Britten roepen Veiligheidsraad bijeen na bloedbad in Kosovo

NEW YORK/PRIŠTINA, 1 OKT. De Veiligheidsraad van de VN komt vandaag in spoedzitting bijeen om te praten over de crisis in Kosovo - dit naar aanleiding van het bloedbad onder Albanese burgers van eind vorige week. Westerse politici hebben gewaarschuwd dat het bloedbad een ingrijpen van de NAVO dichterbij heeft gebracht.

Gisteren kwamen uit Kosovo berichten die wijzen op nòg een massamoord onder Albanese burgers, afgelopen zaterdag aangericht door Servische politiemannen en Joegoslavische soldaten. In Belgrado zijn de berichten over de moordpartij afgedaan als een “mediafarce” die “een alibi” moet opleveren om Joegoslavië te straffen.

De Veiligheidsraad is bijeengeroepen door Groot-Brittannië, naar aanleiding van de door buitenlandse journalisten en diplomaten bevestigde moord op achttien Albanese dorpelingen - bejaarden, mannen, vrouwen en kinderen - in het dorp Gornje Obrinje in Kosovo. Minister van Buitenlandse Zaken Cook zei gisteren: “Dit is geen oorlogsdaad, dit is koelbloedige moord.” Hij zei de Veiligheidsraad bijeen te roepen om VN-secretaris-generaal Annan een urgent verslag te vragen over de mate waarin de Joegoslavische regering heeft voldaan aan de eisen die de Veiligheidsraad Belgrado vorige week voorlegde. In de betreffende resolutie werd Joegoslavië gesommeerd in Kosovo een bestand in acht te nemen, de troepen terug te trekken en onder internationaal toezicht een dialoog met de Albanezen te beginnen.

Cook zei Annans rapport begin volgende week te verwachten. Spoedig daarna, zei hij, zou het tot luchtaanvallen van de NAVO op Joegoslavische doelen kunnen komen. “Militaire actie zal volgen op een politieke beslissing.” Volgens Cook moet de Joegoslavische president Miloševic “voldoen aan de resolutie van de Veiligheidsraad, en hij moet dat snel doen”. Cook wil dat morgen in Londen de internationale Contactgroep voor ex-Joegoslavië - bestaande uit vertegenwoordigers van de VS, Rusland, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Italië - bijeenkomt om over de crisis te praten.

Het bloedbad van zaterdag in Kosovo op weerloze burgers is internationaal met walging ontvangen. In Londen, Parijs, Bonn en Washington is naar aanleiding van het nieuws geconcludeerd dat het een internationaal militair ingrijpen in Kosovo dichterbij brengt. De NAVO liet weten de voorbereidingen van een ingrijpen zo goed als rond te hebben. De NAVO-raad kwam gisteren tot de conclusie dat Belgrado “in strijd met de verzekeringen” de militaire operaties in Kosovo voortzet. Vooralsnog echter wil de NAVO het verslag van Annan afwachten en dan concluderen of het, samen met de resolutie van de Veiligheidsraad van vorige week, een legitimatie voor militair ingrijpen kan vormen. In Washington waarschuwde woordvoerder Foley van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat ten aanzien van een militair ingrijpen “de klok tikt”.

Alleen uit Moskou komen andere geluiden. Rusland blijft tegen enig militair ingrijpen in Kosovo. De voorzitter van het parlement, Selezjnov, suggereerde gisteren dat de Doema het verdrag met de NAVO - de 'Stichtingsacte' - zal opzeggen als de NAVO geweld gebruikt. “Ik wil een waarschuwing geven. Als er op Joegoslavië maar één enkele raket valt sluit ik niet uit dat de Doema procedures op gang zal brengen om het verdrag van Rusland met de NAVO te annuleren.”

Uit Kosovo zelf werd gisteren bericht dat Servische politiemannen en Joegoslavische soldaten in een dorp bij Golubovac, 35 kilometer ten westen van Priština, afgelopen zaterdag een ander bloedbad hebben aangericht, waarbij veertien dorpelingen - allen mannen - op wrede wijze werden vermoord. Een jonge Albanees overleefde de massamoord door zich dood te houden nadat hij in een been was geschoten.

Volgens het relaas van de man en van andere dorpelingen die gisteren door buitenlandse journalisten werden ondervraagd dreven de politiemannen en soldaten zaterdag de inwoners van het dorp samen en namen de mannen apart. Ze werden met stokken en ijzeren staven geslagen. Bij een aantal dorpelingen werden de ogen met een hooivork uitgestoken. Bij anderen kerfden de Serviërs met messen de initialen van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK in de benen. Uiteindelijk werden de mannen met een machinegeweer doodgeschoten. De lachende en vloekende Serviërs staken vervolgens de huizen van het dorp in brand.

Overlevende dorpelingen begroeven gisteren de laatste slachtoffers. Buitenlandse journalisten die het dorp bezochten vonden bloedplassen, ongeveer honderd kogelhulzen, een bebloede staaf en het afgebroken, eveneens bebloede eind van een hooivork.

In Belgrado is tegengesproken dat ordetroepen zich in Kosovo schuldig hebben gemaakt aan moord op burgers. Het ministerie van Binnenlandse Zaken liet weten dat “elke mogelijkheid” dat Servische politietroepen betrokken zijn geweest bij een bloedbad moet worden “uitgesloten” en gelastte een onderzoek naar de berichten van gisteren over het bloedbad in het dorp Gornje Obrinje. Maar het persbureau Tanjug concludeerde dat de berichten over het bloedbad niets anders zijn dan “een mediafarce” die de NAVO “een alibi” voor ingrijpen moet verschaffen. Volgens Tanjug ziet de NAVO zich door het verzet van Rusland tegen ingrijpen gedwongen “een nieuw voorwendsel te vinden of uit te vinden” om in te grijpen. (Reuters, AP, AFP)