Registratie pedofielen: heksenjacht of noodzaak?

Minister Korthals (Justitie) wil dat scholen en ziekenhuizen veroordeelde pedofielen kunnen weren. Noodzakelijk, beamen schoolleiders. Gevaarlijk, vinden de onderwijsbonden.

SEXBIERUM, 30 SEPT. Hij is weer vrij. De directeur van basisschool De Trochfeart in Sexbierum die vorig jaar werd veroordeeld wegen jarenlang seksueel misbruik van leerlingen, is sinds een maand elektronische gevangene. Oud-collega Jannie Visser kan er niet over uit: “Hij kan straks weer solliciteren, ergens waar ze hem niet kennen. Hij zegt dat hij zijn straf heeft uitgezeten en wij hem dus moeten vergeven.”

Het moge duidelijk zijn, zegt Visser, het Friese dorp Sexbierum is vóór registratie van veroordeelde pedofielen, zoals minister Korthals (Justitie) gisteren heeft voorgesteld. Korthals bepleit geen publieke zwarte lijst, zoals in Engeland en de Verenigde Staten, maar een centrale organisatie die de lijst op verzoek van scholen kan raadplegen tot twintig jaar na de veroordeling. Nu bestaat een strafblad slechts acht jaar. Natuurlijk, zegt de minister, verdient een dader een herkansing, maar niet in een baan met kinderen.

Scouting Nederland - met 25.000 leiders en 100.000 kinderen - is bezig de organisatie “dicht te timmeren”, vertelt M. Boom. Op de zwarte lijst die de scouting sinds maart bijhoudt, staan twintig namen van scoutingleiders die zijn veroordeeld wegens seksueel misbruik van kinderen en die nooit meer mogen werken bij een scoutingsgroep. Of ze alweer gesolliciteerd hebben, weet Boom niet - slechts bij één medewerker gaat een lampje knipperen als zij zich ergens aanmelden. “We hopen dat ze überhaupt wegblijven nu ze weten dat wij het registreren.”

Ook een vertrouwelijk register is een bespottelijke schending van de privacy, vinden de twee grote lerarenbonden. Ze staan versteld van de uitspraken van schoolleiders gisteren, die inzage in een dergelijk register bepleiten om seksueel misbruik van leerlingen te voorkomen. “Je bent in dit land toch niet meer schuldig als je eenmaal je straf hebt uitgezeten?”, zegt de woordvoerder van de CNV Onderwijsbonden. O. Bosma van de Algemene Onderwijsbond vindt de ontwikkeling gevaarlijk: “Dit lijkt op een heksenjacht. We hebben toch ook geen register voor mensen die iemand hebben aangereden?”

Paniek heeft zich meester gemaakt van de samenleving door de toenemende openheid over seksueel misbruik van kinderen. Behalve de details over de Zandvoortse kinderpornozaak, werd dit jaar onder meer bekend dat een onderwijzer in Swalmen kinderporno zou hebben gemaakt met leerlingen; in Amsterdam deden drie leerlingen aangifte tegen een leraar die al elders werkt. “Op scholen is de paniek helemaal groot - iedereen is bang dat ontucht op zijn school voorkomt”, zegt R. Hoornsma-Maas, adviseur bij het Katholiek Pedagogisch Centrum. Zij deelt de zorg en steunt de registratie: “Wij moeten alles doen om de integriteit van kinderen te beschermen. Geen enkele goed bedoelende leraar kan hier tegen zijn. Als een dader weet dat hij op zo'n lijst kan komen, houdt hij zich misschien wel in.”

Weegt het recht van kinderen op een beschermde schoolomgeving zwaarder dan bezwaren over privacygevoelige gegevens? Ja, vindt D. Duif, voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders. Scholen moeten bij hun sollicitatie weten wat voor vlees ze in de kuip hebben, vindt. Wel zou het uitsluitend moeten gaan om veroordeelde daders die kinderen hebben misbruikt en niet elke leraar die ooit als verdachte is aangemerkt. “Want leraren die vals zijn beschuldigd, mogen niet het predikaat 'waar rook is is vuur' met zich mee slepen,” vindt Duif.

De voorstanders kunnen behalve minister Korthals ook de Kamerfracties van PvdA en CDA tot hun medestanders rekenen. Zij spreken zelfs van registratie van alle zedendelinquenten, dus ook daders die geen kinderen hebben misbruikt. Korthals wil het beperken tot pedofielen en het systeem verbeteren waarbij een sollicitant een verklaring van goed gedrag moet halen. Burgemeesters, die inzage hebben in alle strafbladen, zouden die verklaring te makkelijk afgeven. “Ze weigeren eigenlijk nooit, uit angst voor een rechtszaak”, aldus juridische onderzoeker E. Schreuders van de Katholieke Universiteit Brabant.

Hoe groot de kans is dat een pedofiel zich na zijn straf opnieuw aan een kind vergrijpt, is in Nederland amper onderzocht, zegt J. Niemandsverdriet van De Waag in Utrecht waar pedoseksuelen worden behandeld. “Maar de kans is relatief groter dan bij andere seksuele delinquenten.” Hij betwijfelt of een register op de lange termijn effect zal hebben. “Pedoseksuelen weten juist via andere kanalen met kinderen in contact te komen.”

Schoolleiders moeten niet zelf het register kunnen raadplegen, vindt ook de Tilburgse jurist Schreuders: “Dan is het einde zoek. Straks willen de media het ook publiceren, zoals in Engeland gebeurt. En hoe stellen die scholen zich dat voor? Een kraakbaar bestandje waar ze even kunnen inloggen?” Volgens hem moet de Staat, die de dader heeft veroordeeld, als enige beschikken over zulke gegevens.

Blijft over het schemergebied van daders die in stilte een school moesten verlaten maar die niet worden aangegeven, omdat de school vreest voor negatieve publiciteit. Of daders tegen wie de rechtszaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Die worden niet geregistreerd. Van de jurist Schreuders en schoolleider Duif zou dat wel mogen. Schreuders: “Als vader zeg ik: als er zo veel bewijs is dat het tot een rechtszaak komt, dan is dat ook reden tot twijfel. Voorwaarde is wel dat uitsluitend die commissie inzage heeft in zulke dossiers.” De woordvoerder van CNV Onderwijsbonden krijgt het te kwaad: “Dát moest er nog eens bijkomen. De samenleving draait door.”