Protesten tegen mishandeling van ex-minister Anwar

KUALA LUMPUR, 30 SEPT. Oppositiepartijen hebben vanmorgen de regering van Maleisië in scherpe bewoordingen veroordeeld voor de mishandeling door de politie van gewezen vice-premier Anwar Ibrahim. Amnesty International en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken hebben hun bezorgdheid uitgesproken over de veiligheid van Anwar, die op 20 september werd opgepakt op last van premier Mahathir Mohamad. De premier suggereerde vanmorgen dat Anwar zich met opzet zelf heeft verwond om de publieke gunst te winnen.

Anwar Ibrahim, gewezen vice-premier, ex-minister van Financiën en de belangrijkste pleitbezorger van economische hervormingen in Maleisië, verscheen gisteren in de hoofdstad Kuala Lumpur voor de rechter. Aanwezige verslaggevers zagen een grote blauwe plek rond zijn linkeroog. Anwar vertelde de rechtbank dat hij de avond na zijn arrestatie door de politie zo hard is geslagen dat hij het bewustzijn verloor. Toen hij vanmorgen opnieuw werd voorgeleid, nam hij regelmatig zijn bril af om de omgeving van zijn linkeroog te betasten, waar nog een grote bloeduitstorting zichtbaar was.

De leider van de oppositionele Democratische Actiepartij, Lim Kit Siang, zei vanmorgen: “Alle Maleisiërs vragen zich af of zij nog wel veilig zijn als een voormalige vice-premier tijdens zijn hechtenis op brute wijze kan worden mishandeld door de politie.” De Maleisische Volkspartij, een andere oppositiegroepering, deed een beroep op premier Mahathir om te garanderen dat er geen fysiek en psychologisch geweld wordt gebruikt tegen Anwar.

Volgens het officiële persbureau Bernama heeft de eerste minister gezegd dat Anwar zich zijn verwondingen wellicht zelf heeft toegebracht. “Dat is niet uitgesloten, want hij zal in brede kring sympathie wekken als hij laat zien dat de politie geweld tegen hem heeft gebruikt”, zo zou Mahathir tegen Bernama hebben gezegd.

Het Londense hoofdkwartier van Amnesty International heeft gisteravond een onderzoek geëist naar de jongste meldingen van geweldpleging door de Maleisische politie tegen drie gedetineerden, onder wie ex-minister Anwar. Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, James Foley, zei gisteren: “We zijn diep bezorgd over de berichten dat Anwar tijdens zijn hechtenis het slachtoffer is geworden van politiegeweld.” Onderminister van Buitenlandse Zaken Stanley Roth heeft de tijdelijk zaakgelastigde van Maleisië in Washington ontboden om de bezorgdheid van de Amerikaanse regering over te brengen, aldus Foley.

Anwar werd op 2 september door Mahathir ontslagen. Daarop begon hij een landelijke campagne voor hervormingen die is uitgegroeid tot een beweging voor aftreden van Mahathir. Op 20 september werd hij gearresteerd. Tegen hem zijn tien aanklachten ingediend, wegens onder andere corruptie en “seksueel wangedrag”. Tegen verslaggevers voor de rechtbank in Kuala Lumpur zei Anwar vanmorgen: “Ik maak het goed en ik ga door.” (AP, Reuters)