Ronkende motoren en piepende banden

Taxi. Regie: Gérard Pirès. Met: Samy Nacéri, Frédéric Diefenthal, Marion Cotillard, Emma Sjöberg, Manuela Gourary. In: 11 theaters.

De filmhistorie kent nogal wat surprise-hits, commercieel succesvolle films waar bijna niemand van had gehoord voordat ze in de bioscoop verschenen, die voornamelijk uit auto-achtervolgingen bestaan. Voorbeelden zijn de Turijnse trappen op en af rijdende Mini's in The Italian Job (Peter Collinson, 1969), de kolderrally in The Cannonball Run (Hal Needham, 1981) en de lessen in autodiefstal in Gone in 60 Seconds/Inpikken en wegwezen (H.B. Halicki, 1974). Aan dat rijtje kan nu toegevoegd worden Taxi, een onverwacht grote kassakraker in Frankrijk, over de samenwerking tussen een van pizzakoerier tot taxichauffeur gepromoveerde lefgozer (Samy Nacéri) en een acht keer voor zijn rijexamen gezakte inspecteur van politie (Frédéric Diefenthal), die samen met 180 km per uur een Duitse bende Mercedesrijders dwars door Marseille achtervolgen.

De door Luc Besson (The Fifth Element) geschreven en geproduceerde film heeft een scenario van niks, met obligate bijrolletjes voor vergeefs naar de mannen van staal smachtende pitspoezen en stereotiepe rolletjes van zich superieur wanende Duitsers, maar de ronkende motoren en piepende banden liegen er niet om. De vraag is alleen of het in dit soort werk geïnteresseerde deel van het bioscooppubliek zich niet af laat schrikken door Franstalige dialogen.

Het aardigste verhaal dat over Taxi te vertellen valt, is dat van regisseur Gérard Pirès, in de jaren zeventig maker van komedies als Elle court, elle court la banlieue, die zich na een ernstig motorongeluk moest terugtrekken als speelfilmmaker. Daarna verdiende hij de kost met commercials, vooral voor auto's, totdat Besson hem uitnodigde weer eens een film te maken vol blinkend chroom en blik. Vlak voor de opnamen brak Pirès zijn arm, dit keer na de val van een paard, en zag zich genoodzaakt een groot deel van de film vanuit een ziekenhuis in Marseille te superviseren. Pirès kan zijn memoires gaan schrijven onder een titel als 'Plankgas!'.