Streekvervoerder VSN slaat twee vliegen in een klap

Streekvervoerder VSN verkoopt drie dochters aan het Britse Arriva. Dit hebben de twee ondernemingen vandaag bekendgemaakt.

ROTTERDAM, 30 SEPT. Streekvervoerder VSN leidt al jaren een rumoerig bestaan. Sinds de politiek met plannen is gekomen om ook in het openbaar vervoer marktwerking te introduceren, heeft monopolist VSN zich van de ene in de andere reorganisatie gestort. Van een trage, ambtelijke organisatie moet VSN zichzelf leren verkopen als een goedkoper, efficiënter en klantvriendelijker alternatief voor de auto. Tegelijkertijd staat het bedrijf onder druk van het ministerie van Verkeer en Waterstaat om concurrenten een eerlijke kans op de markt voor openbaar vervoer te geven.

Met de verkoop van twee grote noordelijke busbedrijven Hanze en Veonn kan VSN twee vliegen in één klap slaan. Enerzijds krijgt de politiek zo het signaal dat het VSN ernst is met het openbreken van de Nederlandse vervoersmarkt, anderzijds krijgt het bedrijf met de verkoop de financiële middelen om zelf in het buitenland activiteiten te ondernemen. Om te kunnen overleven temidden van steeds grotere busbedrijven in Europa moet VSN meegaan in die trend, zo liet VSN-directeur Frans Sevenstern (afkomstig van Nedcar) onlangs weten. De publiciteit rond de verkoopplannen van VSN-Noord (Hanze en Veonn) komt Sevenstern ongetwijfeld goed uit, aangezien vanmiddag in de Tweede kamer wordt gesproken over marktwerking in het openbaar vervoer en de positie van VSN, dat nu 90 procent van het streekvervoer in handen heeft.

Voor Arriva kan de aankoop van de twee noordelijke busbedrijven de langverwachte doorbraak zijn op de Nederlandse markt. Arriva nam vorig jaar Vancom Nederland over, het bedrijf dat in 1995 als eerste buitenlandse aanbieder toestemming kreeg in Limburg passagiers per bus te vervoeren. Daarna kreeg Vancom in Nederland verder nauwelijks voet aan de grond, met uitzondering van de stad Groningen. Met de nieuwe, financieel draagkrachtige moeder hoopt Vancom-topman Kees Arends daarin verandering te krijgen.

Door de twee noordelijke busbedrijven te verkopen en voor Hermes, de VSN-vervoerder in Zuid-Nederland, een partner te zoeken hoopt Sevenstern van Verkeer en Waterstaat toestemming te krijgen de holding VSN in stand te houden. Daarmee wil de VSN-top terugkomen op de eerdere belofte aan de politiek dat de holding ontmanteld zou worden, waardoor de alleenheerschappij van VSN op de Nederlandse busmarkt vanzelf zou eindigen.

Op dit moment bestaat VSN uit een holding (met hoofdkantoor in Utrecht), met daaronder vijf groepsondernemingen. De grootste is VSN-1, dat de busbedrijven Midnet Groep, NZH, Oostnet Groep en ZWN omvat. In VSN-Noord zijn Hanze en Veonn opgenomen. Daarnaast omvat de holding Hermes en de Brabantse BBA, waarin VSN minderheidsaandeelhouder is. De technische bedrijven van de verschillende vervoerders zijn sinds kort ondergebracht in één bedrijf, Techno Services Nederland.

De huidige holdingconstructie valt niet alleen bij de politiek slecht, ook intern is er veel gemopper over de manier waarop het bedrijf wordt geleid. Nadat VSN-voorzitter Chris Nyqvist in 1996 het veld moest ruimen op last van de commissarissen, omdat hij de belangen van VSN in Den Haag niet goed zou behartigen, ligt zijn opvolger Sevenstern onder vuur van de directeuren van de verschillende groepsmaatschappijen.