Bekeken race

Naam: Hennie Kuiper (49) Wereldkampioen: 1975, Yvoir (België) Andere successen: olympisch kampioen, twee keer tweede in eindklassement Tour de France, winst in drie grote klassiekers Nu: werkzaam voor sponsoradviesbureau

“Jan Janssen, de oud-wereldkampioen, was mijn buurman in Putte en dat jaar ook onze ploegleider op het WK. Hij organiseerde een bijeenkomst bij hem achter in de tuin. Zijn vrouw Cora had lekkere dingen gehaald bij de plaatselijke patisserie. Kortom: we waren heel ontspannen met elkaar bezig. We zijn op de fiets, dwars door de Kempen, naar Yvoir gereden. Ik had het parcours al verkend met Knetemann. Er was een steile klim die geleidelijk omhoog ging. Voor mij heel geschikt, want ik miste explosieve kracht. Zoetemelk was de enige aangewezen kopman. Janssen zag mij meer als een strijkijzer, iemand die er tussenuit kon piepen. “Wij hadden die dag niks te verliezen, de Belgen waren voor eigen publiek huizenhoog favoriet. Tegen mannen als Merckx en De Vlaeminck, die dat jaar bijna alles gewonnen hadden, moesten wij onze huid zo duur mogelijk verkopen. Er heerste een opgefokte stemming, omdat de Belgen niets van Joop moesten hebben. Hij was voor hen de wieltjesplakker die altijd achter Merckx bleef kleven. Ik was voor de meeste Belgen een onbekende, hoewel ik dat jaar toch Nederlands kampioen was geworden en elfde was geworden in de Tour. “We reden een bekeken race. Ik kwam al snel aan kop. Daarna heeft Karstens een tijdje voorop gereden. We waren heel attent en tegelijkertijd heel rustig. Twee ronden voor de finale ben ik er tussenuit gesprongen. Ik had al snel een voorsprong van veertig seconden. De Vlaeminck heeft me in de laatste ronde nog willen terugpakken, maar hij kwam niet weg uit de groep, want hij was voor iedereen de te kloppen man. Ik hield uiteindelijk zo'n twintig seconden over. Wat een consternatie! Al die Belgen dropen af, als geslagen jonge honden. Ze liepen met hun neus in de grond. Ze herkenden mij niet eens, toen ik in mijn Frisol-shirt naar de dopingcontrole liep. De Vlaeminck was witheet, hij vond mij geen waardige wereldkampioen. Hij vergeleek mij met Harm Ottenbros, een eendagsvlieg. Maar ik heb later het tegendeel kunnen bewijzen. “Die wereldtitel was voor mij nog maar het begin. Ik hoorde vanaf die dag bij het rijtje der kampioenen. Ik had een paar maanden eerder een contract getekend bij Raleigh, met daarin een clausule dat ik meer zou gaan verdienen als ik iets bijzonders had gepresteerd. Post, de ploegleider, heeft zich keurig aan de afspraak gehouden. 's Avonds hebben we natuurlijk feest gevierd. Karstens was helemaal door het dolle heen. Op een gegeven moment stak hij zijn hoofd in een aquarium en beet hij zo een goudvis doormidden.”