VSN verkoopt twee busbedrijven aan Britten

UTRECHT, 30 SEPT. Streekvervoerder VSN verkoopt zijn twee noordelijke busbedrijven Veonn en Hanze aan het Britse bedrijf Arriva voor 150,5 miljoen gulden. Daarmee vergroot de buitenlandse busexploitant zijn positie op de Nederlandse markt aanzienlijk. Beide bedrijven tekenden vanmorgen een memorandum of understanding over de overname van Veonn en Hanze. “De eerste grote privatisering in het Nederlandse streekvervoer is hierbij een feit”, zei VSN-bestuursvoorzitter F. Sevenstern vanmorgen op het Utrechtse hoofdkantoor van VSN. “Hiermee wordt nu een conditie geschapen waarmee concurrentie in het Nederlandse openbaar vervoer daadwerkelijk gestalte krijgt. Daarmee neemt de VSN Groep nu het initiatief om de door de overheid gewenste situatie te realiseren”, aldus Sevenstern.

De monopoliepositie van VSN, dat 90 procent van het streekvervoer in Nederland verzorgt, staat al enkele jaren onder druk. De Tweede Kamer wil dat ook in deze sector marktwerking wordt ingevoerd. Dat moet leiden tot goedkoper, efficiënter en beter openbaar vervoer. Door delen van het openbaar vervoer via aanbestedingen te verdelen wil het ministerie van Verkeer en Waterstaat de concurrentie in het streekvervoer bevorderen. Alleen partijen die minder dan 50 procent van de markt in handen hebben mogen straks inschrijven op die aanbestedingen.

Arriva, moederbedrijf van Vancom Nederland, is al op kleine schaal in Nederland actief. In Zuid-Limburg en in de stad Groningen verzorgt Arriva het openbaar busvervoer. Directeur C. Arends van Arriva Nederland toonde zich zeer tevreden over de inlijving van Veonn en Hanze (omzet 400 miljoen gulden). Of de overname banen kost wil hij nog niet zeggen.