Slechts één kans?

NEDERLAND KRIJGT als het aan minister Korthals (Justitie) ligt een eigen variant van Megan's Law. Dat is de Amerikaanse wet die werd genoemd naar een meisje van zeven jaar dat werd vermoord door een herhaaldelijk veroordeelde pedofiel die aan de andere kant van de straat woonde. De wetgeving voorziet in verplichte aanmelding van vrijgelaten pedofielen in woonbuurten. Begin dit jaar weigerde het federale Hooggerechtshof een klacht tegen deze aanslag op de persoonlijke levenssfeer van oud-delinquenten in behandeling te nemen. Ook in Groot-Brittannië wordt er thans aan een dergelijke wet gewerkt.

Het middeleeuws aandoende schandaaleffect van de Amerikaanse wet is in Nederland helemaal niet de bedoeling, zo zal Korthals protesteren. Het gaat hem slechts om een centraal register ten behoeve van onderwijs en jeugdwerk. Maar daarin wordt al voorzien in het voorstel voor een algehele herziening van de Wet op de justitiële documentatie die op 3 juli 1996 door minister Sorgdrager bij de Tweede Kamer werd ingediend. De nieuwe wet voorziet in een centrale documentatiedienst, die kan worden gebruikt door burgemeesters bij de beoordeling van de zogeheten verklaring omtrent het gedrag (VOG). Zo'n verklaring kan met name bij sollicitaties in het onderwijs worden gevraagd.

Onder de bestaande wet blijft het strafblad, waarop de burgemeester zijn oordeel baseert, acht jaar na afloop van een veroordeling tot vrijheidsstraf geldig (bij boetes vier jaar). Er is een belangrijke restrictie aan deze privacyregel verbonden. Als de betrokkene recidiveert blijft een oude veroordeling staan tot de nieuwe wordt verwijderd. In de nieuwe wet wordt de duur van de VOG verlengd tot twintig jaar.

UIT RECLASSERINGSOOGPUNT is die verruiming een flinke stap terug. Na de totstandkoming van de huidige wet in de jaren vijftig golden aanvankelijk dubbele strafbladtermijnen voor alle sollicitaties bij de overheid, inclusief het onderwijs. Maar deze zijn juist afgeschaft omdat één misstap in feite kon neerkomen op een levenslang beroepsverbod. Daar gaat Nederland, als het aan de nieuwe wet ligt, dus weer naar terug - en wel voor alle veroordeelden, niet alleen zedendelinquenten.

Ook in de nieuwe wet zal er wel altijd een burgemeester aan te pas moeten komen. Er is nogal wat kritiek op diens rol bij gedragsverklaringen (“een automatisme”). Maar directe toegang van belanghebbenden, zoals een schoolbestuur, tot individuele strafbladen is een ander uiterste. Er zal altijd een filter nodig zijn.

D66, de partij van Sorgdrager die de nieuwe Wet op de justitiële documentatie indiende, hikt nu toch wel een beetje aan tegen het register van Korthals. Dit is illustratief voor de dilemma's waartoe de discussie over strafbladen leidt. Niemand wenst een actieve pedofiel voor de klas of als trainer bij een jeugdelftal. De voorspellende waarde van een strafrechtelijke veroordeling is echter uiterst omstreden. Dat noopt tot terughoudendheid bij het gebruik van dit gegeven.

De vraag is of Nederland werkelijk een samenleving wil die slechts één kans geeft. Dat heeft behalve een principieel ook een heel praktisch aspect. Een maatschappij die slechts één kans geeft, maakt van criminelen desperado's.