Vacaturebanken op Internet; Voor wie de Trompetter niet leest

In de Verenigde Staten vindt één op de vijf werkzoekenden een baan via het Internet.

Het zal nog wel even duren voor het in Nederland ook zover is: bij het vinden van werk komt onder hoog opgeleiden pas één op de tien Nederlanders op het idee naast gedrukte personeelsadvertenties ook Internet te raadplegen. Bestuursvoorzitter J. Brentjes van uitgever VNU, actief op Internet met 'Intermediair online' en 'BanenNet', is echter optimistisch. “Ik sluit niet uit dat online services op termijn de winstgevendheid van print kunnen evenaren en zelfs overtreffen”, zei hij een half jaar geleden bij de introductie van de jongste speler op de Internetvacaturemarkt, BanenNet.

Personeelsadvertenties op Internet lucratiever dan in kranten en vakbladen? Dat is wel erg optimistisch: VNU heeft met zijn regionale dagbladen en tijdschriften 40 procent van de papieren vacaturemarkt in handen. Dat is goed voor zo'n 200 miljoen omzet aan personeelsadvertenties. De activiteiten op Internet zijn daarbij vergeleken een speeltuin: de hele markt is slechts enkele miljoenen groot.

Vacaturebanken op Internet zijn op dit moment zelfs niet kostendekkend, maar dat hebben VNU en de andere spelers op de markt er graag voor over. Zij kijken verlekkerd naar het succes dat vacaturebanken op Internet in de Verenigde Staten boeken. Absolute marktleider in de VS is Monster Board, dat wereldwijd actief is. De Nederlandse editie van Monster Board legt het echter af tegen marktleider Intermediair Online van VNU en de nummer twee, JobNews van uitgever Wolters Kluwer. De laatste slaagde er het afgelopen jaar in zijn bereik ruimschoots te verdubbelen. Andere aanbieders, BanenNet incluis, spelen nauwelijks nog een rol.

De Internetvacaturebanken betrekken hun advertenties vooral uit gedrukte media. Zo bevat Intermediair Online alle advertenties uit zijn papieren naamgenoot en een aantal andere vakbladen van VNU, zoals Computable, Technisch Weekblad, Textilia en het vakblad voor personeelsmanagement PW. Dit wordt aangevuld met een handvol advertenties dat alleen op Internet verschijnt. In totaal bevat de site zo'n 1500 tot 2000 banen per week.

Voor JobNews geldt iets vergelijkbaars: het bevat deels advertenties die uitsluitend voor Internet verkocht zijn, aangevuld met de vacatures uit bladen van Wolters Kluwer als Binnenlands Bestuur, VPN (verpleging) en de Automatisering Gids. Deze bladen hebben ook eigen Internetsites, inclusief een vacaturebank met personeelsadvertenties uit de branche waar het vakblad zich op richt. De gegevens zijn uiteraard afkomstig uit het vacature-aanbod van JobNews.

VNU werkt op dezelfde manier. “We hebben één reservoir met vacatures, waar zowel BanenNet, Intermediair Online als de personeelsrubrieken op de websites uit putten”, zegt Bert Wiggers, manager nieuwe media bij VNU. VNU richt zijn aandacht sinds de oprichting van BanenNet op twee vacaturesites. Wiggers verwacht niet dat BanenNet Intermediair Online al te veel in de wielen zal rijden.

BanenNet onderscheidt zich door een fors groter aanbod aan personeelsadvertenties, zegt Wiggers. “Alle personeelsadvertenties die in Nederland in de gedrukte media verschijnen, staan op BanenNet. Van kranten en weekbladen tot huis-aan-huisblaadjes aan toe. Elke week zitten dertig studenten in Groningen alle advertenties bij elkaar te zoeken om ze, samengevat, op Internet te zetten.” Advertenties overtypen uit andere bladen is volgens Wiggers geen plagiaat. “Doordat we ze samenvatten en bewerken, valt het onder de vrije nieuwsgaring.” Die bladen kunnen er dus niks tegen doen.

Andere vacaturebanken kunnen niet tippen aan het enorme aanbod van BanenNet, maar daar staat tegenover dat zij hun vacatures gratis aanbieden, BanenNet niet. “De afnemer betaalt voor het complete aanbod”, aldus Wiggers. Dat kan nuttig zijn: wie in Zwolle woont, krijgt een advertentie uit de Trompetter, uit Limburg, anders nooit te zien. Het is echter de vraag of hij die wil zien. Advertenties uit regionale kranten en huis-aan-huis bladen zijn immers sterk regionaal gebonden en vaak niet gericht op hoger personeel. En dat zijn wel de werkzoekenden die Internet raadplegen: tweederde van hen heeft een universitaire of HBO-opleiding. Niet voor niets richten vrijwel alle andere Internetvacaturebanken zich uitsluitend op het hogere segment van de arbeidsmarkt, waarbinnen bedrijven hun personeel landelijk werven.

