Boksbeugeltje als kraamcadeau

Blikvangers, een nieuwe kijk op Accessoires, t/m 10 jan. Textielmuseum Tilburg, Goirkestraat 96, Tilburg. Di t/m vr 10-17u, za en zo 12-17u. Toegang ƒ 7,50. Inl 013-5367475.

Het eerste 'voorwerp' dat de bezoeker aantreft op de expositie Blikvangers in het Textielmuseum in Tilburg maakt meteen duidelijk dat het hier niet om een gewone sieraden-tentoonstelling gaat. In een vitrinetafel ligt een bolletje pluizige wol, gevlochten en gewikkeld van het eigen haar van ontwerpster Dini Besems. 'What would you like to knit with me?' is de titel, en daarmee dringt Besems direct door tot hoofd en hart van de beschouwer. Misschien wil die niks met haar te breien hebben, maar dan heeft hij in gedachten geweigerd, dus antwoord gegeven.

Het Textielmuseum vroeg tien sieradenontwerpers, vijf uit België en vijf uit Nederland, om een andere kijk op accessoires te geven: accessoires, letterlijk bijzaken, zouden hoofdzaak moeten worden. Verder kregen de ontwerpers de vrije hand; mede daarom is draagbaarheid soms ver te zoeken. Maar er zijn ook ontwerpen die regelrecht door kunnen naar de winkel, zoals de broches en colliers van Pia Clauwaert. Als ze al niet van eigenaar verwisselen tijdens deze expositie, want het meeste werk is te koop.

Na het bolletje van Besems wordt de blik gevangen door een opstelling die Ted van Noten maakte in samenwerking met Maurice Spapens en Tom Claasen. Van Noten richtte zich op 'kindervormgeving', omdat hij, om zich heen kijkend, “daarin een bepaalde kinderlijke gekte mist”. Naast een kinderwagen van piepschuim in Flintstone-vorm hangt een babypakje van verguld messingdraad. Erbij ligt in een vitrine, als een kostbaar kraamcadeautje, een mini-boksbeugeltje van acrylaat, waarin een doorn, een vliegje, een kruimel goud en een diamantje zijn gegoten. De een zal er schouderophalend aan voorbijlopen, een ander zal geen moeite hebben met associaties: een kind moet leren opboksen in het leven, kind in de boks, kind in de wagen, kind gevangen in zijn mooiste pakje, kind als accessoire.

Thema's als gezin, trouwen en kinderen komen bij verscheidene ontwerpers aan de orde: Hilde de Decker ontwierp grote colliers die aan ambtsketens doen denken en noemde die NSG: Nieuw Samengestelde Gezinnen. Ze zijn gemaakt van afgietsels van ex-voto's: figuurtjes die in katholieke streken in kerken werden opgehangen om een belofte gestand te doen. De Decker combineert de nostalgische vader- en moederplaatjes met oudere kinderen die blijkens de verbindingslijnen wel van de één, maar niet van de ander zijn, plus een baby die aan vader en moeder verbonden is. Haar realistische, of moet men zeggen ironische, kijk op verbintenissen blijkt ook uit een ring met een loden balletje aan een ketting: 'Forever Yours'.

Manon van Kouswijk weet een aangename luchtigheid in haar werk te houden, waarbij ze vaak speelt met de functies van het lichaam: zo maakte ze zilveren lepels met òf in het midden òf voorop òf aan de zijkanten een opgeruwd vlak en op de handvatten de woorden zoet, zout, bitter en zuur. In een paar handschoenen borduurde ze op de handpalmzijde woorden in braille, die te maken hebben met aanraken en voelen. Twee raadselachtige binnenzakken versierde ze met geborduurde handlijnen, die precies op de 'echte' lijnen aansluiten als je je handen lekker losjes in je zakken houdt. Mooi is haar idee om trouwringen in de binnenkant niet met een datum, maar met de levenslijn uit de hand van de partner te graveren.

Soms is meer tekst en uitleg nodig, wat meestal verdacht is. Toch is de vraag van Hilde van der Heijden zinnig: 'wat draag je levensnoodzakelijk met je mee als je op de vlucht moet?', zoals de Rwandese die ze citeert in een bijgevoegd tekstje. Van der Heijden geeft antwoord met drie body's: een smokkelbody met in kleine vakjes verborgen kostbaarheden, een zilveren body als pantser om je kwetsbaarheid te beschermen en een doorschijnende body met aan de binnenkant, in spiegelbeeld, een gedicht van Hans Lodeizen - voor als je alleen jezelf nog hebt en zekerheid in je binnenste moet voelen.

Van der Heijden's 'Some-body's' gaan over: wat is wezenlijk en wat is accessoire? en over afstand doen van verhulling, verleiding en versiering. Tegelijkertijd realiseer je je dat een sieraad allesbehalve bijzaak kan zijn: soms is het het laatste van waarde dat je bereid bent op te geven. Omdat je daarmee de geliefde gever letterlijk op je hart of aan je hand draagt, of omdat het een amulet is geworden, waaraan je vertrouwen ontleent, vertrouwen dat je kan redden. Klassiek en enigszins voorspelbaar is de betekenis die Anne Zellien benadrukt met haar attributen voor een pelgrimstocht door een donker woud: de 'amuletten' - kruisje, schabbelier, medaillon - zijn net zo noodzakelijk voor het bereiken van het doel als mantel, wandelstok en laarzen.

Ten slotte (het kan niet vaak genoeg herhaald worden): wie afreist naar Tilburg voor deze expositie, moet niet vergeten de museumhallen met oude, werkende spin-, weef-, brei- en verfmachines - nogmaals - door te lopen. Fascinerend om met de neus gedrukt te worden op het gecompliceerde ontstaansproces van iets wat ieder mens dagelijks gebruikt: stof en kleding. Nog altijd wezenlijker dan accessoires. Of niet?