ALOJZIJE STEPINAC (1898-1960); Controversiële Kroaat

Zaterdag wordt een diepgekoesterde wens van de Kroaten werkelijkheid. Dan zal de paus, op de tweede dag van zijn bezoek aan Kroatië, in het bedevaartoord Marija Bistrica een van de meest controversiële personen uit de recente geschiedenis van Kroatië zalig verklaren.

ROTTERDAM, 1 OKT. Bijna veertig jaar na zijn dood zijn historici het nog steeds niet eens over de rol die Alojzije Stepinac, aartsbisschop van Zagreb en kardinaal, tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld: was hij een onbuigzame nationalist en een laffe collaborateur van het fascistische regime dat in de oorlog de scepter zwaaide in de nazi-marionettenstaat Kroatië - een regime dat zelfs in die tijden van zinloze massamoord uitblonk door wreedheid bij de genocide op Serviërs, joden, zigeuners en politieke tegenstanders? Of heeft de aartsbisschop van Zagreb en latere kardinaal zich achter de schermen verzet tegen die genocide? En zo ja - heeft dat verzet iets uitgehaald?

De boerenzoon Alojzije Stepinac, geboren in 1898, diende in de Eerste Wereldoorlog in het Oostenrijks-Hongaarse leger, maar liep over, vocht tegen de Oostenrijkers en begroette in 1918 met groot enthousiasme het nieuwe 'Koninkrijk van de Serviërs, Kroaten en Slovenen' dat later Joegoslavië zou gaan heten. Maar die liefde bekoelde snel toen in de jaren twintig duidelijk werd hoezeer de Serviërs de nieuwe staat domineerden. In 1930 werd Stepinac tot priester gewijd en begon een razendsnelle carrière binnen de Kerk: in 1937 al was hij aartsbisschop van Zagreb, met instemming van het hof in Belgrado, dat er - geheel onterecht - op basis van zijn gedrag in 1918 van uit ging dat Stepinac eerder een Joegoslaaf dan een Kroaat was.

Vast staat dat Stepinac in 1941 de uitroeping van de 'Onafhankelijke Staat Kroatië' uitdrukkelijk begroette. Die staat was een schepping van Adolf Hitler en zijn Kroatische kompaan Ante Pavelic, leider van de terreurorganisatie Ustaša die in 1934 de Joegoslavische koning Aleksander had vermoord. Vast staat verder dat Stepinac als kerkleider het nieuwe Ustaša-regime heeft gelegitimeerd, door Pavelic zijn zegen te geven. Nog voor Joegoslavië zich aan de binnengevallen nazi's had overgegeven ontving hij chef-terrorist Pavelic en vlak daarna schreef hij 'zijn' clerus: “Het is niet langer de tong die spreekt, maar het bloed, door zijn mysterieuze band met de aarde, waarin we het licht van God zien.”

Het door Stepinac verwelkomde regime was het meest bloeddorstige van de oorlog. Serviërs, joden en Roma werden met hartstocht vervolgd en wreed vernietigd. Pavelic wilde de Servische minderheid elimineren door eenderde het land uit te gooien, eenderde te vermoorden en eenderde tot het katholicisme te bekeren. Vast staat dat Stepinac in de beginperiode van de genocide de ogen sloot voor de extreme wreedheid van de poglavnik (Leider, Führer).

Maar vast staat ook dat hij zich afkeerde van het regime toen uit berichten van zijn bisschoppen duidelijk werd welke methoden Pavelic hanteerde. “Er heerst een bewind van massamoord”, schreef de bisschop van Mostar aan de aartsbisschop in Zagreb. “Mensen worden als beesten opgepakt, afgeslacht, vermoord, levende mensen worden van rotsen gegooid en als dieren doodgeschoten.” Op 20 november 1941 confronteerde Stepinac Pavelic in een brief met die bisschoppelijke bevindingen. Hij hield de poglavnik voor dat “niemand kan ontkennen dat deze vreselijke daden van geweld en wreedheid hebben plaatsgehad”. In een latere brief veroordeelde hij het vernietigingskamp Jasenovac - het Auschwitz van de Balkan - als “een schandvlek op de eer van Kroatië”.

Niettemin bleef Stepinac naief over de aard van Pavelic. Toen hij de beeldhouwer Meštrovic vroeg of Pavelic persoonlijk op de hoogte was van de wreedheden van zijn bewind en deze antwoordde dat de poglavnik “alles” wist, barstte de aartsbisschop in tranen uit.

Openlijk veroordeeld heeft Stepinac het Ustaša-regime nooit. Wel verdedigde hij in preken de slachtoffers van dat regime: “Alle mensen zijn zonder uitzondering kinderen van God, of ze nu zigeuners zijn of zwarten, beschaafde Europeanen, joden of trotse ariërs. Men kan zigeuners of joden niet uitroeien”, zei hij in oktober 1942. Hij ging Pavelic uit de weg en heeft hem na 1941 nooit meer gesproken. Later hebben getuigen gezegd dat Stepinac persoonlijk door de Ustaša vervolgden heeft geholpen en verborgen.

Na de oorlog werd de fanatieke anti-communist Stepinac een prooi van Tito, die de collaboratie van veel priesters met de fascisten gebruikte als alibi om de Kerk als zodanig te vernietigen en die daarbij geen onderscheid maakte tussen priesters die daadwerkelijk hadden gecollaboreerd en priesters die zich hadden verzet. Honderden priesters werden vermoord, de Kerk raakte haar bezit kwijt, godsdienstonderwijs werd verboden, het atheïsme ingevoerd. Stepinac, een onbuigzame anti-communist, werd belasterd, in 1946 gearresteerd en beschuldigd van collaboratie met Pavelic. Later heeft Milovan Djilas, toen tweede man achter Tito, toegegeven dat het werkelijke motief achter het proces tegen Stepinac diens verzet tegen Tito's bewind is geweest, en niet zijn gedrag in de oorlog.

Stepinac werd wel tot zestien jaar gevangenisstraf veroordeeld en opgesloten in de gevangenis van Lepoglava, waar kort daarvoor de Ustaša nog hun tegenstanders hadden vermoord. In 1951 werd zijn straf omgezet in huisarrest in zijn geboortedorp Krašic. In 1952 werd hij - tot woede van Tito - tot kardinaal benoemd. Stepinac verliet Krašic nooit meer. Hij stierf er in februari 1960 - speculaties als zou hij zijn vergiftigd doen tot op de dag van vandaag de ronde - en werd in de kathedraal van Zagreb begraven.

Controversieel is Stepinac altijd gebleven. Het Simon Wiesenthal Centrum heeft vergeefs gevraagd om uitstel van de zaligverklaring, in afwachting van een nieuw historisch onderzoek naar zijn gedrag. Voor de Serviërs was Stepinac simpelweg een handlanger van het fascisme. Voor de meeste Kroaten was hij even simpelweg een van Kroatië's grootste historische helden, symbool van het Kroatendom dat deze eeuw vier dictatoriale regimes overleefde, dat van de Habsburgers, dat van de Servische monarchie, dat van de fascisten en dat van de communisten. Voor veel historici was hij een Kroatische nationalist die de fascistische staat an sich begroette maar die te zwak en te besluiteloos was om het Ustaša-regime van zijn boosaardige wreedheden te weerhouden of het openlijk en ondubbelzinnig te veroordelen. Zaterdag wordt hij zalig verklaard - de belangrijkste stap op weg naar een heiligverklaring, al moet daarvoor wel nog worden aangetoond dat hij wonderen heeft verricht. En daarvan hebben ook zijn aanhangers nooit bericht.