Toch ziet Wiggers voordelen aan het aanbieden van advertenties voor alle mogelijke functies, van hoog tot laag. “Doordat het bestand een volledig overzicht van de banenmarkt is, zit er voor tal van bedrijven en instellingen interessante informatie in. Die kun je daaruit selecteren en afzonderlijk verkopen.” Arbeidsbureaus gebruiken het vacaturebestand van BanenNet nu bijvoorbeeld ook. Zo brengt dezelfde informatie in verschillende vormen telkens opnieuw geld in het laatje.

Een abonnement op BanenNet kost twee tientjes per kwartaal, alleen studenten krijgen het eerste jaar na hun afstuderen een gratis abonnement. Zij vormen dan ook een belangrijke doelgroep. Ze zijn werkzoekend, of worden dat binnen afzienbare tijd, en bevinden zich in het hoge segment van de arbeidsmarkt, waar het personeel niet aan te slepen is. Bovendien zijn ze vaak al gewend aan het gebruik van Internet. Voor technische functies, bijvoorbeeld in de IT-sector, is Internet al van wezenlijk belang bij het vinden van personeel. Volgens Wiggers is het een kwestie van tijd voordat dat voor de volledige arbeidsmarkt geldt. “Vroeg of laat gaan we de Verenigde Staten achterna.”

VNU en Wolters Kluwer lopen nu nog voorop met de exploitatie van Internetvacaturebanken. Maar voor een andere uitgever van dagbladen en tijdschriften is het betrekkelijk eenvoudig om personeelsadvertenties uit hun gedrukte media eveneens op Internet aan te beiden. “Ik verwacht dat zij dat binnen afzienbare tijd ook zullen doen.” Uitgever PCM (Trouw, de Volkskrant, NRC Handelsblad) heeft al aangekondigd binnenkort met een uitgebreide vacaturesite te komen. “De Telegraaf en Wegener zullen ongetwijfeld volgen”, verwacht Wiggers.

Wie de bestaande vacaturesites opzoekt, valt onmiddellijk op dat ze allemaal hun best doen de netsurfer vast te houden met andere informatie dan vacatures alleen, zoals prijsvragen (“raad het salaris”), columns, artikelen over arbeidsmarktontwikkelingen, persoonlijkheidstests en adviezen voor het schrijven van een sollicitatiebrief. Dat doen ze bewust. Met redactionele inhoud trekken de websites ook andere geïnteresseerden dan alleen actieve werkzoekenden. Zij vormen een belangrijke doelgroep. De zogeheten 'passieve werkzoekenden' zijn mensen die al een baan hebben, maar die niet onmiddellijk op zoek zijn naar ander werk. Zulke ervaren krachten hebben werkgevers het liefst en hen bereiken ze vooral via kranten. Want ook al zoeken ze niet direct een andere baan, als hun oog toevallig valt op een interessante personeelsadvertentie, veranderen ze wellicht van gedachte.

De strategie van de Internetvacaturebanken om deze doelgroep te bereiken met redactionele inhoud op hun website werpt haar vruchten af: 63 procent van de bezoekers is niet direct werkzoekend, zo blijkt uit een recent onderzoek van bureau Inter/View. Verder geeft 23 procent aan 'terloops' en 14 procent 'intensief' op zoek te zijn naar een baan.

Solliciteren via Internet kan ook razendsnel, per e-mail. In de praktijk gebeurt dat nog weinig. “Sollicitanten zijn wat dat betreft nog conservatief. Ze sturen hun brief liever gewoon per post.” Volgens Wiggers komt de elektronische solliciatie op den duur ook wel in zwang. “Het heeft ook lang geduurd voordat de geschreven sollicitatiebrief niet langer verplicht was. Ook e-mail zal op den duur geaccepteerd worden.”

De arbeidsmarkt is conservatief, volgens Wiggers. “Sollicitatieprocedures liggen nu eenmaal erg gevoelig. Zo is het van groot belang, waar je de advertentie waar je op reageert gezien hebt. Het zegt iets over je persoonlijkheid, welke krant je leest.” Om diezelfde reden zijn werkgevers selectief in hun gebruik van verschillende media voor hun vacatures. “Het zegt evengoed iets over het bedrijf in welke medium het een advertentie zet. Ze willen hun imago hooghouden en niet in het eerste het beste blaadje adverteren.”

Nieuwe initiatieven, zoals Internetvacaturebanken, stuiten dan ook vaak op conservatieve adverteerders, die liever voor zekerheid kiezen. Maar “bedrijven merken plots dat ze ook respons krijgen door publicaties op Internet en raken in het medium geïnteresseerd.”