapkoning oogst menig open doekje.

De show gaat voort, er gebeurt veel. Er zijn Russische volksdansers, flamencodansers, hippe Amerikaanse negers, een kerstkoor, een doedelzakspeler, een dame die heel hoog kan zingen en een meisje dat heel snel op een paarse viool kan spelen.

Het publiek valt van de ene verbazing in de andere. Wat kunnen ze veel! En wat doen ze het snel, netjes en precies gelijk! Verbazingwekkend is echter ook de saaiheid. De negenenzeventig dansers en muzikanten werken zich uit de naad, maar er zit geen enkele schoonheid, ontwikkeling of drama in. Daardoor heeft de avond meer weg van een circushow of een sportwestrijd dan van een dansvoorstelling.