Voor eeuwig onbegrepen

Afgelopen juli werd zijn grafsteen op de begraafplaats in Fairmount, Indiana, voor de derde maal gestolen. Zelfs dood is James Dean (1931-1955) de rust niet gegund die hij tijdens zijn leven zocht.

Al meer dan veertig jaar is de acteur dood, maar de fascinatie voor hem neemt niet af. Sterker nog, de verering voor Dean, die de spreuk 'live fast, die young' erg letterlijk nam, heeft mythische vormen aangenomen. En dat voor een jongen die slechts 24 was toen hij omkwam met maar drie films op zijn naam. Maar de kracht van Dean is dat jongeren over de hele wereld altijd herkenning in hem zullen vinden. Zijn eenzaamheid is hun eenzaamheid, zijn angsten hun angsten. Feilloos pikken ze zijn boodschap op: je bent niet de enige die zich onbegrepen voelt. Bovendien stierf Dean op een moment dat hij in de kracht van zijn jeugd was. Zijn vroege dood gaf hem geen kans dik en vet te worden, te veranderen in een gênante verschijning zoals Presley en Brando. Daarom staat er telkens weer een nieuwe generatie Dean-aanbidders op die de mythe levend houdt.

In New York zal Russell Aaronson rond dertig september, de sterfdag van Dean, nog meer fans aan zijn deur krijgen dan gewoonlijk. De 47-jarige ober-annex-sportmasseur woont al meer dan 24 jaar op 19-west in de 68ste straat. Voor Deanfans is dit een heilige plek, want de acteur heeft hier geruime tijd gewoond. Het voorportaaltje is volgeschreven met boodschappen van fans. Gedichten, kreten, liefdesverklaringen uit Japan, Duitsland, Schotland. 'James, pour toi', 'JD, miss you!'. Aaronson is er aan gewend dat er mensen aanbellen en vragen of ze alsjeblieft een kijkje mogen nemen in het vier bij vier meter grote kamertje op de vijfde verdieping van het voormalige patriciërshuis. En of ze alsjeblieft ook even een blik mogen werpen op de badkuip-op-pootjes die nog aan Dean heeft toebehoord. Aaronson laat het allemaal gelaten over zich heen komen. “Mensen hebben er uren vliegen voor over gehad, dan kan ik ze toch niet de deur wijzen”, vindt hij.

In Indiana werden van 25 tot en met 27 september voor de 23ste maal de Remembering James Dean-dagen gehouden in zijn geboorteplaats Fairmount. Uit alle hoeken van de wereld komen fans naar dit Quakersgehucht om het jaarlijkse evenement bij te wonen. Om deel te nemen aan de look-alike-wedstrijd, de films nog een keer te bekijken en lipstickkussen op de grafsteen (die gelukkig weer teruggevonden is) te drukken en liefdesbriefjes en pakjes Marlboro op zijn graf neer te leggen.

In Cholame, Californië, zal vandaag de parkeerplaats van Jack's Diner zich vullen met jaren-vijftigauto's. De inzittenden zullen een spijkerbroek, een wit T-shirt en een leren jack dragen, net als hun held in de film Rebel without a Cause. Het wegrestaurant ligt vlak langs Highway 466 waar Dean om het leven kwam. Belemmerd door de ondergaande zon die de zilverkleurige Porsche van Dean haast onzichtbaar maakte, zag de 23-jarige student Donald Turnupseed Dean niet aankomen en wilde links afslaan. Deans laatste woorden tegen zijn bijrijder, die de crash overleefde (maar die overigens in 1981 alsnog bij een auto-ongeluk om het leven kwam) waren: “Die kerel daar zal moeten stoppen, hij ziet ons wel.” Turnupseed hield er wat schrammen en bulten aan over, Dean overleed ter plekke; zijn hoofd was praktisch gescheiden van de romp.

Ook dit jaar zal de spanning toenemen, wanneer de wijzers van de klok steeds dichter naar 17.45 springen, het tijdstip van overlijden van Dean. Een paar minuten voor tijd zal de groep zich langzaam in beweging zetten en gezamenlijk naar de plek toelopen waar Dean de dood vond. Wanneer de wijzer eindelijk naar kwart voor zes verspringt is er maar één gedachte: dit was het moment. Passerende automobilisten zullen - net als Dean destijds - voor een ogenblik verblind worden door de ondergaande zon.

Donald Turnupseed - nu een welvarend zakenman - heeft altijd geweigerd ook maar iets los te laten over het ongeluk dat zijn leven voorgoed veranderde en dat James Dean onsterfelijk maakte. Bij de bezittingen die vrienden later in Deans appartement vonden, waren drie getypte pagina's uit hoofdstuk IX van The Mysterious Stranger van Mark Twain. Een zin was onderstreept: “Het leven is slechts een visioen, een droom.”