Valse noten in Haags duet Bolkestein en Brandsma

Oud-VVD-leider Bolkestein heeft samen met een verslaggeefster van het NOS Journaal een dagboek bijgehouden tijdens verkiezingen en formatie.

(Haags Duet, verslag van de verkiezings- en formatieperiode. Prometheus ISBN 90 5333 710 5)

DEN HAAG, 30 SEPT. Waar leken nog wel eens denken dat politici en journalisten in een soort Haags duel zijn verwikkeld, publiceren vooraanstaande leden van beide beroepsgroepen samen een boek onder de titel Haags duet. VVD-leider Frits Bolkestein en Journaal-verslaggeefster Margriet Brandsma hebben voorafgaand aan verkiezingen en kabinetsformatie op haar voorstel afgesproken elk een dagboek bij te houden. Hun notities zijn deze week uitgebracht en bieden een opmerkelijk beeld van pers en politiek.

“Aan het eind van de middag een half uurtje Wereldomroeptelevisie. Buitengewoon onbenullig. Ik spreek met het typetje mooi-jong-meisje-weet-van-niks”, noteert Bolkestein op 21 maart. “Waar zijn de ervaren journalisten van een jaar of vijftig gebleven?” En, op 9 maart: “Het hoofdartikel van NRC Handelsblad was niet zozeer kritisch als wel totaal onbegrijpelijk. Maar ja, dat is dan ook de krant van de nuance.”

Niet dat de VVD-leider moeite doet om de mediacontacten naar een hoger niveau te tillen. “Tot slot van de dag een uur kwekken voor Radio M in Zeist”, schrijft hij tijdens de campagne. En tijdens de formatie, over de dagelijkse ontmoeting met de pers: “Ik geef dezelfde stomme antwoorden op dezelfde stomme vragen.”

Van het ontwijken van de media is bij Bolkestein al helemaal geen sprake. Telefonisch vragen beantwoorden van radioluisteraars vindt hij “erg leuk” zo noteert hij wel vijf keer. Bij Margriet Brandsma lezen we: “Toen hij vanavond de zaal binnenkwam, vroeg Bolkestein of ik hem nog nodig had. Nu vraagt hij het weer.” Ze schrijft ook hoe Bolkestein tijdens interviews zichzelf regelmatig onderbreekt met een: “Sorry Margriet, dat is weer niet goed. Dit moet over.” Natuurlijk, zegt zij dan.

De aantekeningen van Brandsma geven hetzelfde beeld van lichte afkeer gecombineerd met onweerstaanbare aantrekkingskracht, maar dan van de andere kant. “Iedere betrokkene die je aanspreekt, begint zijn of haar antwoord met 'ik lek niet, dat heb ik nog nooit gedaan'. Vervolgens vertellen ze meestal wel iets, zij het altijd gekleurd”, schrijft zij over Kamerleden die betrokken zijn bij de formatie. “Melkert biedt zich aan bij Kees Boonman”, is één van vele zinnen over politici die contact zoeken met de media.

Inniger nog zijn de contacten tussen journalisten en voorlichters. Met Tom van der Maas, de inmiddels naar Berenschot vertrokken woordvoerder van de VVD-fractie, bespreekt Brandsma welke VVD-bijeenkomsten voor de NOS-camera's de moeite waard zijn. Zij gelooft hem op zijn woord, want, zo legt ze uit: geen nieuws zonder camera's.

Het meest innig zijn in dit boek de contacten tussen journalisten zelf. “Onderweg naar Maastricht heb ik via de mobiele telefoon met Stephan Koole (Algemeen Dagblad) en Sjuul Paradijs (De Telegraaf) afgesproken dat we elkaar ontmoeten in een café op het Vrijthof. We bespreken waarover het zal gaan vanavond, tijdens de VVD-campagneavond in de Bonbonnière.”, noteert Brandsma op 20 april. “Nieuws is een afspraak tussen journalisten, treffend citaat van Kees Sorgdrager.”

Een tweede Dagboek van een onderhandelaar, waarin Ed. van Thijn de kabinetsformatie van 1977 van binnenuit beschrijft, is Haags Duet echter niet geworden. Waar Brandsma openlijk schrijft over verschillen van inzicht met de redactie in Hilversum - hoofdredacteur Nico Haasbroek wil een cameraploeg posteren bij het Catshuis, kennelijk onwetend dat daar tijdens de formatie niets gebeurt - houdt Bolkestein zijn notities over het verloop van de formatie beknopt. De meest opmerkelijke dag, vrijdag 24 juli, toen hij genoegen nam met een voor de VVD magere verdeling van ministersposten, beschrijft hij met slechts één woord: “Verschrikkelijk!”

Het daaropvolgende weekeinde heeft Bolkestein herhaaldelijk met zijn adviseurs gesproken, zo is bekend, maar de VVD-leider noteert alleen maar dat hij heeft getennist en naar de film is geweest. Dat doet hij trouwens vaak. De lezer krijgt de namen van de opera's die hij bezoekt, de set-standen van zijn tennispartijen, maar geen inkijkjes in het politieke proces, laat staan beschouwingen daarover.

Ook de oordelen over zijn collega-politici zijn beknopt. “De Hoop Scheffer interrumpeert teveel. Hij moet oppassen dat hij geen De Hoop Keffer wordt.” En: “Veel geschrijf over Van Mierlo. Wat een ophef over een mislukte minister!” (Na het vertrek van D66-oprichter Van Mierlo). Wat zou Bolkestein nou van Bolkestein vinden?